Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Regionaal sociaal scorebord: nieuw onderzoek toont aan dat ruim 80 % van de EU-regio’s vooruitgang boekt, maar regionale ongelijkheden blijven bestaan  
CvdR-voorzitter Lambertz: “EU moet sociale vooruitgang en regionale investeringen centraal stellen”

De sociale vooruitgang ook op het regionale niveau meten, is cruciaal om ervoor te zorgen dat Europese, nationale en regionale investeringen de sociale doelstellingen van de EU helpen verwezenlijken. Het Europees Comité van de Regio's (CvdR) heeft daarom voor het eerst een regionaal sociaal scorebord opgesteld. Daaruit blijkt dat de meeste EU-regio's tussen 2014 en 2018 vooruitgang hebben geboekt, maar er ook aanzienlijke regionale verschillen bestaan.

Sinds 2018 monitort de Europese Commissie de sociale vooruitgang in de lidstaten door middel van een sociaal scorebord . Dat heeft betrekking op 12 beleidsterreinen, waaronder werkloosheid, onderwijs, kinderopvang, gezondheidszorg en digitale vaardigheden. Het CvdR — de EU-assemblee van lokale en regionale leiders — wees erop dat het scorebord van de Commissie enkel gegevens verstrekt voor het nationale niveau en werkte daarom op basis van Eurostat-gegevens een regionaal sociaal scorebord uit met als doel de sociale vooruitgang te meten in de verschillende Europese regio’s.

Volgens het regionaal sociaal scorebord is de algemene trend tussen 2014 en 2018 positief te noemen: meer dan 80 % van de EU-regio's boekte namelijk vooruitgang op sociaal gebied. Tegelijkertijd bestaan er aanzienlijke verschillen binnen de lidstaten, bijvoorbeeld tussen de noordelijke en zuidelijke regio's van Italië, een trend die ook waar te nemen viel in het eerder dit jaar door de Europese Commissie gepubliceerde regionale innovatiescorebord .

Karl Heinz Lambertz , voorzitter van het CvdR:

“Het succes van Europa hoort niet enkel in termen van economische, maar ook van sociale vooruitgang te worden gemeten. Dankzij een beter inzicht in de situatie in onze regio's kan de EU via haar beleid en investeringen de regionale verschillen efficiënter wegwerken en ervoor zorgen dat geen enkele burger achterblijft. Hoewel er wel degelijk vooruitgang is geboekt, toont het verslag van vandaag ook aan dat de EU het wegwerken van sociale ongelijkheden en het bevorderen van de territoriale cohesie in haar agenda centraal moet stellen. Dit onderzoek is nog maar een begin. Wij roepen de Europese Commissie op om voort te bouwen op onze inspanningen en de regionale dimensie te integreren in haar beleid, ook in het sociaal scorebord. Regio’s en steden staan klaar om mee te werken aan een duurzaam Europa, maar daarvoor hebben zij investeringen nodig. Daarom is er behoefte aan flexibiliteit in het stabiliteits- en groeipact, evenals aan een sterk cohesiebeleid en een sterk Europees Sociaal Fonds in de volgende EU-begroting.”

Belangrijkste bevindingen

Met de beschikbare gegevens van Eurostat kunnen 8 van de 12 beleidsterreinen van het sociaal scorebord van de Europese Commissie op het niveau van de regio’s ( NUTS 2 ) worden geanalyseerd, mits enkele aanpassingen. Op basis hiervan heeft het CvdR een regionaal sociaal scorebord opgesteld, dat de volgende conclusies heeft opgeleverd:

- Voortijdige schoolverlaters en voortijdige uitval uit opleidingsprogramma's: Praag wijst de weg. Hoewel het percentage voortijdige schoolverlaters in de EU is gedaald, van 13,9 % in 2010 naar 10,6 % in 2018, duiden de gegevens op aanzienlijke regionale verschillen. Zo heeft Tsjechië bijvoorbeeld een gemiddelde van 6,2 %, maar loopt dit uiteen van 2,7% in Praag tot 17,1 % in het noordwesten van het land. Spanje heeft een nationaal gemiddelde van 21,5 %, variërend van 6,9 % in Baskenland tot 29,5 in Melilla.

- Genderkloof: in geen enkele regio zijn meer vrouwen dan mannen aan het werk. In 2018 waren er in geen enkele EU-regio meer vrouwen dan mannen aan het werk. De regio's die de genderkloof op dit gebied tussen 2014 en 2018 het sterkst zagen slinken, zijn Noord-Norrland in Zweden (van 2,2 % in 2014 naar 0,5 % in 2018, ofwel -77,27 %), Haute-Normandie in Frankrijk (-63,83 %) en Brandenburg in Duitsland (-62,22 %).

- Aantal mensen dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting: sterke verschillen tussen Italiaanse regio’s. Hoewel er geen nauwkeurige gegevens voorhanden zijn voor alle EU-regio's, was er in het algemeen sprake van een verbetering, zij het met grote regionale verschillen: in Italië liep in Bolzano 8,5 % van de bevolking risico op sociale uitsluiting, tegenover 52,1 % in Sicilië.

- Jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen en geen baan hebben (NEET-jongeren): stijging in het Verenigd Koninkrijk. Er zijn aanzienlijke regionale verschillen. In de Nederlandse regio’s zijn de percentages het laagst (Utrecht: 3,2 %). Het hoogste percentage voor 2018 is te vinden in Frans-Guyana (33,1 %), gevolgd door de regio’s in het zuiden van Italië (Sicilië: 31,5 %). De regio’s met de grootste stijging bevinden zich voornamelijk in het Verenigd Koninkrijk (bijv. Noordoost-Schotland: van 7,7 % naar 12 %).

- Arbeidsparticipatie: best presterende regio’s bevinden zich in Scandinavië. De verschillen zijn groot: van 40,8 % in Mayotte (Frankrijk) tot 85,7 in Stockholm (Zweden). De regio’s in het zuiden van Italië en de overzeese gebieden van Frankrijk hebben de laagste arbeidsparticipatie, de Scandinavische regio’s de hoogste. De Spaanse en Hongaarse regio’s kenden de voorbije jaren de grootste verbeteringen.

- Werkloosheid: Griekenland herstelt nog van de crisis. Op enkele uitzonderingen na wisten alle Europese regio's hun werkloosheid de voorbije vier jaar terug te dringen, waarbij de grootste verbeteringen zich voordeden in regio's in Oost-Europa en in landen die niet tot de eurozone behoren. In continentaal Europa is de werkloosheid het hoogst in Griekse en Spaanse regio’s (met een piek van 27 % in West-Macedonië), het laagst in Duitse en Tsjechische regio’s.

- Langdurige werkloosheid: grote regionale verschillen; grootste verbetering in Polen. Op het gebied van langdurige werkloosheid zijn er grote verschillen (van 0,3 % tot 28,7 %). De Griekse regio’s presteren het slechtst en gebieden in Tsjechië, Polen en het Verenigd Koninkrijk het best. De Poolse regio’s laten in de voorbije vier jaar de grootste verbetering zien.

- Levensverwachting bij de geboorte: Spaanse en Italiaanse regio’s voeren de ranglijst aan. Op het gebied van gezondheidszorg is dit de enige indicator waarvoor regionale gegevens beschikbaar zijn. De levensverwachting is het hoogst in de Spaanse en Italiaanse regio's (regio Madrid: 85,1 jaar), het laagst in de Bulgaarse regio's (Noordwest-Bulgarije: 73,5 jaar).

In het verslag zijn de 281 NUTS 2-regio's waarvan de vooruitgang tussen 2014 en 2018 is beoordeeld, in vier categorieën onderverdeeld (zeven van de acht bovengenoemde indicatoren werden in aanmerking genomen, d.w.z. uitgezonderd “mensen die risico lopen op armoede of sociale uitsluiting”, wegens de versnippering van de gegevens):

Regio’s met een sterke verbetering - Regio's waar de afgelopen vier jaar zeven indicatoren positief waren (38 regio's, waaronder 7 in het Verenigd Koninkrijk, 5 in Italië, 4 in Nederland en 3 in Duitsland, Polen en Spanje)

Regio’s met een matige verbetering - Regio’s met 5 à 6 positieve indicatoren (188 regio’s)

Stagnerende regio’s - Regio’s met 3 à 4 positieve indicatoren (47 regio’s)

Regio’s die erop achteruitgaan - Regio’s met maar 1 à 2 positieve indicatoren (5 regio’s, waaronder Aquitanië en Mayotte in Frankrijk, Giessen in Duitsland en Noordoost-Schotland in het Verenigd Koninkrijk)

Contact:

Lauri Ouvinen

Tel. +32 22822063

lauri.ouvinen@cor.europa.eu