Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Meer investeringen in ontbrekende verbindingen kunnen van grensregio's slimme groeikernen maken  

Lokale leiders roepen de EU-instellingen en nationale regeringen op wat te doen aan het gebrek aan publieke en particuliere investeringen in vervoersverbindingen in grensregio's om de leef- en werkomstandigheden van honderdduizenden Europese burgers te verbeteren.

 

Veruit de meeste EU-middelen (95 %) gaan naar de belangrijkste corridors van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-V). Kleine grensoverschrijdende projecten komen vaak niet voor Europese of nationale financiering in aanmerking omdat binnenlandse routes meestal groter van omvang zijn. Maar samenhangende pakketten relatief eenvoudige maatregelen kunnen Europese grensregio's helpen om slimme, functionele gebieden te worden die diensten en voorzieningen voor ondernemingen, onderwijs, gezondheidszorg, toerisme, sport, cultuur, onderzoek en innovatie combineren en nieuwe economische, sociale en culturele groeikansen voor hun burgers scheppen.

 

Daarom zouden kleinere grensoverschrijdende infrastructuurprojecten even hoog op de Europese agenda moeten staan als grotere TEN-V-projecten en zouden meer publieke en particuliere investeringen moeten worden aangetrokken om te zorgen voor adequate vervoersverbindingen tussen beide kanten van de grens en met de grotere Europese netwerken. Dit is de boodschap van het advies over ontbrekende verbindingen in grensregio's dat het Europees Comité van de Regio's op 8 februari heeft goedgekeurd.

 

"Dankzij de inzet van het Comité groeit het bewustzijn van het potentieel van kleinere infrastructuurvoorzieningen in grensregio's. De oproep van de Europese Commissie tot het indienen van voorstellen ter waarde van 110 miljoen euro voor de financiering van kleine grensoverschrijdende verbindingen kan een belangrijk keerpunt zijn. Om de ontbrekende verbindingen in grensregio's te realiseren is er een geïntegreerde financieringsstrategie nodig die alle beschikbare instrumenten combineert, waaronder de CEF, het Interreg-programma, de Europese structuur- en investeringsfondsen en het Europees Fonds voor strategische investeringen", aldus Michiel Scheffer (NL/ALDE), gedeputeerde bij de provincie Gelderland en rapporteur van voornoemd advies. "Door een relatief gering bedrag te investeren kan de EU de levenskwaliteit in grensgemeenschappen verbeteren en afgelegen economieën omvormen tot strategische groeikernen. Zo kan het soms abstracte begrip 'Europese meerwaarde' concreet worden gemaakt."

 

Behalve het gebrek aan investeringen vormt regelgeving vaak het grootste obstakel voor infrastructuurprojecten in grensgebieden. Regio's en steden stellen voor om de huidige problemen aan te pakken door het Luxemburgse voorstel voor een Europese grensoverschrijdende overeenkomst goed te keuren. Dat maakt het mogelijk de infrastructuurregels van het ene land in de aangrenzende regio van een ander land toe te passen.

 

Om het openbaar vervoer in grensregio's te verbeteren, stelt het Comité als eerste stap voor om dienstregelingen meer op elkaar af te stemmen. Een tweede stap zou het realiseren van grensoverschrijdende concessies voor openbaar vervoer zijn. Samen met een gecoördineerde verbetering van multimodale vervoersvoorzieningen zouden deze stappen een grote verandering betekenen voor het dagelijks leven van grensoverschrijdende forensen in de EU.

 

De lokale leiders hebben hun voorstellen geformuleerd in nauwe samenwerking met het DG MOVE van de Europese Commissie en de commissie TRAN van het Europees Parlement. Het Comité heeft een studie laten uitvoeren naar het potentieel van de realisering van ontbrekende vervoersverbindingen in grensregio's. Doel was om de impact in kaart te brengen van de modernisering van enkele specifieke verbindingen, zoals die tussen Praag en Nürnberg, de brug tussen Freiburg en Colmar en de ontbrekende 15 km geëlektrificeerd spoor tussen de Duitse grens en het Poolse Wroclaw.

 

Contactpersoon:
Pierluigi Boda (IT, EN)

Tel.: +32 2 282 2461

Mobiel: +32 473 85 17 43

pierluigi.boda@cor.europa.eu