Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Een klimaatneutrale EU in 2050 is onmogelijk als de energie- en klimaatdoelstellingen niet worden aangescherpt  
Steden en regio’s van de EU geven prioriteit aan een specifiek ‘Fonds voor een rechtvaardige transitie’ in steenkoolregio’s, dat losstaat van de cohesiemiddelen, en steunen de doelstelling van Finland om op EU-niveau een overeenkomst over klimaatneutraliteit in 2050 te bereiken.

Nu klimaatverandering en decarbonisatie als prioriteit voor de nieuwe Europese Commissie naar voren komen in de zogenaamde ‘Green Deal’, heeft het Europees Comité van de Regio's (CvdR) verscheidene adviezen over de Europese klimaatagenda uitgebracht. Het gaat onder meer om aanbevelingen over de overgang naar schone energie in steenkoolregio’s en over de betrokkenheid van de lokale en regionale overheden bij de nationale energie- en klimaatplannen (NEKP’s) tot 2030. Tijdens een plenaire zitting die in het teken stond van de toekomst van het cohesiebeleid pleitten de leden voor een afzonderlijk fonds voor steenkoolregio’s en voor inspraak van de lokale en regionale overheden in investeringsbeslissingen . De steden en regio's van de EU zijn voorstander van een sterkere lokale verankering van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG’s) en waarschuwen dat de EU in 2050 niet klimaatneutraal kan zijn als zij geen ambitieuzere klimaat- en energiedoelstellingen vaststelt.

De leden hechtten hun goedkeuring aan het advies “Naar een duurzaam Europa in 2030: follow-up van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, ecologische omschakeling en de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering” , waarin de nadruk ligt op de pijler ‘planeet’ van de Agenda 2030 van de VN , namelijk de doelstellingen in verband met de ecologische en klimaattransitie. Volgens de leden is het dringend noodzakelijk om de SDG’s te ‘lokaliseren’, wat onder meer inhoudt dat er lokale en regionale doelstellingen, mijlpalen en voortgangsindicatoren worden vastgesteld en dat toereikende middelen ter beschikking worden gesteld.

Rapporteur Sirpa Hertell (FI/EVP) , gemeenteraadslid van Espoo, zei: “We kunnen de SDG’s alleen halen als de EU en de nationale niveaus samenwerken met de steden en regio’s. Want het zijn juist die steden en regio’s die de SDG’s ten uitvoer leggen door middel van duurzame projecten. In mijn stad Espoo hebben we dat met succes gedaan.” Ongeveer 65 % van de 169 subdoelstellingen waarin de 17 SDG’s zijn verdeeld, kan niet worden verwezenlijkt zonder de inzet van de lokale en regionale overheden ( OESO ).

Als voorwaarde voor de verwezenlijking van de SDG’s dringen de leden aan op volledige beleidscoherentie en daadwerkelijk meerlagig bestuur, waarbij de lokale en regionale overheden formeel worden betrokken bij de planning, uitvoering, monitoring, rapportage en verificatie, zowel op EU-niveau als wereldwijd. Stoppen met subsidies voor fossiele brandstoffen en sterke marktprikkels invoeren voor meer investeringen in schone oplossingen is een must, aldus de leden. Tijdens de nieuwe mandaatsperiode 2019-2024 is het CvdR van plan om de samenwerking met de interfractiewerkgroep ‘Klimaatverandering, biodiversiteit en duurzame ontwikkeling’ en de bevoegde commissies van het Europees Parlement te verdiepen om de uitvoering van de SDG’s op lokaal niveau te bespoedigen.

Rapporteur József Ribányi (HU/EVP) presenteerde het advies “Uitvoering van het pakket schone energie: geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen als instrument voor een lokale en regionale governanceaanpak inzake klimaat, actieve en passieve energie” . De vicevoorzitter van de raad van het comitaat Tolna legde uit : “Lokale en regionale overheden hebben rechtstreekse bevoegdheden op belangrijke gebieden van de energietransitie. Wij beheren grote gebouwenbestanden en transportnetwerken, zijn bevoegd voor stadsplanning en landgebruik en kunnen het decentraal opwekken van energie stimuleren. Lokale en regionale overheden zijn met andere woorden onmisbaar bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de nationale energie- en klimaatplannen (NEKP’s).

Het CvdR roept de lidstaten op om, conform de verordening inzake de governance van de energie-unie en de klimaatactie, lokale en regionale overheden nauwer te betrekken bij de vaststelling en toekomstige uitvoering van de nationale energie- en klimaatplannen. De EU-assemblee van steden en regio’s stelt ook voor om samen met de Europese Commissie een permanent platform voor vertegenwoordigers van de lidstaten, lokale en regionale overheden en leden van het CvdR op te richten en te coördineren, teneinde de samenwerking en samenhang bij de verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU tot 2030 en klimaatneutraliteit in 2050 te bevorderen.

De leden hebben ook hun goedkeuring gehecht aan een advies over de “Uitvoering van de Overeenkomst van Parijs door middel van een innovatieve en duurzame energietransitie op regionaal en lokaal niveau” . Rapporteur Witold Stępień ( PL/EVP) , lid van de regioraad van Łódź, benadrukte: Om de klimaatovereenkomst van Parijs uit te voeren en de ambitieuze emissiereductiedoelstellingen ter bescherming van het klimaat te halen, is een rechtvaardige energietransitie nodig.” Voorwaarde hiervoor is een nauwe betrokkenheid van de regionale en lokale overheden, aangezien zij het best geplaatst zijn om initiatieven op dit gebied te stimuleren en in de praktijk te brengen en om aan de verwachtingen van zowel burgers als bedrijven te voldoen”.

Het CvdR dringt er opnieuw op aan om de 2030-doelstelling van de EU voor de reductie van de broeikasgasuitstoot te verhogen van 40 % naar 50 %, de doelstelling voor hernieuwbare energie op te trekken tot 40 % en ambitieuzere doelstellingen vast te stellen op het vlak van energie-efficiëntie. Alleen zo kan Europa in 2050 klimaatneutraal zijn.

De leden hechtten voorts hun goedkeuring aan een advies over de Sociaal-economische structurele verandering van steenkoolregio's in Europa van rapporteur Mark Speich (DE/EVP) , staatssecretaris voor Federale, Europese en Internationale Zaken van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, dat een aanvulling vormt op het advies van rapporteur Stępień. De leden zijn het erover eens dat een specifiek fonds moet worden opgericht om de economische omvorming van steenkoolregio’s te ondersteunen en de sociaal-economische problemen ervan te verzachten. De betrokken fondsen moeten worden beheerd in het kader van het cohesiebeleid , maar moeten een aanvulling vormen op de cohesiebegroting.

De overgang naar schone energie in steenkoolregio’s en regio’s met energie-intensieve industrieën is van cruciaal belang voor de decarbonisatie van Europa en een voorwaarde voor de nakoming van de verbintenissen van de EU in het kader van de klimaatovereenkomst van Parijs. Steenkool is goed voor bijna een kwart van de totale elektriciteitsproductie in de EU. De kolensector levert ongeveer 240 000 banen in mijnen en elektriciteitscentrales in 41 regio’s en 12 EU-landen ( EC ).

De leden keurden unaniem een advies goed over Slimme steden: nieuwe uitdagingen voor een rechtvaardige overgang naar klimaatneutraliteit: hoe moeten de SDG's in praktijk worden gebracht?” . Rapporteur Andries Gryffroy (BE/EA) , lid van het Vlaams Parlement, verklaarde: “Steden en gemeenschappen komt een belangrijke rol toe bij de overgang naar een hulpbronnenefficiënt en klimaatneutraal Europa met een grote biodiversiteit. We moeten meer en betere mogelijkheden creëren om lokale en regionale actoren in deze ontwikkeling te ondersteunen. Hierbij is een bottom-upbenadering geboden, met slimme acties die voortvloeien uit samenwerking op het terrein. Deze inclusieve aanpak is ook nodig om de digitale kloof te dichten en ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare groepen niet achterblijven bij de overgang naar een digitale samenleving.” Het CvdR heeft dit advies uitgebracht op verzoek van het Finse EU-voorzitterschap.

Achtergrondinformatie

Klik hier voor foto's van de 136e zitting van het Europees Comité van de Regio's.

Klik hier voor het fotoalbum van de Europese Week van regio's en steden.

De helft van de wereldbevolking woont in steden; in 2050 zal dat aandeel waarschijnlijk 70 % bedragen. Steden verbruiken maar liefst 80 % van de energieproductie en stoten wereldwijd bijna evenveel aan broeikasgassen uit. Lokale overheden zijn van cruciaal belang, daar zij meer dan 70 % van de maatregelen nemen om de klimaatverandering te matigen en tot 90 % van de klimaataanpassingsmaatregelen. De VN wijzen erop dat klimaatactie economische voordelen biedt en dat investeren in koolstofarme maatregelen in steden wereldwijd tegen 2050 ten minste 23,9 biljoen USD zal opleveren.

Studie van het CvdR (september 2019) Financing climate action (part 2): cities and regions investing in energy

Studie van het CvdR (september 2019) The role of local and regional authorities in National Energy and Climate Plans taking into account the recommendations by the European Commission

Klimaatverandering: tijd voor actie. Artikel van Karl-Heinz Lambertz, voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s, over de klimaattop van de VN in New York op 23 september 2019.

Europa zal zonder zijn steden en regio's in 2050 niet klimaatneutraal zijn.

De Europese Week van regio’s en steden van dit jaar (7-10 oktober) telt meer dan 50 evenementen die verband houden met de energietransitie, de bestrijding van de klimaatverandering, biodiversiteit en de circulaire economie. Bekijk hier het programma.

Lees hier het laatste nieuws van de commissie ENVE.

Contact: David Crous / david.crous@cor.europa.eu / +32 (0) 470 88 10 37