Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
De EU moet elke regio, elke stad en elk dorp ondersteunen om tegen 2050 een uitstootvrij vervoer te realiseren  

Het EU-streven naar alternatieve emissiearme brandstoffen is van cruciaal belang in de strijd tegen klimaatverandering, maar de transitie moet rechtvaardig zijn

De steun van de lokale en regionale leiders van de EU voor de Europese Green Deal dreigt af te brokkelen als belangrijke sectoren van de lokale economie achterop raken bij de transitie naar een duurzamere toekomst, zo waarschuwt het . In een debat tijdens de CvdR-zitting over de toekomst van het vervoer en in een advies over strengere CO 2 -emissienormen voor auto’s en bestelwagens en de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen voor steden en regio’s in de EU, hebben de CvdR-leden met name gewezen op de noodzaak van een gelijke behandeling van stedelijke en plattelandsgebieden.

Tijdens het debat met de EU-commissaris voor Vervoer, Adina Vălean , hebben de lokale en regionale leiders benadrukt dat alle regio’s en steden moeten worden ondersteund bij het tot stand brengen van duurzamer vervoer, dat van cruciaal belang is om de wettelijk vastgelegde doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050 te verwezenlijken. Het debat spitste zich toe op de vraag hoe het vervoer duurzamer kan worden gemaakt in het licht van de doelstelling van de Europese Green Deal om de vervoersemissies tegen 2050 met 90 % te verminderen. De regio’s en steden staan volledig achter de bezuinigingen van de Commissie, maar wijzen op de noodzaak van een eerlijke en gelijke aanpak, vooral tussen stedelijke en plattelandsgebieden, zeker nu de Europese Commissie aanzienlijke investeringen in oplaad- en tankstations voorstelt om de overstap naar elektrische of duurzame mobiliteit aan te moedigen.

Apostolos Tzitzikostas , voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s en gouverneur van de regio Centraal-Macedonië in Griekenland, zei: “Het is noodzakelijk en haalbaar om ons vervoer volledig koolstofvrij te maken, maar er moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van afzonderlijke regio’s, steden en dorpen. Alle bestuursniveaus moeten de handen ineenslaan en samen investeren in het kader van de nationale herstelplannen, en de EU moet in dit verband in een speciale cofinanciering voor lokale en regionale overheden voorzien. Veel regio’s zijn afhankelijk van de automobielindustrie, waardoor het versnellen van de groene transitie betekent dat moet worden geïnvesteerd in de omscholing van lokale werknemers. De Europese transitie naar groene mobiliteit moet worden gezien als een kans, geen last, voor overheden, het bedrijfsleven en mensen.”

Adina Vălean, commissaris voor Vervoer, zei: “We verwachten dat er tegen 2030 ten minste 30 miljoen elektrische auto’s zullen rijden in de EU, tegenover circa 1 miljoen vandaag. Maar de infrastructuur moet beantwoorden aan de vraag. Ons voorstel voor een verordening betreffende infrastructuur voor alternatieve brandstoffen is gebaseerd op een marktgebaseerde aanpak, die ervoor moet zorgen dat er voldoende oplaad- en tankstations zijn om aan deze vraag te voldoen en dat nog meer burgers en bedrijven worden aangemoedigd over te schakelen op elektrische of waterstofvoertuigen. Dankzij onze op afstand gebaseerde doelstellingen zullen bestuurders in de hele Unie kunnen reizen zonder zich zorgen te maken over de actieradius, terwijl de op de omvang van het wagenpark gebaseerde doelstellingen ervoor zullen zorgen dat er voldoende oplaadpunten zijn, waarbij de lidstaten en regio’s zelf de locaties kunnen kiezen.”

In zijn advies over strengere CO 2 -emissienormen voor auto’s en bestelwagens en de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen pleit het CvdR voor een Europees medefinancieringsmechanisme dat elke regio in staat stelt zijn infrastructuur te moderniseren om groenere brandstoffen aan te bieden en de vraag naar duurzamere voertuigen aan te zwengelen. Het CvdR benadrukt echter dat er behoefte is aan een meer geïntegreerde aanpak van de planning, met name om stad en platteland beter met elkaar te verbinden. Een belangrijk probleem is ook de beschikbaarheid van alternatieve brandstoffen in de hele EU, met name in de meer landelijke en afgelegen gebieden die niet over de nodige infrastructuur beschikken. In 2020 bevond 70 % van alle oplaadpunten voor elektrische auto’s zich in slechts drie Europese landen : Nederland, Frankrijk en Duitsland. Dit, in combinatie met het feit dat de meer vervuilende voertuigen in andere delen van Europa, met name in Midden- en Oost-Europa, relatief gemakkelijker kunnen worden aangeschaft, leidt tot ongelijkheid.

Adrian Teban (RO/EVP), burgemeester van Cugir en rapporteur voor dit advies, benadrukte: “Er moet in Europa een mechanisme voor een eerlijke transitie worden ingevoerd voor regio’s die afhankelijk zijn van de auto-industrie, om de veranderingen in deze sector in goede banen te leiden, ervoor te zorgen dat het nieuwe duurzame mobiliteitssysteem op basis van alternatieve brandstoffen betaalbaar en toegankelijk is voor alle burgers en te garanderen dat geen enkele regio achterblijft.”

De CvdR-leden benadrukken dat de regionale economische impact van de transitie naar emissievrije wegvoertuigen moet worden geanalyseerd om ervoor te zorgen dat de EU in elke regio de juiste steun verleent voor een rechtvaardige transitie. Het CvdR werkt momenteel aan een alliantie van regio’s om te zorgen voor een eerlijke en gelijke transitie, met name in regio’s waar de automobielsector het leeuwendeel van hun lokale economie uitmaakt.

Achtergrond

Om te zorgen voor een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit voor alle Europese steden en regio’s heeft het Europees Comité van de Regio’s de Green Deal Going Local-campagne opgezet. Dit initiatief wil regio’s en steden een centrale plaats geven in de Europese Green Deal, om lokale en regionale leiders in staat te stellen actie te ondernemen tegen de klimaatverandering en ervoor te zorgen dat er meer duurzame, door de EU gefinancierde projecten worden uitgevoerd in lokale gemeenschappen in de hele Europese Unie.

Contact:

Theresa Sostmann

Tel: +32 2282 2457

Theresa.Sostmann@cor.europa.eu

Share: