Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
"U kunt op ons rekenen" – Voorwoord door Karl-Heinz Lambertz, voorzitter van het Europees Comité van de Regio's, en Markku Markkula, eerste vicevoorzitte  

​President Karl-Heinz Lambertz, Vice-President Markku Markkula

Het meest recente IPCC-rapport was allerminst opwekkende lectuur: om de catastrofale gevolgen van de klimaatverandering af te wenden moeten we onze inspanningen verdubbelen. Als we dezelfde koers aanhouden zal de temperatuur tegen 2100 wereldwijd met 3°C zijn gestegen; dat zal schadelijke gevolgen hebben voor de biodiversiteit en miljoenen mensen over de hele wereld zullen te maken krijgen met extreme weersomstandigheden. Zoals het er nu naar uitziet wordt het bijzonder lastig om de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs - een stijging onder de 2°C - te halen.

Tijdens de COP24 in Katowice moet het hele proces in een stroomversnelling worden gebracht; zo moeten we op de eerste plaats een goed doordacht rulebook opstellen voor de naleving van onze verbintenissen en de nodige middelen uittrekken voor het klimaat; daarnaast moeten we onze partnerschappen versterken zodat we tot een inclusiever mondiaal bestuur kunnen komen waarbij alle overheidsniveaus, het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven betrokken zijn.

In een tijd waarin nationale belangen prevaleren boven internationale verplichtingen, moeten we meer ambitie aan de dag leggen. De EU heeft zich ertoe verbonden de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80 % verminderd te hebben in vergelijking met het niveau van 1990 en heeft onlangs een langetermijnstrategie voorgesteld om ervoor te zorgen dat de samenleving in 2050 koolstofneutraal is, iets waarvoor het Comité - de EU-assemblee van 350 lokale en regionale leiders - al sinds 2015 op de bres staat. Het IPCC-verslag bevestigt overigens dat de realisatie van deze doelstelling nodig is om de temperatuurstijging onder 1,5°C te houden.

Het vergroenen van de economie en het zorgen voor schone lucht, energie-efficiënte woningen en gezonde en duurzame voeding: dit alles is volgens onze lokale en regionale leiders niet alleen zinvol vanuit milieuoogpunt, maar ook vanuit het oogpunt van het bedrijfsleven. In het recente rapport van de New Climate Economy staat te lezen dat een resolute aanpak van de klimaatverandering tegen 2030 wereldwijd economische voordelen ter waarde van ten minste 26 biljoen USD zou kunnen opleveren.

Steden en regio's steken al langer de handen uit de mouwen: dit jaar vieren we het tienjarige bestaan van het Burgemeestersconvenant van de EU - een vrijwillig initiatief van lokale en regionale overheden die verder willen gaan dan de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU. Vandaag de dag hebben meer dan 7.500 steden en gemeenten zich aangesloten bij deze bottom-upbeweging, die nu niet meer weg te denken is van het internationale toneel. Op subnationaal niveau blijven innovatie en ambitie de drijvende kracht achter de mondiale klimaatagenda.

Hoewel de rol van de lokale en regionale overheden in Parijs erkenning heeft gekregen, moeten we veel meer vaart zetten achter de invoering van een echt inclusief mondiaal stelsel voor klimaatgovernance. Dankzij het Fiji-voorzitterschap van de COP van vorig jaar is het voor de lokale en regionale overheden, het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven nu gemakkelijker om hun stem te laten horen in het klimaatproces van de VN. We hebben het dan over de Talanoa-dialoog , die moet worden voortgezet én verdiept; de ervaring leert immers dat meer inclusiviteit gepaard gaat met meer ambitie. Zonder deze dialoog heeft de COP24 geen kans van slagen.

Er is behoefte aan een eerlijk, realistisch en transparant rulebook voor het klimaat, waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt gecontroleerd, verslag wordt uitgebracht over de inspanningen op klimaatgebied en wordt aangegeven welke middelen de industrielanden moeten vrijmaken   om de armere landen te helpen  hun uitstoot terug te dringen en zich aan te passen aan hogere temperaturen. Dit is een conditio sine qua non, en het is aan ons om alle regio's en steden ter wereld ertoe aan te zetten bij te dragen aan het bereiken van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling door actief deel te nemen aan het SDG Cities Leadership Platform van de VN en andere soortgelijke initiatieven.

Het is dan ook de hoogste tijd dat " lokaal en regionaal bepaalde bijdragen " worden vastgesteld als aanvulling op de " nationaal bepaalde bijdragen ", om zo duidelijk te maken dat alle partijen hun deel van de verantwoordelijkheid voor het klimaat op zich moeten nemen en ervoor te zorgen dat de motivatie op het lokale en regionale niveau in stand wordt gehouden. Op die manier kunnen we de kloof tussen de huidige verbintenissen van de partijen en de vermindering van de CO2-uitstoot die nodig is om de opwarming van de aarde te keren, verder dichten.

De beoordeling van de individuele bijdragen moet hand in hand gaan met steun voor de regio's en steden die achterophinken. De industrielanden moeten zich houden aan hun toezeggingen om ontwikkelingslanden en kwetsbare landen en regio's financiële steun te verlenen.

Heel wat Europese regio's zijn lange tijd afhankelijk geweest van steenkool en hebben steun nodig voor de overgang naar een koolstofarme economie. De Europese Commissie schat dat steenkoolwinning in 12 EU-lidstaten goed is voor zo'n 185.000 directe banen, maar wijst er tegelijk op dat er tegen het einde van het volgende decennium maar liefst 900.000 arbeidsplaatsen kunnen bijkomen in onder meer de sector hernieuwbare energie.

De overgang naar een koolstofarme economie vereist zorgvuldige planning, technische ondersteuning en regionale investeringen om ervoor te zorgen dat de regionale economieën worden beschermd. In Europa moet meer werk worden gemaakt van cocreatie bij de uitwerking van het EU-milieubeleid - een terrein dat onder de bevoegdheden van de lokale en regionale overheden valt. De regionale investeringen van de EU - het zogenaamde cohesiebeleid - mogen niet worden afgezwakt maar moeten juist worden versterkt, zodat regio's en steden zich kunnen aanpassen aan de klimaatverandering, de gevolgen ervan kunnen verzachten en hun economieën klimaatbestendig kunnen maken.

De onderhandelingen van dit jaar in Katowice zijn van cruciaal belang voor de uitwerking van een solide rulebook dat moet voorkomen dat de temperatuur met meer dan 1,5°C stijgt. De slogan van het Poolse voorzitterschap van de COP24 is "Samen op weg naar verandering": als we de nodige politieke moed aan de dag leggen en allemaal een herculische inspanning leveren, kunnen we de doelstellingen halen. Dit houdt in dat we de mondiale klimaatgovernance moeten hervormen: lokale en regionale overheden moeten een officiële plek aan de onderhandelingstafel krijgen, zodat de kloof tussen de klimaatbeloften en de resultaten kan worden gedicht.

De tijd dringt, de wereld kijkt toe; het is nu aan ons om samen meer en sneller actie te ondernemen. U kunt op ons rekenen.

_____________