Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Regio’s en steden kunnen de ‘nieuwe manier van werken’ voor de EU verbeteren  
Het CvdR hoopt dat de inspanningen van de ontslagnemende Europese Commissie om lokale en regionale overheden nauwer bij alle stadia van de EU-beleidscyclus te betrekken, vruchten zullen afwerpen.

De Europese Commissie zou moeten overwegen om financiële steun te verlenen aan het feedbackmechanisme dat het Europees Comité van de Regio's (CvdR) heeft ontwikkeld. Dat is een van de aanbevelingen die de lokale en regionale vertegenwoordigers op 9 oktober hebben gedaan om ervoor te zorgen dat het lokale en regionale perspectief in alle stadia van het beleidsproces van de Europese Unie – van ontwerp tot evaluatie – in aanmerking wordt genomen.

In andere aanbevelingen wordt de nieuwe voorzitter van de Commissie er onder meer toe aangemoedigd om het CvdR, de assemblee van lokale en regionale overheden van de EU, in de gelegenheid te stellen om het werkprogramma van de Commissie niet alleen te evalueren, maar ook mee vorm te geven, en om deskundigen van lokale en regionale overheden uit te nodigen om de EU-regelgeving te beoordelen. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat terdege rekening wordt gehouden met de lokale impact van Europese wetgeving. De voorstellen bouwen voort op de conclusies van een institutionele taskforce uit 2018 en een raadplegingsproces dat in 2019 is gevoerd.

Olgierd Geblewicz (PL/EVP), voorzitter van het provinciebestuur van West-Pommeren en voorzitter van de Poolse vereniging van Poolse regio’s, was de rapporteur van het advies getiteld “Betere regelgeving: inventarisatie en verdere inzet” .

De heer Geblewicz zei: “Met deze praktische aanbevelingen willen wij een cruciaal streven van de ontslagnemende Europese Commissie bestendigen en kracht bijzetten, namelijk: beter samenwerken met alle bestuursniveaus met het oog op doeltreffendere en efficiëntere wetgeving. Eerste vicevoorzitter Frans Timmermans, die de samenwerking met regio’s en steden hoog in het vaandel draagt, pleitte vorig jaar voor een “nieuwe manier van werken” voor de EU. Met de voorstellen van vandaag brengt het CvdR nieuwe en zeer specifieke manieren voor het voetlicht die ervoor kunnen zorgen dat het regionale en lokale perspectief meer aandacht krijgt in de dagelijkse Europese besluitvormings- en bestuurspraktijk.

Onze gemeenschappelijke wens is om de strategische doelstellingen van de EU te verwezenlijken op een manier die recht doet aan de diversiteit van situaties en culturen in Europa. Dit streven naar de grootst mogelijke eenheid en tegelijk de grootst mogelijke diversiteit bij het verwezenlijken van effectieve beleidsresultaten – ‘subsidiariteit’ met andere woorden – is een uitdaging die ook kosten met zich meebrengt, maar de taskforce van vorig jaar en de inventarisatie-oefening van dit jaar bewijzen dat deze inspanning loont, zowel op het vlak van resultaten als op het vlak van beleid. In het verleden heeft de EU zich vooral toegelegd op het verzamelen van input van regio’s en steden wanneer beleid wordt opgesteld, maar subsidiariteit moet ook gaan over de impact van wetgeving op het terrein. Die kloof willen we dichten, en daarnaast willen we andere zwakke punten in het beleidsproces verhelpen. We willen ervoor zorgen dat het partnerschap met de regio’s en steden van de EU niet slechts een technische en legalistische oefening is, maar een beginsel dat de activiteiten van de EU omkadert en verrijkt.”

In maart 2019 richtte het CvdR het Netwerk van regionale hubs voor de evaluatie van de uitvoering van EU-beleid op, dat gedurende een proeffase van twee jaar de impact van EU-beleid op lokale en regionale overheden beoordeelt op drie gebieden: overheidsopdrachten, luchtkwaliteit en grensoverschrijdende gezondheidszorg. Met dit project werd al feedback over hervormingen op het gebied van overheidsopdrachten vergaard van EU-correspondenten in 36 regionale overheden in 16 landen, en van leden van hun netwerken. Het in juli dit jaar gepubliceerde verslag over de uitvoering van EU-beleid , dat op basis hiervan tot stand werd gebracht, diende als input voor een op 8 oktober goedgekeurd CvdR- advies waarin de intenties van de EU lof krijgen, maar aanzienlijke tekortkomingen geconstateerd worden wat het effect van de hervormingen betreft.

De heer Geblewicz zei: “Een project als ons mechanisme van regionale hubs kost tijd en geld, maar het doel ervan rechtvaardigt dit: komen tot kwalitatief hoogwaardig en doeltreffend beleid dat oog heeft voor de realiteit in het veld, beoordelen of EU-wetgeving meerwaarde oplevert en het wegwerken van bepaalde administratieve formaliteiten, beperkingen en financiële lasten. Vicevoorzitter Timmermans gaf ons initiatief vorig jaar zijn politieke steun. Nu zouden wij graag zien dat zijn opvolger, Maroš Šefčovič, financiering vindt om het levend te houden en verder te ontwikkelen als de proeffase een succes blijkt. Ons doel is ertoe bij te dragen dat de agenda voor betere regelgeving van de Commissie een duurzaam succes wordt. Het CvdR bewijst hiermee opnieuw een schakel tussen de EU en het regionale en lokale bestuursniveau en een katalysator voor partnerschappen te zijn.”

Voorts wordt in het advies gepleit voor een grotere rol voor lokale en regionale expertise op politieke en technische fora. Zo voert het CvdR aan dat het aantal deskundigen in de Raad voor regelgevingstoetsing zou moeten worden uitgebreid “omdat de regionale en lokale standpunten over Europese regelgeving dringend onder de aandacht van deze Raad moeten worden gebracht” en dat het Refit-platform van de Commissie – een ander orgaan dat betere Europese regelgeving beoogt – ook deskundigen van het lokale en regionale niveau zou moeten omvatten.

In het advies wordt opgemerkt dat de wens van de Commissie om de regelgeving beter en doeltreffender te maken, botst met een realiteit waarin “de wetgevingsdichtheid is toegenomen, waardoor de noodzakelijke interpretatieruimte bij de omzetting van richtlijnen kleiner is geworden”.

Op 30 september jongstleden keurde het Europees Parlement de benoeming van commissaris Šefčovič – thans vicevoorzitter voor de Energie-unie – tot vicevoorzitter voor Interinstitutionele Betrekkingen en Prognoses van de nieuwe Commissie (2019-2024) goed. Tijdens zijn hoorzitting zei commissaris Šefčovič dat “we de ‘ontvangers’ van Europese regelgeving beter bij een en ander moeten betrekken en meer moeten inzetten op ‘actieve subsidiariteit’, om het heersende beeld uit de wereld te helpen dat alles in Brussel wordt besloten.”

Hieraan voegde hij nog toe: “Wij zullen ervoor zorgen dat lokale en regionale overheden ons beter kunnen informeren over de lasten die zij ervaren bij het toepassen van nieuwe regelgeving, alsook over de oplossingen die zij daarvoor zien.”

Tijdens een grote conferentie in de Italiaanse senaat op 22 november zal het CvdR het overleg voortzetten over manieren waarop de lokale en regionale inbreng in de besluitvorming van de EU kan worden gewaarborgd.

Contact:

Andrew Gardner

Tel. +32 743 843 981

andrew.gardner@cor.europa.eu