Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Digitaal platformwerk: steden en regio’s dringen aan op strengere criteria voor de controle van de arbeidsstatus  

EU-steden en -regio’s verzoeken de Europese Commissie om strengere criteria om de status van werknemers van digitale platforms goed te definiëren en hun arbeidsomstandigheden te verbeteren. In een advies van Yonnec Polet (BE/PSE), eerste schepen van Sint-Agatha-Berchem, maakt het Comité zich ook zorgen over het gebruik van algoritmen en wijst het erop dat werknemers altijd recht moeten hebben op een beslissing van een menselijke manager of supervisor. Het advies is tijdens de zitting van 29 juni goedgekeurd.

Van de ruim 28 miljoen mensen in Europa die via digitale platforms werken, zijn er velen die momenteel niet de status van werknemer hebben. Het Comité is dan ook ingenomen met het mechanisme van het weerlegbare vermoeden van een arbeidsverhouding en de omkering van de bewijslast waarin het door de Europese Commissie in december 2021 ingediende voorstel voor een richtlijn voorziet. Het Comité is echter van mening dat de criteria voor een digitaal werkplatform om de uitvoering van het werk te controleren, nog te vaag zijn, waardoor veel werknemers nog steeds niet onder de definitie van werknemer vallen en geen aanspraak kunnen maken op de arbeidsrechten en sociale voordelen waarop zij recht hebben.

Volgens rapporteur Yonnec Polethouden ondernemingen die digitale platforms exploiteren bewust vast aan een juridische vaagheid die in hun voordeel werkt. Dankzij de nieuwe criteria voor het vermoeden van werkgeverschap zullen miljoenen platformwerkers hun situatie zien verbeteren doordat hun arbeidsstatus veranderd wordt in die van werknemer, waardoor zij toegang krijgen tot dezelfde sociale rechten als andere werknemers. Voorts moeten wij waakzaam zijn ten aanzien van het uitsluitend algoritmisch beheer van werknemers. Platformwerkers hebben recht op een menselijke gesprekspartner bij belangrijke beslissingen die hun status en arbeidsvoorwaarden betreffen.”

Elisabetta Gualmini (IT/S&D), rapporteur voor het Europees Parlement, zei tijdens de plenaire vergadering: “Ons gemeenschappelijke doel is ervoor te zorgen dat het door de Europese Commissie ingediende richtlijnvoorstel over platformwerkers zo doeltreffend mogelijk drie hoofddoelstellingen vorm gaat geven. Ten eerste is het belangrijk om mensen die via een platform werk verrichten correct in te delen in twee hoofdcategorieën: mensen die werken in een ondergeschikte arbeidsverhouding en echte zelfstandigen. Een einde maken aan schijnzelfstandigheid draagt ook bij tot eerlijke concurrentie tussen traditionele bedrijven en platforms, door gelijke spelregels voor alle werkgevers te garanderen. Ten derde moet het beheer van de algoritmen eerlijk en transparant zijn.”

Zoals in het advies van het Comité wordt opgemerkt, fungeren digitale werkplatformen als werkgevers zodra zij bepaalde elementen van de uitvoering van het werk controleren en er een relatie van ondergeschiktheid ontstaat. Van de door de Commissie voorgestelde criteria zou er dus één - in plaats van twee - voldoende moeten zijn om te vermoeden dat er sprake is van een werkgever en dus van een werknemer. Daarnaast moet de lijst worden aangevuld met andere criteria die rekening houden met maatregelen die erop gericht zijn de prijs van een dienst te bepalen of te beperken, de toewijzing van toekomstige werkaanbiedingen afhankelijk te maken van de aanvaarding van taken of de beschikbaarheid van de werknemer, of de mogelijkheid van een werknemer om een commerciële relatie aan te gaan met zijn opdrachtgever te beperken, waarbij ook ruimte wordt gelaten voor een striktere interpretatie door de bevoegde autoriteiten op nationaal niveau.

Ten tweede zouden digitale arbeidsplatformen moeten worden verplicht om de gedetailleerde werking van hun systemen voor automatische monitoring en besluitvorming, alsook de algoritmen, met betrekking tot arbeidsomstandigheden openbaar te maken. Het Comité benadrukt dat platformwerkers altijd recht moeten hebben op een beslissing van een menselijke manager of supervisor in geval van opschorting of beëindiging van het contract, de beloning van het werk, hun contractuele status of andere maatregelen met vergelijkbare gevolgen. Ook moet worden gezorgd voor de portabiliteit van de gegevens van werknemers ten behoeve van hun loopbaanontwikkeling, waarbij hun het recht wordt gegarandeerd om te worden vergeten en om hun gegevens te laten rectificeren.

Het advies van de heer Polet pleit er verder voor dat er richtsnoeren worden opgesteld voor digitale arbeidsplatformen en personen die platformwerk verrichten om ervoor te zorgen dat de activiteitensector waartoe zij behoren correct wordt vastgesteld en de wetgeving en collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn op deze sector volledig ten uitvoer kunnen worden gelegd; In dit verband wordt gewezen op de primaire rol van de vakbonden bij de verdediging van de rechten van de werknemers. Het is ook van essentieel belang ervoor te zorgen dat de handhavingsinstanties over het nodige personeel en de nodige opleiding beschikken.

Tot slot benadrukt de rapporteur dat steden en regio’s een rol te spelen hebben bij de bescherming van werknemers van digitale platforms. “In veel lidstaten zijn het immers de subnationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de arbeidswetgeving en het bepalen van de status van werknemers. Lokale en regionale overheden moeten niet alleen betrokken worden bij de verbetering van de arbeidsomstandigheden van platformwerk, maar moeten ook worden ondersteund en opgeleid om hun vaardigheden op dit gebied te vergroten,” aldus de heer Polet.

Contactpersoon:

Lauri Ouvinen

Tel.: 32 473536887

lauri.ouvinen@cor.europa.eu

Delen: