Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Bij de grootschalige uitrol van hernieuwbare energie in de EU moet ten volle rekening worden gehouden met de lokale en regionale dimensie  

In dit interview beantwoordt Andries Gryffroy (BE/EA), lid van het Vlaams Parlement en rapporteur van het Europees Comité van de Regio’s voor het advies “Wijziging van de Richtlijn betreffende hernieuwbare energie om de nieuwe klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen”, dat is aangenomen tijdens de zitting van 27-29 april, vier vragen over de rol van lokale en regionale overheden bij de herziening van deze richtlijn en hun bijdrage aan de energieonafhankelijkheid van de EU. In dit advies wordt de Europese Commissie verzocht na te gaan of het haalbaar is de doelstellingen van de richtlijn nog verder aan te scherpen, op basis van een grondige effectbeoordeling waarin rekening wordt gehouden met de asymmetrische gevolgen hiervan voor regio’s in de hele EU.

In hoeverre draagt de richtlijn hernieuwbare energie bij tot het streven van de EU om onafhankelijk te worden van externe energieleveranciers?

Door de oorlog in Oekraïne is energiezekerheid bovenaan de politieke agenda komen te staan en is duidelijk geworden wat de prijs is van de afhankelijkheid van de EU van de invoer van fossiele brandstoffen. Met het onlangs goedgekeurde REPowerEU-plan wordt een stap in de goede richting gezet om de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen gauw te verminderen en de energietransitie te versnellen.

Diversificatie van de energiebronnen en vergroting van het aandeel hernieuwbare energie in de energiemix van de EU zijn van cruciaal belang om de bedreigingen voor de energiezekerheid aan te pakken en een eind te maken aan de hoge energieprijzen, die kwetsbare burgers in de problemen brengen.

Daarom moeten we onze investeringen in hernieuwbare energiebronnen opvoeren en de richtlijn hernieuwbare energie aanpassen aan de klimaatambitie van de EU om de uitstoot van broeikasgassen (BKG) tegen 2030 met 55 % te verminderen.

We hebben meer steun nodig op lokaal en regionaal niveau om energiegemeenschappen te ontwikkelen, onze openbare gebouwen van energie te voorzien met hernieuwbare energiebronnen en de transport-, bouw- en industriesector alternatieve energiebronnen aan te bieden die veilig, betaalbaar en duurzaam zijn.

Waarom is wijziging van de richtlijn hernieuwbare energie zo belangrijk om de nieuwe klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030 te halen?

Als de EU de mondiale klimaatdoelstellingen wil halen en tegen 2050 klimaatneutraal wil zijn, is er een ambitieus en stabiel regelgevingskader nodig. In zo’n kader moet terdege rekening worden gehouden met de rol van de lokale en regionale overheden en het is dan ook belangrijk dat de lidstaten de lokale en regionale overheden volledig betrekken bij de planning en uitvoering van nationale klimaatmaatregelen.

Vanuit lokaal en regionaal perspectief zijn er volgens ons meer stimulansen nodig voor de oprichting van hernieuwbare-energiegemeenschappen. Het vergunningsproces moet verder worden vereenvoudigd en de administratieve obstakels en factoren die de toegang tot het net verhinderen, moeten uit de weg worden geruimd. Waar het vooral om gaat, is dat collectieve zelfopwekking en zelfconsumptie van hernieuwbare energiebronnen moeten worden gestimuleerd. We moeten de investeringen opvoeren met behulp van overheidsfinanciering, steunprogramma’s van de EU en publiek-private partnerschappen – ook over de grenzen heen, in de vorm van projecten op het gebied van hernieuwbare energie die strategisch bijdragen tot een werkelijk geïntegreerd, koolstofvrij en gedecentraliseerd EU-energiesysteem.

Welke rol is er in de richtlijn weggelegd voor regio’s en steden en hoe kunnen zij er hun voordeel mee doen?

De productie van hernieuwbare energie heeft een sterke lokale dimensie en in de richtlijn worden de rol van lokale energiegemeenschappen en de voordelen die zij kunnen opleveren voor de betrokken burgers en gebieden erkend.

Het potentieel voor de productie van hernieuwbare energie is echter verschillend in stedelijke en plattelandsgebieden, op eilanden en in berggebieden. De natuurlijke omstandigheden voor de productie van zonne-energie, windenergie of waterstof lopen uiteen, maar ook de aanwezigheid van specifieke industrieën en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verschillen in de EU.

Oplossingen die ideaal zijn in Zweden, zijn dat misschien niet in bijvoorbeeld Frankrijk of Polen. De maatregelen en prioritaire investeringen waarvoor momenteel in Vlaanderen wordt gekozen, zijn wellicht niet mogelijk in andere regio’s van de EU.

In de Europese wetgeving op het gebied van hernieuwbare energie moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van elke regio, evenals met het verschillende territoriale effect dat de voorgestelde maatregelen in de verschillende regio’s en binnen de lidstaten teweegbrengen, en daarbij moet de voorkeur worden gegeven aan een bottom-upbenadering in plaats van een top-downbenadering.

Wat moeten de drie belangrijkste prioriteiten van de herziene richtlijn hernieuwbare energie zijn?

Ten eerste moeten we het beginsel van technologische neutraliteit respecteren, zodat de EU haar economie op een kostenefficiënte manier koolstofvrij kan maken en tegen 2050 klimaatneutraal kan worden, tegen de laagste sociale en economische kosten. Daarom mogen we technologieën die meer dan 70 % van de broeikasgasemissiereductie kunnen opleveren of die de terugwinning van materiaal en de ontwikkeling van circulaire-economiemodellen mogelijk maken – ook, maar niet alleen, in de vervoerssector – niet uitsluiten.

Ten tweede moeten we de integratie van de energiemarkt versterken en ik ben dan ook heel blij met het voorstel in de herziene richtlijn om grensoverschrijdende samenwerking bij projecten op het gebied van hernieuwbare energie nog meer aan te moedigen. Dit is van cruciaal belang om een geïntegreerd, koolstofvrij en gedecentraliseerd energiesysteem tot stand te brengen. Maar als de regio’s hun potentieel in het nieuwe energielandschap volledig willen kunnen benutten, dan moet de EU meer steun verlenen aan grensoverschrijdende projecten op het gebied van hernieuwbare energie waarbij lokale en regionale overheden zijn betrokken en die verder gaan dan de projecten die in het kader van TEN-E zijn gepland.

Ten derde moeten we wereldleiders worden op het gebied van groene waterstof en moeten we de ontwikkeling van de markt voor schone waterstof stimuleren. Waterstof moet samen met andere duurzame energiedragers een sleutelrol spelen in de energietransitie. Hoewel groene waterstof prioriteit moet krijgen, kan koolstofarme waterstof als overgangsoplossing worden gebruikt voor decarbonisatiedoeleinden totdat er voldoende betaalbare groene waterstof beschikbaar is.

Achtergrond:

Het advies van het CvdRWijziging van de Richtlijn betreffende hernieuwbare energie om de nieuwe klimaatdoelstellingen voor 2030 te halenis aangenomen tijdens de zitting van april en is een prioritair dossier van de werkgroepGreen Deal Going Local(GDGL) van het CvdR. Deze groep, die werd opgericht injuni 2020 en bestaat uit 13 lokale en regionale gekozen vertegenwoordigers, streeft ernaar dat de steden en regio's van de EU rechtstreeks worden betrokken bij de vaststelling, uitvoering en evaluatie van de talrijke initiatieven in het kader van de Europese Green Deal, de EU-strategie voor duurzame groei om tegen 2050 tot klimaatneutraliteit te komen.

De hoofdpunten van ditadvies zijn:

Het CvdR

staat achter de verhoging van het streefcijfer voor hernieuwbare energie voor 2030 en het feit dat alle sectoren hieraan moeten bijdragen, en onderstreept dat een massale en snelle uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen van cruciaal belang is om de EU-klimaatdoelstellingen te verwezenlijken en de betaalbaarheid en voorzieningszekerheid van het energiesysteem van de EU te versterken;

pleit voor een flexibele en evenwichtige benadering van de doelstellingen inzake hernieuwbare energie, waarbij de voortdurende ontwikkeling van technologieën wordt gestimuleerd en investeerders zekerheid wordt geboden, terwijl tegelijk het concurrentievermogen van de EU in stand wordt gehouden en een duurzame en rechtvaardige transitie wordt gewaarborgd;

acht het van belang dat de wetgevingsvoorstellen in het kader van het “Fit for 55”-pakket samenhangend zijn en dat wordt vastgehouden aan het beginsel “energie-efficiëntie eerst” en het beginsel van technologieneutraliteit, om zo op de meest duurzame en kostenefficiënte wijze tegen 2050 broeikasgasneutraliteit te bereiken;

wijst erop dat de lokale en regionale overheden niet overal in de Europese Unie over dezelfde bevoegdheden beschikken en dat besluiten moeten worden genomen op het bestuursniveau dat de meest effectieve oplossing biedt.

Delen: