Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Regio’s kunnen het voortouw nemen bij de nieuwe industriestrategie voor een groener Europa  

Jeannette Baljeu (NL/RE) , gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, beantwoordt in dit interview zes vragen over de rol van de lokale en regionale en lokale overheden in de nieuwe Europese industriestrategie. Jeannette Baljeu beklemtoont dat een nieuwe plaatsgebonden dimensie nodig is om regio’s en steden, als bestuurslagen die het dichtst bij de burgers en de bedrijfsecosystemen staan, in staat te stellen de verantwoordelijkheid voor de groene én de digitale transitie in de industriesector op zich te nemen. Jeannette Baljeu is rapporteur voor het advies Een nieuwe industriestrategie voor Europa , dat ter goedkeuring op de agenda van de zitting van 12-14 oktober staat.

Hoe dient de rol van het lokale en regionale niveau in de nieuwe industriestrategie voor Europa te worden ingevuld?

De regio's kunnen en willen het goede voorbeeld geven; in de nieuwe industriestrategie van de EU moet hun rol worden benadrukt en moet de plaatsgebonden dimensie worden versterkt.

Industriële ecosystemen zijn vaak regionaal van aard en aan andere regionale ecosystemen gekoppeld via toeleveringsketens of netwerken voor kennisuitwisseling. De industriestrategie van de EU moet dan ook worden gestoeld op een plaatsgebonden aanpak, waarbij een belangrijke rol wordt weggelegd voor de regionale en lokale overheden. Zij zijn het bestuursniveau dat het dichtst bij de burgers en de industriële ecosystemen staat, en hebben belangrijke competenties op verschillende beleidsterreinen. Zij kunnen een breed scala aan instrumenten inzetten om de uitvoering van een holistische en ambitieuze industriestrategie van de EU mogelijk te maken.

Welke rol kan het industriebeleid spelen bij de uitvoering van de Green Deal? Hoe kunnen milieunormen worden vastgesteld zonder het concurrentievermogen van Europese bedrijven ten opzichte van ondernemingen uit derde landen te ondermijnen?

Waar het gaat om het bereiken van de klimaatdoelstellingen kan het grootste effect worden gesorteerd in de energie-intensieve sectoren. Deze sectoren zijn bereid tot samenwerking om de doelstellingen te halen, maar ik ben van mening dat we routekaarten nodig hebben met duidelijke, ambitieuze en realistische doelstellingen voor CO 2 -reductie. We moeten onze bedrijven bij deze transitie ondersteunen, zodat zij een voortrekkersrol kunnen spelen en kleinere ondernemingen in hun kielzog kunnen varen. Op die manier kunnen we ons kunnen richten op de kwaliteit van producten en diensten in plaats van te kiezen voor goedkopere alternatieven uit derde landen, en zou ons concurrentievermogen een nieuwe impuls krijgen.

Zijn de Green Deal en de massale financiële middelen in het kader van het herstelplan een uitgelezen kans om vaart te zetten achter de groene transitie, wat ook het pad zou effenen voor groene en duurzame bedrijven en ondernemers?

Ja, dat is volgens mij zeker mogelijk, als we tenminste de juiste voorwaarden verbinden aan deze financiële steun. Op dit moment zijn de lidstaten verantwoordelijk voor het opstellen van nationale plannen en het uitwerken van de details. De regio’s zouden echter op gelijke voet moeten kunnen deelnemen aan de besprekingen en de vaststelling van de plannen. De regio’s hebben kennis en deskundigheid in huis en zouden de regionale innovatiestrategieën voor slimme specialisatie (RIS3) aan deze plannen kunnen koppelen; ook kunnen zij duidelijk maken waar de investeringsmogelijkheden voor het vergroenen van de economie liggen.

Hoe zouden strategieën voor slimme specialisatie eruit moeten zien? Op welke gebieden moet de Europese industrie concurrerender worden?

De regio’s hebben een realistisch beeld van hun economische situatie. Zij kennen hun sterke en zwakke punten en zouden daarom hun regionale innovatiestrategieën voor slimme specialisatie moeten inzetten om hun economie te stimuleren en om de basis te leggen voor samenwerking met andere regio’s. Op die manier kunnen gemakkelijker verbanden worden gelegd tussen regionale clusters en complementaire vaardigheden, om zo interregionale waardeketens tot stand te brengen. De regio’s moeten hun regionale innovatiestrategieën voor slimme specialisatie gebruiken als routekaart om hun clusters te versterken, door niet alleen regionale banden maar ook de banden met clusters in andere regio’s te ondersteunen; daarnaast moet ook het instrument voor interregionale investeringen in innovatie een rol spelen. Dit kan het concurrentievermogen van Europa verbeteren, de toeleveringsketens versterken en onze afhankelijkheid van mondiale leveranciers verminderen.

Naar mijn mening zou de EU de lidstaten en regio’s meer kunnen ondersteunen bij het versterken van hun concurrentiepositie, en dan heb ik het niet alleen over overheidsfinanciering. Er kan ook worden gedacht aan een hervorming van het mededingingsbeleid om onze industrie minder kwetsbaar te maken voor vijandige overnames. Internationale investeerders die kunnen rekenen op overheidssteun krijgen kleine en middelgrote ondernemingen in handen die van cruciaal belang zijn voor onze regionale ecosystemen, maar die tegelijkertijd zo klein zijn dat ze onder de radar blijven waar het gaat om vijandige overnames, zoals te lezen staat in het Witboek over buitenlandse subsidies . De verbetering van de interne markt zou ook kunnen leiden tot een echt gelijk speelveld dat het concurrentievermogen van onze industrie kan stimuleren – zodat we de concurrentie zouden kunnen aangaan met wereldspelers zoals Google, Amazon en Alibaba. Voorts zouden de regionale innovatiestrategieën voor slimme specialisatie zich meer kunnen richten op digitalisering.

Vereist de grootschalige en sterke impact van de pandemie volgens u een herijking van de industriestrategie van de EU?

De COVID-19-pandemie heeft de geopolitieke risico’s van buitenlandse investeringen en een al te sterke afhankelijkheid van mondiale toeleverings- en waardeketens aangetoond. De industriestrategie van de EU moet dan ook maatregelen omvatten om de huidige crisis het hoofd te bieden en Europa voor te bereiden op toekomstige pandemieën. Dit is nodig om de veerkracht van de Europese samenleving en economie te waarborgen, bijvoorbeeld door voorbereidingen te treffen voor alternatieve Europese toeleveringsketens voor medische uitrusting en medicijnen. Een en ander kan Europa helpen zijn technologische leiderschapspositie te behouden en digitale en technologische soevereiniteit te verkrijgen, zodat vijandige overnames van strategische bedrijven door actoren van buiten de EU kunnen worden tegengehouden. Daarnaast zal echter ook een hervorming van het mededingingsbeleid nodig zijn.

Tijdens de COVID-19-lockdown werden de bevoorradingsketens verstoord: aan de ene kant werden de grenzen gesloten en was het moeilijk om goederen aan andere landen te leveren; aan de andere kant stelden landen embargo's in op de levering van bepaalde goederen, met name medische hulpmiddelen en medicijnen. Betekent het weerbaarder maken van het bedrijfsleven (en de regio's) dat een rem wordt gezet op de mondialisering en dat nationale bedrijven worden teruggehaald?

Het is begrijpelijk dat landen en regio’s de belangen van hun inwoners voor ogen hielden, wat inhield dat sommige grenzen werden gesloten. Zoals gezegd ben ik van mening dat Europa zich bewust moet zijn van de negatieve aspecten van de globalisering. Wel wil ik erop hameren dat we niet mogen vergeten dat interregionale samenwerking van cruciaal belang is om de crisis het hoofd te bieden, zoals Noordrijn-Westfalen heeft aangetoond door zijn grens met Nederland open te houden en Nederlandse COVID-19-patiënten op te nemen. Open regionale grenzen zijn van kapitaal belang om de veerkracht van de Europese samenleving en economie te waarborgen, met name omdat we behoefte hebben aan industriële clusters die samenwerken in het kader van een plaatsgebonden aanpak.

Contactadres voor de pers:

pressecdr@cor.europa.eu