Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
De ontwikkeling van vaardigheden voor de groene en de digitale transitie vereist een sterke lokale aanpak  

In dit interview beantwoordt Csaba Borboly (RO/EVP) zes vragen over de Europese vaardighedenagenda voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht . De voorzitter van de regioraad van Harghita is rapporteur voor een ontwerpadvies waarin de Commissie wordt verzocht de in haar recente mededeling uiteengezette benadering te herzien en rekening te houden met de belangrijke rol die steden en regio’s in de meeste lidstaten spelen bij de ondersteuning en ontwikkeling van vaardighedengerelateerde infrastructuur. Het ontwerpadvies zal tijdens de zitting van 3 t/m 5 februari in stemming worden gebracht.

In uw advies verwelkomt u het onlangs gelanceerde Pact voor vaardigheden . Het pact is bedoeld om diverse belanghebbenden uit de gehele waardeketen bijeen te brengen. Hoe kunnen lokale en regionale overheden bijdragen aan de uitvoering van het pact, met het oog op de ontwikkeling van gemeenschappelijke strategieën en opleidingsprogramma’s?

De Europese Commissie moet de rol van lokale en regionale overheden erkennen, als eigenaren van de relevante lokale infrastructuur, als begunstigden van zowel EU-middelen als nationale en regionale steun, en als de belangrijkste toegangspoorten tot lokale en regionale gemeenschappen. Zij spelen een grote rol bij de financiering van onderwijs en de ontwikkeling van beleidsmaatregelen op het gebied van vaardigheden. Als de Europese Commissie rechtstreeks contact legt met lokale en regionale overheden die geïnteresseerd zijn in versnelde EU-financiering voor proefprojecten, kunnen de acties veel sneller en efficiënter worden uitgevoerd. Lokale en regionale partnerschappen tussen lokale en regionale overheden, deskundigengroepen, werkgeversvertegenwoordigers en aanbieders van onderwijs en opleiding zijn ook de snelste manier om te begrijpen hoe vaardigheden in een regionale context zo doeltreffend mogelijk kunnen worden verworven. Dergelijke partnerschappen kunnen lokale en regionale veranderingen op gang brengen door kennis, begrip en vertrouwen op te bouwen en door alle belanghebbenden erbij te betrekken.

Zowel in het beroeps- als in het technisch onderwijs zijn praktijklessen onontbeerlijk. Daarom is dit onderwijs, veel meer dan het onderwijs in digitale, taal- en andere zachte vaardigheden, gebonden aan concrete plaatsen en opleidingsfaciliteiten. Kunt u nu al goede praktijkvoorbeelden in een aantal regio’s noemen die een inspiratie kunnen vormen voor nieuwe initiatieven in andere regio’s?

Ja, er zijn tal van goede praktijkvoorbeelden in Europese regio’s. Ten eerste zijn digitale vaardigheden en STEM-vakken (wetenschap, technologie, engineering, wiskunde) een must geworden in beroepsonderwijs en -opleiding. In de meeste beroepen worden geavanceerde ITC en digitale vaardigheden gevraagd, bijvoorbeeld om geavanceerde machines of apparatuur te kunnen bedienen. In sommige lidstaten worden 3D-modelling en alternatieve en virtuele oplossingen gebruikt, zodat de digitalisering van beroepsonderwijs en -opleiding geen toekomstmuziek is, maar in delen van Europa – zoals in verschillende Duitse, Franse en Ierse regio’s – reeds een realiteit is.

In de meeste lidstaten spelen lokale en regionale overheden een grote rol bij de financiering van onderwijs en de ontwikkeling van beleidsmaatregelen op het gebied van vaardigheden. Zijn lokale en regionale overheden klaar om taken uit te voeren die verband houden met de versnelde inzet van EU-middelen via proefprojecten, met de formulering van lokale en regionale strategieën en actieplannen en met de opgetrokken financiering voor nieuwe initiatieven?

Ik ben van mening dat lokale en regionale overheden bereid zijn taken op zich te nemen die verband houden met de versnelde inzet van EU-middelen, aangezien zij een belangrijke rol spelen bij de financiering van onderwijs en bij de ontwikkeling van vaardighedengerelateerd beleid op lokaal niveau. Verschillende lokale en regionale overheden in de Europese Unie zijn verantwoordelijk voor het rechtstreekse beheer van ziekenhuizen, culturele centra en reddingsdiensten in berggebieden, om maar een paar voorbeelden uit mijn regio, Harghita, te noemen. Aangezien zij publieke en politieke verantwoordelijkheden dragen en ervaring hebben met begrotingsbeheer, zouden zij versneld EU-middelen kunnen beheren voor de uitvoering van projecten op het gebied van vaardigheden. Steden en regio’s hebben sleutelbevoegdheden op het gebied van onderwijs- en opleidingsbeleid en spelen een belangrijke rol in het jeugd- en werkgelegenheidsbeleid op lokaal niveau, en kunnen derhalve programma’s, proefprojecten en ondersteunende maatregelen lanceren op alle gebieden die verband houden met de doelstellingen van de vaardighedenagenda.

Tijdens de COVID-19-crisis hebben de meeste onderwijssystemen snel en flexibel ingespeeld op nieuwe uitdagingen, en in een aantal lidstaten is de digitalisering van het onderwijs bijzonder snel gegaan. In sommige minder ontwikkelde regio’s en in kansarme gemeenschappen is toegang tot digitale instrumenten echter een probleem geweest, en er zijn nog altijd gebieden met gebrekkige toegang tot het internet. Wat kunnen de EU en lokale en regionale overheden doen om de krachten te bundelen en deze lokale problemen, die amper blijken uit algemene regionale of nationale gegevens, op te lossen?

In het advies over de vaardighedenagenda waaraan wij nu de laatste hand leggen, wordt benadrukt dat beleidsinterventies moeten overeenstemmen met de regionale context en dat één aanpak voor iedereen niet werkt. Het voorstel bouwt voort op de ervaring die verschillende regio’s hebben opgedaan met de toegang tot digitale instrumenten, die van cruciaal belang zijn gebleken tijdens de COVID-19-pandemie. Er zijn verschillende manieren waarop de EU alle regio’s kan ondersteunen om ervoor te zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten. Ten eerste is er behoefte aan een geïntegreerde aanpak voor het vormgeven van financieringsmaatregelen: het aanbieden van digitaal onderwijs gaat verder dan de financiering van onderwijsplatforms en opleidingen op het gebied van digitale vaardigheden. Het omvat tevens infrastructuur zoals toegang tot breedband in minder welvarende regio’s, computers en laptops. Ten tweede moet de EU de samenwerking en uitwisseling van ervaringen tussen onderwijsstelsels en verschillende onderwijsprogramma’s op basis van de behoeften opvoeren, en de toegang van sociaal uitgesloten of kwetsbare personen tot onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit verbeteren. Ten slotte, maar niet minder belangrijk, zou de Europese Commissie moeten onderzoeken of zij een Europees platform kan opzetten met geselecteerde goede praktijkvoorbeelden dat voor de lokale en regionale overheden toegankelijk is, zodat zij inspiratie voor nieuwe initiatieven kunnen opdoen en strategieën voor aanpassing en veerkracht en actieplannen kunnen ontwikkelen.

U benadrukt in uw advies het belang van de Europese Green Deal en de gevolgen ervan voor werknemers in de meeste sectoren. Hoe kunnen beleidsmaatregelen werknemers helpen de veranderende wereld te begrijpen en in te zien dat zij op zoek moeten gaan naar nieuwe mogelijkheden en veerkracht moeten opbouwen?

Het EU-beleid moet de lancering vergemakkelijken van steunprogramma’s die gericht zijn op specifieke economische gebieden en specifieke doelgroepen in sectoren die door de groene transitie worden getroffen. Deze programma’s moeten werknemers in energie-intensieve sectoren informeren over de uitdagingen en kansen die de digitale en groene transitie met zich meebrengt. Om de doelgroepen te steunen dient er allereerst inzicht te worden verkregen in de regionale behoeften en kansen op het gebied van vaardigheden, voor elke betrokken sector, maar met name voor de auto-industrie, de bouw en bouwdienstverlening, de ontwerp- en creatieve sector, de farmaceutische industrie en de levensmiddelenbranche. Ten tweede moeten er mogelijkheden worden gecreëerd voor de bij- en/of omscholing van laaggekwalificeerde volwassenen om hen te helpen de arbeidsmarkt te betreden of aan het werk te blijven. Dit zou een hoge werkloosheid en een eventueel bezuinigingsbeleid helpen voorkomen. Wat de veerkracht betreft, moet de nadruk niet alleen liggen op huidige werknemers, maar ook op leerlingen, die dergelijke vaardigheden al tijdens hun schooljaren moeten verwerven.

Ter voorbereiding van het advies heeft u diverse raadplegingen gehouden, bijvoorbeeld de schriftelijke onlineraadpleging van belanghebbenden en de bilaterale onlinevergaderingen met de Europese Commissie en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop). Wat waren de belangrijkste punten van zorg die u tijdens de vergadering met Cedefop naar voren heeft gebracht? Welke acties en plannen hebben zij voorgesteld om de Commissie te helpen zich te concentreren op lokale en regionale kwesties en om de rol van lokale en regionale overheden in kaart te brengen?

Tijdens de raadplegingen met verschillende belanghebbenden hebben we zeer nuttige voorstellen ontvangen die ons hebben geholpen bij de voorbereiding van dit advies. Cedefop benadrukte dat het belangrijk is om laaggeschoolden te bereiken. Aangezien lokale en regionale overheden het meest vertrouwd zijn met de situatie in hun gebieden, bevinden zij zich in de beste positie om mensen te bereiken en lokale uitdagingen aan te pakken. Daarom moet het beleid worden gedifferentieerd en rekening houden met lokale kenmerken. Bovendien moet het initiële beroepsonderwijs, dat grotendeels gecentraliseerd is, verschillende soorten partnerschappen omvatten met onderwijs- en opleidingsinstellingen, ngo’s en bedrijven, om er maar een paar te noemen. Lokale en regionale overheden zijn het best geplaatst om deze banden tussen partners op lokaal niveau te organiseren.

Meer informatie

In juli 2020 presenteerde de Europese Commissie de nieuwe Europese vaardighedenagenda , die tot doel heeft de relevantie van vaardigheden in de EU te verbeteren met het oog op een duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht. Het bevat ambitieuze doelstellingen voor bijscholing (verbetering van bestaande vaardigheden) en omscholing (opleiding in nieuwe vaardigheden), die de komende vijf jaar moeten worden verwezenlijkt. Zo moet bijvoorbeeld jaarlijks 50 % van de volwassenen tussen 25 en 64 jaar een opleiding volgen en moet 70 % van de volwassenen in de leeftijdsgroep van 16-74 jaar tegen 2025 ten minste digitale basisvaardigheden hebben.

Het in november 2020 door de Europese Commissie gelanceerde pact voor vaardigheden is een model voor gezamenlijk engagement voor de ontwikkeling van vaardigheden in Europa, waarbij zowel de publieke als de particuliere sector betrokken zijn. De ondertekenaars komen overeen de belangrijkste beginselen van het Handvest na te leven en te handhaven: 1) bevordering van een cultuur van een leven lang leren voor iedereen, 2) totstandbrenging van sterke partnerschappen voor vaardigheden, 3) toezicht op vraag en aanbod van vaardigheden en anticipatie op de vaardigheidsbehoeften, en 4) bestrijding van discriminatie en bevordering van gendergelijkheid en gelijke kansen.

Contactadres voor de pers : pressecdr@cor.europa.eu