Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Ontbrekende kleinschalige vervoersinfrastructuur belemmert het potentieel van de grensregio's van de EU  

Ontbrekende spoorwegverbindingen als uitdaging voor de cohesie en groei in grensregio's stonden centraal op een gezamenlijke conferentie van het Europees Comité van de Regio's (CvdR) en de Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) " Eurodistrict Pamina ". De conferentie vond plaats op 11 april in Brussel en werd bijgewoond door vertegenwoordigers van het Europees Parlement en EGTS'en uit Duitsland, Nederland, Tsjechië, Oostenrijk, Hongarije en Frankrijk, die aandrongen op meer financiering voor kleinschalige vervoersinfrastructuurprojecten in grensgebieden.

Perifere grensregio's staan vaak niet boven aan de lijst voor nationale of Europese investeringen in infrastructuur. Vorig jaar pas heeft de Europese Commissie vastgesteld dat er 176 grensoverschrijdende spoorverbindingen in de EU ontbreken, waarvan er 48 dringend verbeterd moeten worden en 19 door de lokale actoren als positief worden beoordeeld. Deze kleine projecten, die relatief weinig medefinanciering vergen, kunnen de Europese grensregio's helpen het leven van de burgers te verbeteren door een betere verbinding met de naburige regio en de rest van Europa, een betere toegang tot openbare diensten en de grensoverschrijdende arbeidsmarkt en een groter potentieel voor economische ontwikkeling.

" Vaak is het maar een paar kilometer vervoersinfrastructuur die grensgemeenschappen in de weg staan om hun potentieel volledig te benutten . EU-fondsen zoals de Connecting Europe Facility (CEF) en het cohesiebeleid dragen hiertoe bij, maar we moeten meer gebruik maken van deze middelen. Daarom moeten we solide financiering voor het cohesiebeleid, en met name voor Europese territoriale samenwerking, in stand houden. Als we willen dat Europa samen groeit, zijn de lokale en regionale overheden het best in staat om deze kleine projecten te ontwikkelen, die echt een verschil maken en laten zien dat de EU een meerwaarde heeft voor elke burger ", aldus CvdR-voorzitter Karl-Heinz Lambertz .

Rémi Bertrand , voorzitter van de EGTS Eurodistrict PAMINA (Frankrijk-Duitsland), zei: " De ontbrekende schakel Karlsruhe-Rastatt-Haguenau-Saarbrücken is een goed voorbeeld van hoe dicht de lokale en Europese betekenis van ontbrekende schakels bij elkaar liggen: vier Europese corridors liggen dicht bij elkaar; een traject van slechts enkele kilometers tussen Rastatt en Haguenau kan deze corridors met elkaar verbinden en een belangrijke alternatieve route creëren . Tegelijkertijd zou het hele grensoverschrijdende gebied economisch worden ontwikkeld: de burgers van de grensregio zouden een betere toegang hebben tot de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, gezondheidszorg en lokale voorzieningen. De 140 bedrijven langs het traject kunnen hun goederen overbrengen van de weg naar het spoor en zo ook een belangrijke bijdrage leveren aan de bescherming van het milieu ."

In 2016 zijn de commissie COTER van het CvdR en de Commissie TRAN van het Europees Parlement hun initiatief voor ontbrekende verbindingen begonnen met een gezamenlijke vergadering van beide organen. Dit gedeelde streven heeft er in 2019 toe geleid dat de Europese Commissie in het kader van de CEF een eerste succesvolle oproep tot het indienen van voorstellen heeft gepubliceerd, waarbij 140 miljoen euro is geïnvesteerd in 13 grensoverschrijdende vervoersprojecten. Een tweede oproep tot het indienen van voorstellen voor via de CEF medegefinancierde projecten loopt tot 24 april 2019 voor de ondersteuning van kleinschalige projecten op het meer perifere "uitgebreide" netwerk van het TEN-V met 65 miljoen euro. Het initiatief voor de ontbrekende verbindingen mag hier echter niet ophouden, aangezien veel van die verbindingen nog geen deel uitmaken van het TEN-V en dus niet in aanmerking komen voor de CEF. Het dichten van deze financiële kloof was een van de belangrijkste thema's tijdens de conferentie bij het CvdR.

Michael Cramer , lid van het Europees Parlement, voegde daaraan toe: "Ofwel kiezen we voor grote projecten, die vele miljarden euro's kosten en die misschien over 30 jaar klaar zijn . Ofwel voor kosteneffectievere, kleinschalige projecten die tastbaar en sneller bijdragen aan de integratie van Europa. Het verheugt mij echter vooral dat het pleidooi van de Groenen voor een heroverweging van het investeringsbeleid op EU-niveau gehoor heeft gevonden en dat hier concreet werk van wordt gemaakt. In een eerste ronde sinds 2017 financiert de Europese Commissie voor het eerst specifiek kleine projecten voor grensoverschrijdende ontbrekende trajecten met 140 miljoen euro. Dit kan slechts het begin zijn ."

Voor 2019 en 2020 worden nog meer CEF-oproepen verwacht, die volgens het CvdR een goede gelegenheid bieden om te voorzien in de behoefte aan financiële middelen voor kleine, grensoverschrijdende projecten ter verbetering van de territoriale samenhang, de regionale toegankelijkheid en de economische ontwikkeling in grensregio's. Verder dringt het CvdR aan op een herziening van het regelgevingskader voor de TEN-V-verordening om ervoor te zorgen dat de aanleg van ontbrekende verbindingen een van de topprioriteiten voor de financiering van het vervoersnetwerk wordt.

Contact:

Europees Comité van de Regio's EGTS "Eurodistrict Pamina"

Carmen Schmidle Nelly Sämann

Tel. +32 (0)2 282 2366 Tel. (FF) + 33 (0)3 68 33 88 22

Tel. (DE) + 49 (0)7277 89 990 22

nelly.saemann@bas-rhin.fr