Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Vooruitgang van het Oostelijk Partnerschap vergt extra geld  
De herziening van de EU-strategie voor haar oostelijke buren zou moeten leiden tot meer sociale, economische en bestuurlijke hervormingen op lokaal en regionaal niveau.

Het komende decennium zou aanzienlijk meer geld moeten vloeien naar het partnerschap van de Europese Unie met de zes landen aan haar oostelijke grens, waaronder Oekraïne, aldus het Europees Comité van de Regio's op 5 december in een reeks aanbevelingen waarin de EU ook wordt opgeroepen om ervoor te zorgen dat de voordelen van de samenwerking niet alleen in de hoofdsteden maar ook daarbuiten worden gevoeld. Een van de vele andere specifieke voorstellen is de oproep voor de oprichting van een academie voor de opleiding van ambtenaren van lokale en regionale overheden en meer steun voor lokale grensoverschrijdende projecten.

Het advies komt op een moment dat de EU haar begroting voor 2021-27 vaststelt en haar werkzaamheden met de zes leden van het Oostelijk Partnerschap tegen het licht houdt: Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië, Armenië, Azerbeidzjan en Georgië. Over het algemeen sluit het advies aan op decenniumlange inspanningen van de EU om concrete veranderingen te ondersteunen die de governance verbeteren, de economie een impuls geven, het maatschappelijk middenveld ondersteunen en banden versterken. Het steunt ook de aanpak van de EU om de meeste tijd, geld en moeite in de meer hervormingsgezinde landen te investeren, maar stelt dat de EU haar steun voor hervormingen op lokaal en regionaal niveau moet opvoeren.

De rapporteur – Tadeuš Andžejevski (LT/ECR), lid van de gemeenteraad van Vilnius – zei hierover: “De afgelopen tien jaar waren we getuige van een zekere herverdeling van de macht naar regionale en lokale overheden, met name in Oekraïne, en – zeer positief – een reële gretigheid van de regio's en steden naar hervormingen en deelname aan door de EU gestarte bottom-up-initiatieven. Voorbeeld hiervan is het mondiaal Burgemeestersconvenant , dat gericht is op klimaatactie; een ander, nieuw initiatief is het Burgemeesters voor economische groei , specifiek opgericht voor de landen van het Oostelijk Partnerschap. Met de steun van de EU zien we dat subnationale overheden samenwerken met collega's in de regio, en we hebben met succes partnerschappen tussen steden en regio's in de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap getest. We moeten deze veranderingen aan de basis politiek, financieel en technisch ondersteunen. Deze steun moet een verschuiving van het evenwicht in de relatie omvatten, door steden en regio's een grotere rol te geven bij de besluitvorming en het beheer van projecten in hun gebied.”

Hij vervolgde: “Evenals de Europese Commissie menen wij dat een verhoging van het budget met 25 % op zijn plaats is. Het is duidelijk dat de EU heel veel kan doen om de governance te verbeteren, de economie een impuls te geven, het maatschappelijk middenveld te ondersteunen en de banden te versterken. Op lokaal en regionaal niveau kunnen veranderingen op met name drie gebieden grote en duurzame voordelen opleveren. Een daarvan is meer investeren in goed bestuur, bijvoorbeeld via een academie voor de opleiding van ambtenaren. We kunnen de economische groei stimuleren door de statistieken te helpen verbeteren, de toegang tot EU-programma's te vergemakkelijken en kleine ondernemingen te helpen. En uit ervaring in de EU weten we dat meer contacten tussen mensen en de ontwikkeling van grensoverschrijdende programma's veel sociale, culturele en economische voordelen opleveren; we moeten meer investeren in de uitbreiding van deze modellen in onze betrekkingen met onze oosterburen.”

Tot slot zei hij: “Dit zijn ambitieuze maar nog steeds bescheiden voorstellen die goed zijn voor de burgers, het bedrijfsleven, het openbaar bestuur, de democratie en de rechtsstaat in deze zes landen. Ze komen ook ten goede aan de burgers van de EU, het bedrijfsleven, het buitenlands beleid en de wens van de nieuwe Europese Commissie om meer geopolitiek te zijn.”

Het advies van het Comité van de Regio's – getiteld “Lokale en regionale overheden bij de vormgeving van het toekomstige Oostelijk Partnerschap” – zal worden meegenomen in het intergouvernementeel overleg in de aanloop naar een top medio 2020. Het CvdR heeft al voorstellen gedaan voor een inmiddels afgesloten raadpleging van belanghebbenden door de EU. De huidige strategie is gericht op '20 resultaten tegen 2020 ' met vier doelstellingen: een sterkere economie, een betere governance, grotere connectiviteit en een sterkere samenleving.

De aanbevelingen van het CvdR bevatten veel gedetailleerdere ideeën die door lokale en regionale politici in de landen van het Oostelijk Partnerschap worden gepromoot of ondersteund via de in 2011 door het Comité van de Regio's opgerichte Conferentie van regionale en lokale overheden in het Oostelijk Partnerschap (CORLEAP). Deze bevatten rapporten over lokale democratie , economische ontwikkeling , energie-efficiëntie , grensoverschrijdende samenwerking , de capaciteit het lokale en regionale bestuur , en partnerschappen tussen regio’s en steden onderling .

Volgens de aanbevelingen van het CvdR zou Corleap moeten worden versterkt om de decentralisatie in de landen van het Oostelijk Partnerschap meer te ondersteunen en de samenwerking tussen verenigingen van lokale en regionale overheden uit de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap te verdiepen.

Contactpersoon:

Andrew Gardner

Tel. +32 473 843 981

andrew.gardner@cor.europa.eu