Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Bezorgdheid over het ontbreken van een gestructureerde regionale dimensie in de overeenkomst tussen de EU en het VK  

Lokale en regionale leiders zijn blij dat er een akkoord is, maar wijzen op veel schade, onzekerheden en uitdagingen voor regio’s en steden

Lokale en regionale politici uit de Europese Unie hebben tijdens hun eerste ontmoeting met Britse collega’s sinds het sluiten van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK op 24 december 2020 te kennen gegeven dat ze in eerste instantie opgelucht zijn, maar dat ze zich grote zorgen maken over de gevolgen op lange termijn. Politici uit zowel de EU als het Verenigd Koninkrijk benadrukten dat ze graag nieuwe banden aangaan nu er een akkoord is bereikt dat een streep zet door de meeste interregionale programma’s en waarin geen rol is weggelegd voor regio’s bij het toezicht op en de verdere invulling van de deal.

Tijdens een vergadering van de Contactgroep van het Europees Comité van de Regio's (CvdR) en het Verenigd Koninkrijk op 11 januari jl. vonden politici aan beide zijden — waaronder Danuta Hübner (PL/EVP), lid van de stuurgroep voor de brexit van het Europees Parlement — dat het nog te vroeg is om conclusies te trekken, aangezien er in de eerste 11 dagen na het vertrek van het VK uit de EU maar mondjesmaat is gehandeld, mede als gevolg van aangelegde voorraden, COVID-19 en de onzekerheid voor bedrijven. EU-politici maken zich zorgen over wat er op lange termijn staat gebeuren op het gebied van gegevensbescherming, de impact voor de vissers in de EU en de mogelijke afzwakking van milieunormen in het VK.

Loïg Chesnais-Girard   (FR/PSE), president van de Regionale Raad van Bretagne en voorzitter van de Contactgroep CvdR-VK, zei: “In ieder geval is er nu eindelijk een akkoord en heeft zich vooralsnog geen ramp voltrokken — dat is wat ik hoor van mijn collega’s in de contactgroep en van havens, bedrijven en gemeenschappen in mijn regio, Bretagne. Maar de nieuwe relatie is nog pril en de huidige situatie brengt de oude en zeer nauwe banden tussen lokale en regionale autoriteiten aan beide zijden van het Kanaal en de Ierse Zee in gevaar. Er liggen dus nog veel praktische en politieke problemen op de loer.”

“Ik vrees dat vijfjaarlijkse evaluaties voor beide partijen een klimaat van onzekerheid zullen scheppen”, vervolgde hij. “Ik ben ook bang dat de overeenkomst die nu op tafel ligt nog geen garanties of perspectieven biedt voor doeltreffende samenwerking tussen de EU-regio’s en het VK. Deze contactgroep moet ervoor zorgen dat er nieuwe, hechte en goede betrekkingen ontstaan. Ik zal de heer Barnier, hoofdonderhandelaar van de EU, en het Europees Parlement vragen of ze kunnen bevestigen dat in de nog lopende onderhandelingen aandacht wordt besteed aan de regionale dimensie van deze zeer belangrijke relatie.”

Antje Grotheer (DE/PSE), vicevoorzitter van het parlement van de deelstaat Bremen, constateerde bezorgd dat "er [in de overeenkomst] niets wordt gezegd over de territoriale dimensie van de toekomstige betrekkingen", en benadrukte dat er nodig iets moet worden gedaan aan het feit dat “in geen enkel document formeel wordt erkend dat het CvdR het enige orgaan is waarin de samenwerking tussen de EU en het VK op regionaal niveau haar beslag krijgt". Als mogelijke opties noemt ze samenwerking met de nieuwe parlementaire partnervergadering of met het platform voor het maatschappelijk middenveld, of de oprichting van een specifiek orgaan voor lokale en regionale overheden.

EP-lid Hübner (PL/EVP), voormalig Europees commissaris voor regionale ontwikkeling, beschreef de handels- en samenwerkingsovereenkomst als een “geraamte” of “kader” en drong er bij lokale en regionale overheden op aan om lokale bedrijven te helpen inzicht te krijgen in de verschillende handelsbelemmeringen — zoals licenties, vergunningen, gezondheidscertificaten en btw-formulieren — die het akkoord met zich meebrengt. Gwendoline Delbos-Corfield (FR/Groenen), lid van de coördinatiegroep EP-VK, verklaarde dat “de adequaatheid van gegevens” — het delen van gegevens en de bescherming van persoonsgegevens — een heikel punt zou kunnen zijn voor het Europees Parlement, dat zich nog over de deal moet buigen en hiervoor wellicht tot april tijd nodig heeft.

De overeenkomst moet door het Europees Parlement worden goedgekeurd.

Lokale en regionale politici stelden een aantal punten aan de orde die tot problemen kunnen leiden wanneer de deal wordt beoordeeld door het Europees Parlement. Michiel Rijsberman (NL/Renew Europe), gedeputeerde van Flevoland, deed zijn beklag over de concessies van de EU op het gebied van visserij, waardoor de toegang van Nederlandse vissers tot Britse wateren zou worden beperkt en de volgens hem reeds bestaande oneerlijke verdeling van de quota ten gunste van Britse vissers nog meer zou worden scheefgetrokken. Una Power (IE/Groenen), lid van de graafschapsraad van Dún Laoghaire Rathdown, waarschuwde dat het recente besluit van de Britse regering om een in de EU verboden pesticide toe te laten “gevolgen kan hebben voor de bodem en waterlopen aan de andere kant van de grens”.

Fabian Zuleeg , directeur van het European Policy Centre, zei dat er op sommige gebieden verder moet worden onderhandeld, dat er op andere gebieden “erg weinig [rechts]zekerheid bestaat” en dat er op weer andere gebieden “meer duidelijkheid moet worden geschapen”. Hij toonde zich optimistisch over een belangrijk onderdeel van handel en zei dat er “wat de vaststelling van normen betreft, waarschijnlijk gebieden zijn waarop we met het VK kunnen blijven samenwerken”. Hij sprak echter zijn pessimisme uit over programma’s als Erasmus, het uitwisselingsprogramma voor studenten, omdat er in het Verenigd Koninkrijk momenteel geen politieke wil is om een samenwerking aan te gaan op dit vlak, en “op de een of andere manier zelfs geprobeerd wordt de deelname van lokale overheden en regionale overheden te verhinderen”. Hij vroeg zich ook af of het VK wel bereid is voldoende te betalen om ervoor te zorgen dat deelname aan het wetenschappelijk programma Horizon van de EU “voor beide partijen een wijs besluit is”.

Erasmus en wetenschappelijke samenwerking zijn — samen met de erkenning van beroepskwalificaties — een van de grote schadeposten waarmee burgers uit de EU en het VK te maken krijgen, aldus zowel de regionale als de gemeentelijke leiders van de EU en het VK.

Een andere schadepost die tijdens de vergadering werd besproken, was de terugtrekking van het VK uit een reeks Interreg-programma’s voor regionale samenwerking , met de opmerkelijke uitzondering van het Peace-programma (Ierland-Verenigd Koninkrijk). Het Peace-programma werd opgezet ter ondersteuning van het Goede Vrijdagakkoord, dat in 1998 een einde maakte aan bijna drie decennia van geweld in Noord-Ierland.

Kieran McCarthy (IE/EA), lid van de gemeenteraad van Cork, zei dat regio’s in het VK en de buurlanden “bijzonder werk hebben geleverd en de basis hebben gelegd voor Interreg”. Met de terugtrekking van het VK komt er nu een eind aan sommige programma’s. “We kunnen kijken naar een glas dat halfleeg is, maar het glas is ook nog steeds halfvol”, aldus McCarthy. Hij zou graag zien dat de EU een macroregionale strategie voor de Noordzee opstelt, waarbij de Britse regio’s worden uitgenodigd om deel te nemen, en dat Britse politici aandringen op het behoud van wetgeving die de oprichting mogelijk maakt van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) waarbij Britse regio’s betrokken zijn.

Andere CvdR-leden van de Contactgroep zijn: Ellen Nauta-Van Moorsel (NL/EVP), hoofd van de Nederlandse delegatie in het CvdR en burgemeester van Hof van Twente; Michael Murphy (IE/EVP), hoofd van de Ierse delegatie in het CvdR en lid van de graafschapsraad van Tipperary; Ximo Puig i Ferrer (ES/PSE), voorzitter van het bestuur van de regio Valencia; Aleksandra Dulkiewicz (PL/EVP), burgemeester van Gdańsk; Erik Flyvholm (DK/Renew Europe), burgemeester van Lemvig; Pehr Granfalk (SE/EVP), burgemeester van Solna; Maria Gomes (PT/PSE), burgemeester van Portimão; Karl Vanlouwe (BE/EA), lid van het Vlaams parlement; Oldřich Vlasák (CZ/ECR), lid van de gemeenteraad van Hradec Králové.

Het CvdR heeft in september 2020 de Contactgroep CvdR-VK opgericht en heeft in november 2020 voor het eerst vergaderd met vertegenwoordigers van het VK.

De CvdR-leden van de Contactgroep CvdR-VK hebben een vast mandaat, terwijl de Britse vertegenwoordigers van lokale overheden, decentrale parlementen en assemblees zullen variëren van vergadering tot vergadering, afhankelijk van de onderwerpen die worden besproken.

Tijdens de vergadering van 11 januari 2021 schoven vertegenwoordigers uit Engeland, Wales, Schotland, Noord-Ierland en Gibraltar aan. De Local Government Association , die de Engelse lokale overheden vertegenwoordigt, had de voorzitter van haar EU Exit-taskforce, gemeenteraadslid Kevin Bentley , en Gillian Ford naar de vergadering afgevaardigd. Beiden zijn oud-leden van het CvdR. Een Welsh perspectief werd geboden door Mick Antoniw van de Welshe Assemblee en oud-lid van het CvdR, terwijl Steven Heddle , van de Orkney Islands Council, de Conventie van Schotse lokale overheden (COSLA) vertegenwoordigde. Robert Burgess sprak voor de Northern Ireland Local Government Association (NILGA), terwijl het parlement van Gibraltar werd vertegenwoordigd door Joseph Garcia , vicepremier van de regering van Gibraltar.