Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Regionale leiders vragen om opwaartse convergentie van minimumlonen in heel Europa en bestrijding van armoede onder werkenden, nu de COVID-crisis de inkomens van werknemers aantast  

Het CvdR stemt in met de ontwerprichtlijn over toereikende minimumlonen in de EU

Volgens regio’s en steden zijn de bestrijding van armoede onder werkenden en het waarborgen van opwaartse convergentie van minimumlonen voorwaarden voor een sociale, eerlijke en duurzame markteconomie in de Europese Unie. Het Europees Comité van de Regio’s (CoR) is dan ook ingenomen met het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn dat beoogt een kader voor de vaststelling van toereikende minimumlonen te bieden, met inachtneming van de bestaande nationale wetgeving en de rol van de sociale partners. Het door Peter Kaiser (AT/PSE), gouverneur van Karinthië, voorbereide CvdR-advies is deze week goedgekeurd, na een debat met een vertegenwoordiger van het Portugese voorzitterschap van de Raad.

De laatste jaren is er in veel lidstaten sprake van groeiende loonongelijkheid: het aantal met armoede bedreigde werknemers is gestegen van 8,3 % in 2010 naar 9,3 % in 2018. Daarnaast heeft ook de uitbraak van COVID-19 een negatief effect gehad op de lonen van werknemers, met name werknemers met de laagste lonen. Het CvdR dringt er daarom op aan een convergentieproces op gang te brengen om in alle lidstaten met een wettelijk minimumloon te komen tot een ondergrens van ten minste 60 % van het nationale mediane voltijds brutoloon en 50 % van het nationale gemiddelde voltijds brutoloon. Het dringt er tevens bij de Commissie op aan om zowel toekomstige capaciteitsopbouw als de autonomie van de sociale partners op Europees en nationaal niveau te ondersteunen.

Vasco Cordeiro , eerste vicevoorzitter van het Europees Comité van de Regio’s, zei: “Met toereikende minimumlonen in de EU komen we weer een stap dichter bij de uitbanning van armoede onder werkenden en de vermindering van armoede in het algemeen. Lokale en regionale overheden bevinden zich in een sleutelpositie om de voorgestelde richtlijn uit te voeren, te bevorderen en erop toe te zien. Samen met het actieplan voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en de sociale top van Porto toont dit initiatief eens te meer aan dat de EU zich sterk bekommert om de burgers, haar sociale dimensie en het herstel na de pandemie.”

Miguel Cabrita , Portugees staatssecretaris van Arbeid en Beroepsopleiding, zei: “Wij zijn allen van mening dat een toereikend loon voor werknemers in de Europese Unie van essentieel belang is om adequate arbeids- en levensomstandigheden te waarborgen, en om eerlijke en veerkrachtige economieën en samenlevingen op te bouwen. Toereikende lonen zijn een essentieel onderdeel van het Europese sociale model. Wij verdedigen allen het idee dat werk lonend moet zijn en delen de doelstelling om in de gehele EU toereikende minimumlonen te garanderen, hetzij bij wet, hetzij via collectieve onderhandelingen, met inachtneming van de nationale stelsels en de autonomie van de sociale partners.”

Hoewel slechts zeer weinig EU-regio’s wetgevende bevoegdheden hebben om minimumlonen vast te stellen, spelen zij een belangrijke rol bij de onderhandelingen over regionale collectieve overeenkomsten, in hun hoedanigheid van werkgever en bij de gunning van overheidsopdrachten, die ervoor moeten zorgen dat ondernemers de vigerende salarisvoorwaarden naleven en het recht op collectieve onderhandelingen eerbiedigen. Tegelijkertijd pleit het CvdR er in zijn advies voor om armoede onder werkenden aan te pakken met een veelzijdige benadering die rekening houdt met andere factoren, zoals het belastingstelsel, opleidingsinitiatieven, het niveau van sociale uitkeringen en het werkgelegenheidsbeleid.

Rapporteur Peter Kaiser (AT/PSE), gouverneur van Karinthië, zei: “Fatsoenlijke minimumlonen zijn een belangrijke bouwsteen van de Europese sociale pijler. De bijdrage van de lage-inkomensgroepen aan onze samenlevingen tijdens de COVID-19-crisis verdient erkenning, maar bovenal concrete actie. Er moet dringend iets gedaan worden aan armoede onder werkenden en de neerwaartse spiraal van ongezonde loonkostenconcurrentie. Wil werk in de EU voor iedereen lonend zijn, dan hebben we een bindende doelstelling nodig van een minimumloon dat ten minste 60 % van het nationale mediane brutoloon en 50 % van het nationale gemiddelde brutoloon bedraagt. Dit convergentieproces moet de bestaande nationale loonvormingsstelsels en de autonomie van de sociale partners eerbiedigen.”

Meer informatie:

Het waarborgen van toereikende minimumlonen voor alle werknemers is een van de 20 beginselen van de Europese pijler van sociale rechten . Op 4 maart heeft de Europese Commissie een actieplan gepresenteerd om de uitvoering ervan te versnellen en de weg te effenen voor de Sociale top van de EU in Porto op 7 en 8 mei.

Deze week publiceerde het CvdR een nieuwe studie , waarin de lokale en regionale dimensie van minimumlonen centraal staat. De conclusie luidt dat onevenwichtigheden tussen regio’s de goede bedoelingen van het minimumloonbeleid teniet kunnen doen. Zo garandeert het nationale minimumloon in veel hoofdstedelijke regio’s met hoge kosten van levensonderhoud geen fatsoenlijk inkomen. Bovendien zijn er in de EU, grensregio’s waar de minimumlonen aanzienlijk verschillen, wat gevolgen kan hebben voor de arbeidsmarkt aan beide zijden van de grens. In de studie wordt voorgesteld regionale beoordelingen van het “leefbaar loon” te ontwikkelen als basis voor referentiewaarden en wordt gewezen op de sleutelrol van de lokale en regionale overheden bij het toezicht op en de bevordering van de doelstellingen van de nieuwe richtlijn.

Contact:

Lauri Ouvinen

Tel. +32 473536887

lauri.ouvinen@cor.europa.eu