Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Lokale overheden willen dat er bij de evaluatie van de uitvoering van het EU-milieubeleid ook wordt gekeken naar klimaatverandering  

Brussel, 25 april 2017 - De commissie Milieu, Klimaatverandering en Energie (ENVE) van het Europees Comité van de Regio's (CvdR) heeft tijdens haar vergadering vandaag in Brussel gedebatteerd over de ‘governance’ van de nieuwe energie-unie, klimaatfinanciering en elektriciteitsmarkten. Eurocommissaris voor Milieu Karmenu Vella praatte de leden bij over de laatste ontwikkelingen op het gebied van de evaluatie van de uitvoering van het milieubeleid van de EU (EIR), terwijl EP-lid Claude Turmes zijn steun uitsprak voor het CvdR-initiatief om naar concrete mechanismen voor multilevel energy governance te zoeken. De commissie ENVE heeft zich ook gebogen over zaken als de energie-efficiëntie van gebouwen en het ruimtevaartbeleid van de EU.

Commissaris Vella zette de laatste ontwikkelingen op het gebied van de Environmental Implementation Review (EIR) uiteen, een project dat in mei 2016 van start is gegaan om erachter te komen waarom de milieuwetgeving in Europa niet goed wordt uitgevoerd, aanbevelingen te formuleren om de naleving te verbeteren en het politieke debat in de Milieuraad aan te zwengelen. De heer Vella sprak over de eerste ronde van EIR-dialogen, die in Estland, België en Slowakije al hebben plaatsgevonden, en verzocht het CvdR om de lidstaten ertoe aan te moedigen alle nationale, regionale en lokale overheden te betrekken bij hun EIR-dialogen, in een poging de oorzaken van de slechte uitvoering in kaart te brengen. Hij kondigde ook de ‘EIR peer-to-peer tour’ aan, die dit najaar zal worden gelanceerd tijdens een evenement bij het CvdR om lidstaten en regionale en lokale overheden de kans te geven ervaringen en kennis uit te wisselen. Daarnaast gaf hij aan dat publiek-private partnerschappen verder in overweging moeten worden genomen als efficiënte manier om de Natura 2000-gebieden te beheren.

Commissaris Vella nam ook deel aan de gedachtewisseling over een advies over EIR, dat momenteel wordt voorbereid door Andrew Cooper (UK/EA), lid van de districtsraad van Kirklees, die onderstreepte dat er gegevens moeten worden verzameld om een ‘nuttig vergelijkingsinstrument’ te maken voor het verbeteren van de uitvoering van de milieuwetgeving. Cooper zou graag zien dat de Commissie tijdens de EIR ook kijkt naar klimaatverandering, chemische stoffen en de richtlijn inzake industriële emissies. In het werkdocument van het CvdR wordt aanbevolen dat de Europese Commissie een gedragscode voor nationale EIR-dialogen ontwikkelt en verticale dossierteams van verschillende regeringen opzet om ervoor te zorgen dat steden en regio's ten volle worden betrokken bij de evaluatie.

De commissie ENVE wees Marco Dus (IT/PSE) aan als rapporteur voor een advies over klimaatfinanciering, dat voor de zitting van oktober op de agenda staat. Om als geloofwaardige partners in de VN-klimaatonderhandelingen te worden beschouwd moeten steden en regio's laten zien dat zij iets voor het klimaat kunnen doen. Met dit advies wil het CvdR een bijdrage leveren aan de discussies van de COP23 en daarom bevat het voorstellen voor verbetering van de wijze waarop klimaatfinancieringsinstrumenten tot stand komen en worden gebruikt, zodat steden en regio's verdere bijdragen kunnen leveren aan de bestrijding van de opwarming van de aarde.

Tijdens deze ENVE-vergadering werd ook het ontwerpadvies van Bruno Hranić (HR/EVP) over ‘Governance van de energie-unie en schone energie’ goedgekeurd. Hranic is van mening dat de EU-lidstaten alleen een succes kunnen maken van de energie-unie als ze bij hun planning en rapportage formeel rekening houden met de knowhow van steden en regio's. Tijdens het debat gaven de medewerkers van de Europese Commissie te kennen dat zij zich hiervan bewust zijn en schaarde de rapporteur van het Europees Parlement, Claude Turmes, zich achter de voorstellen van het CvdR tot wijziging van de ontwerpwetgeving door expliciete verwijzingen naar multilevel governance op te nemen. Zo zou het CvdR moeten worden betrokken bij het comité voor de energie-unie dat door de Europese Commissie zal worden opgericht, omdat de meeste energievriendelijke inspanningen lokaal zullen worden geleverd, of het nu krachtcentrales voor hernieuwbare energie zijn of de isolatie van gebouwen en de betrokkenheid van de lokale gemeenschap bij dergelijke projecten. De rapporteur pleit ook voor het creëren van een gunstiger bedrijfsklimaat, via gerichte signalen, strategieën, normen en voorschriften die worden bevorderd in het kader van financieringsinstrumenten waarbij openbare middelen worden ingezet ter ondersteuning van particuliere investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. De voorstellen van de rapporteur zullen worden besproken met een reeks belanghebbenden tijdens de Europese Week van de duurzame energie in juni en met het Estse voorzitterschap en andere EU-instellingen tijdens de externe ENVE-conferentie in Tallinn op 3 juli, voordat ze worden voorgelegd aan de voltallige vergadering van het CvdR op 12-13 juli.

Voorts hechtte de commissie ENVE haar goedkeuring aan een ontwerpadvies over ‘energie-efficiëntie en gebouwen’, opgesteld door Michiel Rijsberman (NL/ALDE), gedeputeerde in Flevoland. Rijsberman zei: “Europa zal de lat hoger moeten leggen op het gebied van energie-efficiëntie, willen we de doelstellingen van Parijs halen. De Europese Commissie wil het streefcijfer voor energie-efficiëntie optrekken van 27% naar 30% tegen 2030, maar wij denken dat een bindend streefcijfer van 40% haalbaar is; daarmee zou de CO2-uitstoot tegen 2030 met 50% in plaats van 40% worden verlaagd.” Rijsberman wees erop dat een hoger streefcijfer voor energiebesparing “de gasinvoer van de EU van 60% zou verminderen en 1,2 à 1,3 miljoen nieuwe banen in Europa zou scheppen.”

Ook het ontwerpadvies van Daiva Matoniene (LT/ECR) over hernieuwbare energie en de interne elektriciteitsmarkt kon op bijval van de ENVE-leden rekenen. Mevrouw Matoniene, lid van de gemeenteraad van Šiauliai en voormalig staatssecretaris van Milieu in Litouwen, zei: “We moeten gunstige omstandigheden creëren voor het optimale gebruik van schone energie en voor de totstandbrenging van een efficiënte elektriciteitsmarkt. We zijn dan ook ingenomen met het pakket ‘Schone energie voor alle Europeanen’, omdat het dit doel wil helpen bereiken. De Europese Commissie moet echter meer aandacht besteden aan de ontwikkeling van nieuwe milieuvriendelijke en energie-efficiënte technologieën. We moeten de elektriciteitsmarkt openbreken en meer integratie tot stand brengen. We zijn ook zeer te spreken over de verhandelbare ‘groene’ certificaten, die de handel zullen vergemakkelijken en een echt geïntegreerde markt dichterbij helpen brengen. Om dit pakket te doen slagen moet de EU meer aandacht besteden aan de positieve rol die lokale en regionale overheden kunnen spelen bij de ondersteuning van energiegemeenschappen.”

Tot slot wisselden de ENVE-leden van gedachten over het werkdocument ‘Een ruimtevaartstrategie voor Europa’ van rapporteur Andres Jaadla (EE/ALDE). Jaadla wees erop dat de ruimtevaartsector ongeveer 50 miljard euro toegevoegde waarde en 200 000 banen oplevert. De heer Jaadla, lid van de gemeenteraad van Rakvere, onderstreepte de kansen die een ruimtevaartbeleid kan bieden aan steden en regio's en kondigde een ‘ruimtevaartweek’ aan, die in november van dit jaar zal worden georganiseerd door het Estse EU-voorzitterschap dat in juli van start gaat. Doel hiervan is het ruimtevaartbeleid promoten en de vele toepassingen ervan onder de aandacht brengen.

De volgende vergadering van de commissie ENVE wordt gehouden op 4 juli 2017 in Tallinn, Estland.


Klik hier om foto's van de vergadering te bekijken of te downloaden.

Klik hier om de genoemde documenten te raadplegen.

Contactpersoon:
David Crous
Tel. +32 (0)470 88 10 37
david.crous@cor.europa.eu