Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
De spoorwegsector benutten voor groene groei op lokaal en regionaal niveau  
Lokale en regionale leiders wijzen op het potentieel van de spoorwegsector voor de Green Deal en andere belangrijke beleidsprioriteiten van de EU

Het potentieel van de spoorwegsector bij het verwezenlijken van de beleidsprioriteiten van de EU is het centrale thema en de titel van een advies dat de leden van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) tijdens hun decemberzitting hebben goedgekeurd. Rapporteur Pascal Mangin (FR/EVP), lid van de regioraad van Grand Est, zet in zijn advies uiteen hoe de vervoerssector kan worden vergroend door beter gebruik te maken van het spoor en hoe het spoor kan bijdragen tot een grotere economische en sociale cohesie in Europa’s regio’s.

De nieuwe Europese Commissie heeft decarbonisatie en het beperken van de klimaatverandering bovenaan de politieke agenda geplaatst in het kader van de Europese Green Deal. 27 % van de broeikasgasemissies in de EU is afkomstig van de vervoerssector. De spoorwegen hebben een van de laagste emissiepercentages van alle vervoerswijzen en zijn ook de enige sector waarvan de totale uitstoot afneemt, ondanks toenemende vervoersvolumes. Met name regionale en lokale spoorlijnen kunnen niet alleen de decarbonisatie en het beperken van de klimaatverandering ten goede komen, maar ook bijdragen aan andere overkoepelende beleidsprioriteiten van de EU.

De spoorwegen bieden een goede combinatie van snelheid, veiligheid, comfort, efficiëntie en milieuprestaties . Toch neemt het spoor nog steeds niet meer dan 12 % van het goederenvervoer voor zijn rekening (wegvervoer 50 %) en minder dan 10 % van het personenvervoer. Groot probleem is dat de verbindingen niet gelijkmatig over de EU-regio’s zijn verdeeld, zelfs al zijn de secundaire regionale lijnen van groot belang voor het verbinden van de belangrijkste vervoersassen met het platteland en de perifere gebieden van de EU. Door te zorgen voor de nodige infrastructuur worden niet alleen steden, peri-urbane regio’s en plattelandsgebieden beter met elkaar verbonden, maar zullen ook de economische en sociale verschillen tussen steden, peri-urbane regio’s en het platteland afnemen, zal de interne markt worden versterkt en zal het vrije verkeer van personen en goederen worden verbeterd” , aldus Pascal Mangin (FR/EVP), rapporteur voor het advies over het potentieel van de spoorwegsector bij het verwezenlijken van de beleidsprioriteiten van de EU .

De modal shift vereist op EU-niveau een aantal strategische maatregelen in het kader van de Europese Green Deal (zoals de toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt, systemen voor evenwichtiger belading en investeringen in digitalisering). Tegelijkertijd moet de spoorwegsector werk maken van betere betrouwbaarheid, comfort en betaalbaarheid van de treinen voor passagiers en goederen. De spoorwegsector en de overheden van de EU zouden zich samen ook kunnen afvragen hoe het best tegemoet kan worden gekomen aan de groeiende roep om herinvoering van nachttreinen in de EU, nu burgers steeds meer op zoek zijn naar klimaatvriendelijkere alternatieven voor langeafstandsreizen in Europa. De lokale en regionale overheden komt een belangrijke rol toe bij het aanzwengelen van discussies met zowel publieke als private partijen over financiering en oplossingen die een reëel en betaalbaar alternatief bieden voor meer vervuilende vervoerswijzen.

De spoorwegsector moet investeren in digitalisering, cyberveiligheid en deur-tot-deurdiensten en moet knelpunten in de laatste kilometer aanpakken, en we moeten die sector financieel en met wetgeving ondersteunen om de modal shift naar vervoersvormen met een lage uitstoot te stimuleren . Daarbij valt te denken aan ‘internalisering van externe kosten’, zoals vervuiling, door toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt, herziening van de huidige btw-vrijstellingen die van toepassing zijn op bepaalde vormen van grensoverschrijdend vervoer maar niet op het spoor, en een eventuele algemene groepsvrijstelling voor investeringen in intermodale logistieke platforms ”, aldus rapporteur Mangin .

Hij pleitte voorts voor erkenning van de bijzondere rol van stations als culturele platforms. “ Reizigersstations zijn belangrijke cultuurdragers met een groot bereik . Vooral in middelgrote steden vormen stations vaak een bron van onbenutte mogelijkheden en bieden ze alternatieve locaties voor musea en culturele festivals ”, zo vindt Mangin . Hij stelt ook voor om de populaire programma’s #DiscoverEU en Interrail naar een hoger plan te tillen met een speciale reeks evenementen in Europese steden en regio’s voor lokale treinstations.

Contactpersoon:

Carmen Schmidle

Tel. +32 (0)494 735787

carmen.schmidle@cor.europa.eu