Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Dienstensector heeft behoefte aan duidelijke en goed gehandhaafde regels inzake de eengemaakte markt  

Het wegnemen van belemmeringen voor de grensoverschrijdende dienstverlening kan het economisch herstel in Europa bespoedigen, stelt het Europees Comité van de Regio’s (CvdR). Een advies hierover van Jean-Luc Vanraes (BE/Renew Europe), lid van de gemeenteraad van Ukkel, zal deze week tijdens de CvdR-zitting worden goedgekeurd.

Vandaag, meer dan tien jaar na de inwerkingtreding van de dienstenrichtlijn , stuiten dienstverleners in allerlei dienstensectoren nog steeds op tal van barrières wanneer zij zich willen vestigen in een andere lidstaat of tijdelijk grensoverschrijdende diensten willen verlenen. Hoewel de dienstensector goed is voor ongeveer 70 % van zowel het bbp als de werkgelegenheid in Europa, bedraagt de intracommunautaire handel in diensten slechts een derde van de intracommunautaire handel in goederen, en daarin lijkt vooralsnog geen verbetering te komen.

Voor de voorstellen voor de Europese e-card voor diensten is het wetgevingsproces vastgelopen, en met de behandeling van de ontwerprichtlijn inzake een kennisgevingsprocedure voor diensten is nauwelijks vooruitgang geboekt. Het Europees Comité van de Regio’s verzoekt de andere instellingen daarom om tot een gezamenlijke aanpak te komen en de regels voor samenwerking tussen autoriteiten eenvoudig en duidelijk te houden, om de administratieve last te verminderen.

“Grensoverschrijdende dienstverleners hebben nog steeds te maken met dezelfde kosten bij het vervullen van administratieve formaliteiten. De e-kaart voor diensten moest die met de helft terugdringen, wat een groot voordeel voor kleine en middelgrote ondernemingen zou hebben opgeleverd”, aldus rapporteur Jean-Luc Vanraes. “De juridische, technische en administratieve lasten die met de invoering van de e-card voor diensten gepaard gaan voor lokale en regionale overheden moeten wel in verhouding staan tot de verwachte voordelen.”

Veel steden en regio’s staan ook voor uitdagingen op het gebied van capaciteit en middelen om de potentiële consequenties van de kennisgevingsvereisten het hoofd te bieden in het licht van het arrest van het Europees Hof van Justitie ( zaak Visser Vastgoed ) over de toepassing van de dienstenrichtlijn op de retailsector en ruimtelijke ordening.

“De kennisgevingsverplichtingen moeten in verhouding staan tot de toegevoegde waarde die zij hebben voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de dienstenrichtlijn. De meeste lokale en regionale regelingen hebben namelijk een verwaarloosbaar effect op de interne markt en stroken waarschijnlijk toch wel met de eisen van de dienstenrichtlijn”, stelt Vanraes.

In het voorstel wordt gesuggereerd dat de Europese Commissie een reeks kwantitatieve en/of kwalitatieve criteria zou moeten opstellen aan de hand waarvan zich laat bepalen welk type lokale en regionale regelgeving kan worden vrijgesteld van de verplichte kennisgeving in het kader van de dienstenrichtlijn. Het decentraliseren van bepaalde onderdelen van de tenuitvoerlegging, waaronder kennisgeving, zou ook een nauwkeuriger weging van het regionale en lokale publieke belang mogelijk kunnen maken.

Het Comité merkt nog op dat een goed functionerende interne markt van groot belang is voor grensregio’s en dat in dit verband EU-instrumenten voor grensoverschrijdende samenwerking, zoals Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS’en) , een nuttige rol kunnen spelen.

Contactpersoon:

Lauri Ouvinen

Tel. +32 473536887

lauri.ouvinen@cor.europa.eu

Share: