Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Wij pleiten voor een Europees regionaal scorebord om de klimaatactie van steden en regio’s te volgen en de impact ervan te beoordelen  

In dit interview beantwoordt Andries Gryffroy (BE/EA) vijf vragen over de impact van klimaatverandering in steden en regio’s en de rol van de Europese Green Deal bij het aanpakken van de opwarming van de aarde en het aansturen van de transitie naar een meer duurzame en veerkrachtige samenleving. Het lid van het Vlaams Parlement pleit voor een Europees regionaal scorebord om de klimaatactie van steden en regio’s te volgen en de impact ervan te beoordelen. Dat is een van de belangrijkste voorstellen in zijn advies over ‘ De gevolgen van de klimaatverandering voor de regio’s: een evaluatie van de Europese Green Deal ’, dat tijdens de plenaire vergadering van het Europees Comité van de Regio’s in december zal worden behandeld.

Hoe verhouden klimaatverandering en de Green Deal zich tot elkaar?

Met een initiatief als de Green Deal toont de EU haar vastberadenheid om op termijn, en in ieder geval vóór 2050, klimaatneutraal te worden en lanceert ze een groeistrategie die erop gericht is zowel het concurrentievermogen van de EU op peil te houden als een meer duurzame samenleving tot stand te brengen waarin efficiënter wordt omgegaan met hulpbronnen. De Green Deal kan onze klimaatdoelen helpen verwezenlijken door groene investeringen te stimuleren — mits de aanzet wordt gegeven tot een evenwichtige en doelgerichte aanpak die rekening houdt met de verschillen in economische en sociale omstandigheden in regio’s en steden, en op voorwaarde dat prioriteit wordt toegekend aan kosteneffectieve maatregelen en sectoren met een groter potentieel voor het scheppen van banen. Om een succesvolle transitie naar klimaatneutraliteit te waarborgen, moet de Green Deal er bovendien voor zorgen dat in het beleid een bottom-upbenadering wordt gehanteerd, dat de inspanningen eerlijk worden verdeeld over de verschillende EU-regio’s, met inachtneming van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel, en dat de nodige flexibiliteit wordt ingebouwd om kosteneffectiviteit te verzekeren.

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor lokale en regionale overheden bij het combineren van post-COVID-19-herstel met duurzame ontwikkeling op lange termijn?

De COVID-19-crisis heeft aangetoond dat onze samenlevingen en economieën kwetsbaar zijn en weerbaarder moeten worden gemaakt. Lokale en regionale overheden lopen voorop in de strijd tegen klimaatverandering door verregaande maatregelen te nemen om de CO 2 -uitstoot te verminderen en zo beter bestand te zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Tegelijkertijd staan de financiën van de lokale en regionale overheden zwaar onder druk door de crisis, waardoor hun vermogen om openbare diensten te verlenen in gevaar komt en de budgettaire mogelijkheden om te investeren in innovatieve en koolstofarme technologie worden beperkt.

Subnationale overheden moeten daarom ten volle worden betrokken bij het opstellen en uitvoeren van nationale herstelplannen en moeten gemakkelijker en rechtstreeks een beroep kunnen doen op financiële middelen. Het is ook van cruciaal belang dat we ons richten op initiatieven die op lange termijn de uitstoot kunnen helpen verminderen tegen lagere kosten, bijvoorbeeld door betere energieprestaties van gebouwen ( Renovation Wave ), duurzame mobiliteit, hernieuwbare energie en de circulaire economie.

Kunt u uw ‘lichtbakenbenadering’ toelichten?

De ‘lichtbakenbenadering’ houdt in dat één stad het voortouw neemt op een specifiek terrein en vervolgens andere belangstellende steden en gemeenten erbij betrekt door kennis te delen en goede praktijken uit te wisselen. Specifieke terreinen kunnen worden toegewezen op basis van oproepen tot het indienen van projecten, waarna de ‘lichtbakenstad’ geld ontvangt voor de uitvoering van een concreet project en vervolgens de methoden, resultaten en lessen die geleerd zijn deelt met de andere steden en gemeenten die deel uitmaken van een bepaald netwerk. We weten dat de kennis aanwezig is en de mogelijkheden voorhanden zijn. We moeten die kennis alleen delen en ter beschikking stellen aan anderen. In het Europees Comité van de Regio’s hebben we onlangs een overzicht van goede praktijken opgesteld, dat al 200 projecten omvat. Het maakt deel uit van ons Green Deal Going Local -initiatief, dat de aandacht wil vestigen op concrete lokale acties met als doel de uitwisseling van kennis en de verspreiding daarvan in de EU te bevorderen.

Hoe moeten de EU-middelen volgens u het subnationale niveau bereiken?

De hogere streefcijfers voor uitgaven voor klimaatgerelateerde maatregelen in de volgende EU-begroting voor 2021-2027 en het nieuwe herstelinstrument ‘Next Generation EU’, met name de toewijzing van 37 % van de 750 miljard EUR voor de verwezenlijking van de Green Deal-doelstellingen, zullen de EU op het juiste spoor zetten om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar deze belangrijke financieringsinstrumenten moeten rekening houden met de specifieke behoeften van regio's. We moeten ervoor zorgen dat de middelen voor steden en regio's op maat gesneden zijn, zodat ze een aanzienlijke impact op de lokale economie hebben.

Ondanks hun beperkte inkomstenbronnen zijn lokale en regionale overheden verantwoordelijk voor 65 % van de klimaat- en milieugerelateerde publieke investeringen. Daarom is het van essentieel belang dat zij rechtstreeks toegang hebben tot EU-middelen om lokaal een duurzaam ontwikkelingsbeleid te kunnen voeren. De mogelijkheden voor synergie tussen de Europese structuurfondsen en het herstelinstrument en met andere programma’s zoals Horizon Europa moeten worden benut om nieuwe oplossingen uit te werken voor de bestrijding van klimaatverandering en een meer veerkrachtige en duurzame lokale economie tot stand te brengen. De nationale energie- en klimaatplannen zouden de ruggengraat van het duurzame herstel kunnen worden, waarbij een structureel verband wordt gelegd tussen klimaat- en energiegerelateerde maatregelen, financiële behoeften en mogelijkheden voor herstel.

We weten dat overheidsfinanciering niet voldoende zal zijn om een tijdige klimaattransitie te waarborgen. Daarom moeten we sterke publiek-private partnerschappen smeden, een op participatie gebaseerde aanpak ontwikkelen en waardeketens herzien. In dit verband speelt de Europese Investeringsbank (EIB) een belangrijke rol door nauw samen te werken met regio’s en steden, groot en klein, om gericht bijstand te verlenen en steun te bieden bij hun transitie naar meer duurzame economische modellen. In het Europees Comité van de Regio’s zijn we bereid samen te werken met de Europese Commissie en de EIB om de financieringsmogelijkheden voor maatregelen in het kader van de Green Deal dichter bij de steden en regio’s te brengen.

Waarom is het belangrijk om toezicht te houden op de uitvoering van de Green Deal? Zijn de bestaande mechanismen geschikt voor het beoogde doel?

Veel regionale en lokale overheden voeren al klimaat- en energieplannen uit en werken aan de lokale weerbaarheid. Hun activiteiten worden echter zelden erkend en vaak niet in het bredere nationale plaatje gezien of gewaardeerd.

In elke fase van het proces moet voortdurend en structureel rekening worden gehouden met de plannen en bijdragen van steden en regio’s. Er bestaan al verschillende monitoringsystemen, maar deze zijn onvoldoende op elkaar afgestemd. Het is daarom van belang dat de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen lokaal worden aangepakt en dat ten volle gebruik wordt gemaakt van bestaande mechanismen, zoals die welke in het kader van het Burgemeestersconvenant zijn ontwikkeld. We moeten blijven streven naar een kosteneffectieve aanpak, synergie en complementariteit, en tegelijkertijd de lokale gegevensmonitoring verbeteren. Er zijn mechanismen en indicatoren nodig om de lokale en regionale gevolgen van klimaatverandering nauwkeurig te kunnen beoordelen, maar ook om vast te stellen in hoeverre steden en regio’s de broeikasgasemissies al hebben teruggedrongen en wat hun bijdrage is aan de strijd tegen klimaatverandering. Deze indicatoren zijn nodig om een duidelijk beeld te krijgen van de uitgangssituatie van elke regio op het gebied van klimaattransitie, zodat de specifieke kenmerken en behoeften van elk gebied beter in kaart kunnen worden gebracht. Met het oog hierop stellen wij voor een Europees regionaal scorebord in te voeren, als instrument om te bepalen hoe ver het staat met de lokale implementatie van de Green Deal en de herstelplannen. Het scorebord is ook bedoeld als kennisinstrument en zal ertoe bijdragen om de verscheidenheid aan behoeften van lokale en regionale overheden duidelijk te maken. Ook zal het helpen om goede praktijken in kaart te brengen en op bredere schaal ingang te doen vinden, waarbij te denken valt aan financierbare proefprojecten op lokaal en subnationaal niveau.

Achtergrondinformatie

Op 13 oktober 2020 hebben de Europese Commissie en het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) zich verbonden tot een nieuwe fase van samenwerking om de uitvoering van de Green Deal in de Europese regio’s en steden te versnellen. Frans Timmermans, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie voor de Europese Green Deal, riep de lokale en regionale overheden in een debat op om hun verantwoordelijkheid op zich te nemen en vorm te geven aan de Green Deal op de terreinen die onder hun bevoegdheid vallen. Het persbericht daarover kunt u hier lezen.

Green Deal Going Local (GDGL) is een nieuw initiatief van het Europees Comité van de Regio’s om steden en regio’s centraal te stellen in de Europese Green Deal en ervoor te zorgen dat zowel de EU-strategie voor duurzame groei als de COVID-19-herstelplannen zich vertalen in rechtstreekse financiële steun voor steden en regio’s en concrete projecten voor elk bestuursgebied.

‘Green Deal Going Local’ is op 15 juni 2020 van start gegaan met de oprichting van een specifieke werkgroep bestaande uit 13 leden . Lees het persbericht hier.

Ontdek de 200 beste Green Deal-praktijken van het CvdR op onze onlinekaart .

Contactadres voor de pers: pressecdr@cor.europa.eu