Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Wij zijn klaar om over te schakelen naar een circulaire economie  

In dit interview geeft Tjisse Stelpstra (NL/ECR), gedeputeerde van de provincie Drenthe, antwoord op zes vragen over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie, een reeks voorstellen van de EU om de economische groei los te koppelen van het gebruik van hulpbronnen door het vervaardigen en gebruiken van duurzame, herbruikbare en herstelbare producten. Na de publicatie van het actieplan door de Europese Commissie op 11 maart 2020 verzorgt Tjisse Stelpstra nu de bijdrage van het Europees Comité van de Regio’s met een advies dat tijdens de zitting van 12-14 oktober 2020 zal worden goedgekeurd. De circulaire economie is een belangrijke pijler van de Europese Green Deal, de groeistrategie van de EU om in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken.

Mijnheer Stelpstra, u bent de rapporteur van het Europees Comité van de Regio’s voor het advies over het actieplan voor de nieuwe circulaire economie. Kunt u ons vertellen waarom dit onderwerp belangrijk is?

Circulariteit is niet alleen dé manier om de schaarse hulpbronnen van de planeet te redden, maar ook heel belangrijk om de CO 2 -uitstoot te verminderen en onze economie koolstofarm te maken De circulaire economie is daarom cruciaal in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Dat is ook zeker de reden waarom de circulaire economie een belangrijke plaats inneemt in de Europese Green Deal, die door Frans Timmermans, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie, is gepresenteerd. Bovendien bevindt de circulaire economie zich achter elke voordeur. Zij is vooral zo belangrijk omdat zij een oplossing biedt voor een aantal grote problemen, van het gebruik van hulpbronnen tot afval en vervuiling, zowel op Europees als op individueel niveau. Circulariteit heeft niet alleen betrekking op de economie, de industrie en de noodzaak om op verantwoorde wijze te produceren, maar ook op de manier waarop we leven en consumeren: de kleren die we kopen, de bouw van onze huizen, de hoeveelheid afval die we produceren en de hoeveelheid water die we gebruiken. Dit zijn alledaagse keuzes en we moeten overschakelen op bewustere en duurzamere consumptiepatronen om samen een circulaire samenleving tot stand te brengen. Bij dit grootscheepse en cruciale streven reikt het nieuwe actieplan voor de circulaire economie ons een aantal belangrijke hulpmiddelen aan.

De Europese Commissie heeft het actieplan aan het begin van de COVID-19-crisis gepubliceerd. Is er volgens u een belangrijke rol weggelegd voor de circulaire economie in deze gezondheids- en economische crisis?

Zeker! We moeten er alles aan doen om te herstellen van de economische en sociale impact van de lockdown. We mogen echter niet vergeten dat we nog altijd te maken zullen hebben met een klimaatcrisis als we de COVID-19-pandemie eenmaal, hopelijk zeer binnenkort, achter ons hebben gelaten. De uitbraak van COVID-19 heeft blootgelegd hoe kwetsbaar we zijn en hoe ongelooflijk zwaar we leunen op grondstoffen. We weten dat groene markten enorme economische kansen bieden en voor veel werkgelegenheid zorgen. Laat COVID-19 dus een wake-upcall voor ons zijn. We moeten deze crisis echt aangrijpen om onze samenleving duurzaam te maken.

Hoe denkt u over het actieplan? Is het ambitieus genoeg om te zorgen voor een snelle overgang naar de circulaire economie?

Het door de Europese Commissie voorgestelde actieplan is ambitieus, maar zou wat maatregelen en termijnen betreft wel wat concreter mogen zijn. Op verschillende belangrijke gebieden zijn er een grotere inzet en ook specifieke doelstellingen nodig om verandering teweeg te brengen. Op het gebied van bijvoorbeeld afvalpreventie en overheidsopdrachten dienen we echt flinke vooruitgang te boeken. Realistische maar ambitieuze doelstellingen, zo nodig regionaal gedifferentieerd, zullen een impuls geven aan innovatieve technologieën en hun marktpenetratie. Dat zal pas echt vooruitgang opleveren. Bovendien had het actieplan de rol van steden en regio’s beter kunnen integreren in de transitie naar een circulaire economie. Ik heb vaak gehoord dat “regio’s groot genoeg zijn om het verschil te maken en klein genoeg om verandering teweeg te brengen.” Dat is denk ik precies waar het om draait.

Hoe kunnen lokale en regionale overheden volgens u, vanuit uw ervaring bezien, beter bijdragen aan de overgang naar een circulaire economie?

Steden en regio’s hebben tal van mogelijkheden om de overgang naar een circulaire economie te bevorderen, allereerst door het goede voorbeeld te geven op het gebied van overheidsopdrachten. Lokale en regionale overheden kunnen normen vaststellen en zo de markt in de richting van duurzamere producten en diensten sturen. Bovendien is regionale samenwerking essentieel voor publiek-private partnerschappen, die we nodig hebben voor het opschalen van de duurzame productie- en consumptiepatronen die zo belangrijk zijn voor de circulaire economie. Afvalbeheer en -verwerking is een ander terrein waarop lokale en regionale overheden een grote rol kunnen spelen. Naast kennis en ervaring beschikken zij over bevoegdheden en hebben zij grote verantwoordelijkheden op het gebied van regelgeving. Samen met lokale en regionale overheden moet de Europese Commissie een innovatieve strategie ontwikkelen voor het verzamelen en verwijderen van afval. Europa heeft de kennis en de ervaring nodig die lokale en regionale overheden hebben opgedaan met de inzameling en verwerking van afval. Bovendien zijn regionale kennis en deskundigheid hard nodig om een volledig beeld te krijgen van de materiaalstromen. Wat dit betreft roepen wij de Europese Commissie op om informatie over materiaalstromen via een openbaar Europees digitaal systeem te delen. Ook wat water aangaat kunnen lokale en regionale overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de overgang naar een circulaire economie. Steden en regio’s zijn verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Water is onze belangrijkste hulpbron, maar vormt ook de grootste afvalstroom van huishoudens en de industrie. Het bevat veel nutriënten die kunnen worden teruggewonnen, en water moet zoveel mogelijk worden hergebruikt.

Weet u een goede praktijk uit uw regio?

Misschien is de Vereniging Circulair Friesland wel een van de beste voorbeelden. Dit netwerk brengt bedrijven, overheden, kennisinstellingen en ngo’s op regionaal niveau bijeen. Zij zetten alles op alles om in 2025 tot de meest circulaire regio in Europa te zijn uitgegroeid, omdat ze dit nodig achten, maar vooral ook omdat ze dat graag willen. Hun motto is: minder denken, meer doen. Het netwerk is onder meer actief op het gebied van landbouw, mobiliteit, biomassa en onderwijs. Door kennis te delen en elkaar te inspireren en te motiveren kan het de ontwikkelingen in een stroomversnelling brengen. Een van de drijvende krachten achter het initiatief is Ingrid Zeegers, die mij als deskundige bijstaat bij het opstellen van het advies waarvan ik rapporteur ben. Zij vertaalt haar wereldwijde kennis in hapklare brokken voor ondernemers en lokale initiatieven. Ik zie haar enthousiasme terug bij vele anderen die net als zij bijdragen aan de overgang naar een circulaire economie. Ook de Noord-Nederlandse ondernemers die we bij het opstellen van het advies hebben gesproken, vertellen enthousiast over hun werk en zetten alles op alles om circulariteit op een hoger niveau te tillen. Een circulaire samenleving is volgens mij een gelukkige samenleving.

Er bestaan al een aantal initiatieven ter bevordering van de circulaire economie, zoals het Europees stakeholdersplatform voor de circulaire economie, de EU-partnerschappen voor de stedelijke agenda en het Circular Cities and Regions Initiative. Welke EU-maatregelen zijn volgens u geboden om lokale en regionale overheden bij de overgang naar de circulaire economie (beter) te ondersteunen?

Succes staat of valt met het uitwisselen van goede voorbeelden en het inspireren van elkaar. Hiervoor zijn netwerken bij uitstek geschikt. Maar Europa kan lokale en regionale overheden het beste van dienst zijn met een krachtig en concreet actieplan. Geen woorden, maar daden! Steden en regio’s ondervinden vaak de negatieve gevolgen van producten die we niet langer gebruiken. Neem bijvoorbeeld de verontreiniging van water, lucht en bodem. De producent heeft hiervoor geen enkele aansprakelijkheid. Dat moet echt anders, en met de steun van al mijn collega’s in het Europees Comité van de Regio’s staan we in de startblokken om daarvoor te zorgen.

Achtergrond:

Het advies van Tjisse Stelpstra is bedoeld om de lokale en regionale pijler van het nieuwe actieplan voor de circulaire economie te versterken en steden en regio’s daarin centraal te stellen. Dit advies zal worden behandeld tijdens de plenaire zitting van 12-14 oktober 2020. Hier vindt u ons meest recente nieuws.

Alle economische activiteiten in de EU genereren jaarlijks zo’n 2,5 miljard ton afval ( Eurostat ). Dat is 5 ton per EU-burger per jaar. Vooralsnog bestaat er geen uitgebreide reeks wettelijke en beleidseisen om ervoor te zorgen dat alle producten die op de EU-markt worden gebracht steeds duurzamer worden en de circulariteitstoets doorstaan. Dat beoogt de Europese Commissie wel te bereiken met haar op 11 maart 2020 gepresenteerde nieuwe actieplan voor de circulaire economie .

Als een belangrijke pijler van de Europese Green Deal is een circulaire economie van cruciaal belang om in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. Op 15 juni 2020 heeft het Europees Comité van de Regio’s de werkgroep Green deal Going Local opgericht. Deze bestaat uit 13 lokale en regionale gekozen vertegenwoordigers en heeft tot doel ervoor te zorgen dat in het kader van de Green Deal concrete projecten worden opgezet en steden en regio’s rechtstreekse financiële steun krijgen om de duurzame transitie in praktijk te brengen.

Contactpersonen:

Andrea Huisman

A.Huisman@drenthe.nl

David Crous

david.crous@cor.europa.eu