Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Doeltreffender strategieën voor staatssteun en agrobosbouw zijn essentieel om de cohesiekloof in plattelandsgebieden te dichten  

Een duurzaam en efficiënt beheer van land- en bosbouw is van cruciaal belang om het landschap te behouden en te beschermen, de plattelandseconomie levend te houden, ontvolking tegen te gaan en aldus ontwikkelingsverschillen te bestrijden. Lokale en regionale leiders roepen de Europese Unie op om kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in plattelandsgebieden te ondersteunen, met name door middel van vereenvoudigde procedures voor staatssteunregels.

Het streven van de Europese Unie om tegen 2050 een klimaatneutraal continent te worden en haar inspanningen om plattelandsgebieden nieuw leven in te blazen, waarbij cohesie een fundamentele waarde van de EU blijft, moeten gepaard gaan met enige flexibiliteit in de regels voor staatssteun aan de landbouw en aan plattelandsbedrijven. Dat is de belangrijkste boodschap die door het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) wordt verkondigd in een advies over Toekomstige EU-regels inzake staatssteun voor de landbouw, de bosbouw en plattelandsgebieden, dat werd opgesteld door Guido Milana (IT/PSE), lid van de gemeenteraad van Olevano Romano, en werd aangenomen tijdens de zitting van 27 en 28 april.

Na de crisis als gevolg van de pandemie zet de oorlog in Oekraïne het economisch herstel van Europa en de groene transitie voor de landbouwsector onder druk. We kunnen het ons echter niet veroorloven om concessies te doen wat de aanpak van klimaatverandering betreft en wij zeggen duidelijk ”nee” tegen iedereen die van het conflict gebruikmaakt om te morrelen aan de Green Deal en de “van boer tot bord”-strategie. We onderschrijven het belang van investeringen in de groene transitie, maar pleiten er tegelijkertijd voor om deze transitie vergezeld te doen gaan van passende steunmaatregelen. Hierbij valt in de eerste plaats te denken aan staatssteun voor de landbouw-, plattelands- en bosbouwsector, die flexibeler en eenvoudiger moet worden. Met het oog hierop pleiten wij voor herdefiniëring van het begrip kleine en middelgrote ondernemingen en voor een nieuwe, specifiek op de landbouwsector afgestemde definitie van micro-ondernemingen, omdat ik er stellig van overtuigd ben dat deze bedrijven steun verdienen, aangezien zij de drijvende kracht achter de groene transitie zijn” aldus de rapporteur.

Lokale en regionale leiders roepen op tot steun aan landbouwbedrijven die zich inzetten voor de groene transitie, met name kleinere bedrijven die actief zijn op het gebied van landschapsbescherming, evenals micro-ondernemingen, die de transitie niet alleen aankunnen. De CvdR-leden benadrukken ook dat er voldoende steun moet worden verleend aan kleine en middelgrote ondernemingen in plattelandsgebieden, ongeacht of de onderneming in kwestie actief is in de landbouwsector.

De Europese Commissie moet met nieuwe voorstellen komen voor het verlenen van staatssteun in de landbouw. De nieuwe regels moeten vanaf 1 januari 2023 worden toegepast. Het Comité onderstreept dat de administratieve procedures voor lokale overheden die staatssteun ontvangen of het hoofd moeten bieden aan noodsituaties echt aan vereenvoudiging toe zijn. Vereenvoudigde kosten zijn momenteel alleen verenigbaar met de staatssteunregels als zij onder steunmaatregelen vallen die medegefinancierd worden uit EU-bronnen. Volgens het Comité lijkt er echter geen geldige reden te zijn om naargelang van de financieringsbron van de regeling verschillende methoden te blijven hanteren voor de berekening van de subsidiabele kosten.

Samen met de landbouw speelt de bosbouwsector een cruciale sociaal-economische rol in de regionale ontwikkeling, met name in de meest afgelegen gebieden, in bergstreken en in de meest achtergestelde regio’s. Voor deze sector zou het volgens lokale leiders tevens mogelijk moeten zijn om infrastructuurmaatregelen niet per definitie als steun aan te merken wanneer zij betrekking hebben op niet-productieve investeringen. In een apart advies, dat tijdens dezelfde zitting werd aangenomen en werd opgesteld door Joan Calabuig Rull (ES/PSE), onderminister voor EU-aangelegenheden en Externe Betrekkingen van de regio Valencia, wordt de aandacht gevestigd op de positieve bijdrage die industrieel en op duurzame wijze verwerkte en beheerde bosproducten leveren aan veel regionale economieën.

In het advies over de EU-bosstrategie voor 2030 wordt de Europese Commissie erop attent gemaakt dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen de ecologische en de sociale en economische aspecten van duurzaam bosbeheer en wordt benadrukt dat de diversiteit van de bossen moet worden gerespecteerd en behouden door gebruik te maken van duurzame beheerpraktijken.

Lokale leiders onderstrepen dat er meer Europese middelen moeten worden uitgetrokken voor duurzaam bosbeheer en pleiten voor duidelijke en realistische financiële afspraken, alsook voor vereenvoudiging van de administratieve procedures.

Rapporteur Calabuig zei hierover het volgende: “Het vaststellen van een gemeenschappelijk kader en gemeenschappelijke doelstellingen op Europees niveau is een zeer goede zaak, maar gezien de diversiteit van de bossen in Europa en het feit dat 40 % van de bossen door lokale en regionale overheden wordt beheerd dient een eventuele afzwakking van de subsidiariteit op dit gebied te worden vermeden. De EU, die over een breed scala aan bevoegdheden op dit het gebied beschikt, moet regio’s en gemeenten ondersteunen, omdat zij de Europese strategie uiteindelijk zullen uitvoeren. Deze aanpak is van essentieel belang om in sociaal, economisch en ecologisch opzicht tot duurzaam bosbeheer te komen.

De bosbouwsector, de landbouw en producten die verband houden met landgebruik, zoals biomassa, producten op basis van hout en producten van biologische oorsprong, dragen aanzienlijk bij tot de economische ontwikkeling en het scheppen van banen in plattelandsgebieden. Landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF) zijn sectoren die eveneens van cruciaal belang zijn voor het klimaatbeleid. Åsa Ågren Wikström (SE/EVP), lid van de provincieraad van Västerbotten en rapporteur voor het advies over de Herziening van de LULUCF-verordening en de verordening inzake de verdeling van de inspanningen: “We moeten oog hebben voor het potentieel van de bosbouwsector om de klimaatverandering tegen te gaan en om de lokale en regionale bio-economie te ontwikkelen. De koolstofvastlegging in het bos, productgebruik en bio-energie uit het bos kunnen de klimaatgevolgen kunnen helpen verminderen en nieuwe banen scheppen. Klimaatverandering is een grensoverschrijdend probleem dat niet alleen met acties op nationaal of lokaal niveau kan worden opgelost. Alle economische sectoren moeten bijdragen aan het verminderen van de CO2-uitstoot; daarbij moet een evenwicht worden gevonden tussen billijkheid en solidariteit. De maatregelen die nodig zijn om het roer om te gooien, moeten op feiten zijn gebaseerd en in samenspraak met de lokale en regionale overheden worden genomen.

Meer informatie:

In mei 2021 bracht de Europese Commissie een werkdocument uit met de samenvatting van de resultaten van een evaluatie van de staatssteunregels voor de landbouw- en de bosbouwsector en voor plattelandsgebieden. De conclusie van de evaluatie luidt dat er een aantal gerichte aanpassingen nodig kan zijn om de huidige regels af te stemmen op de actuele prioriteiten van de EU, het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en de Europese Green Deal. De goedkeuring van de herziene regels is gepland voor eind 2022, zodat deze in 2023 kunnen worden toegepast.

Het Europees Parlement en de Raad hebben de verordeningen betreffende het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) goedgekeurd, met name Verordening (EU) 2021/2115, die voorschriften bevat inzake steun voor strategische plannen, waarin het CvdR-advies over het nieuwe GLB in aanmerking is genomen.

In januari 2022 bracht het CvdR een advies uit over een langetermijnvisie voor plattelandsgebieden, opgesteld door de minister-president van Andalusië, Juanma Moreno.

Het CvdR heeft zich al uitgesproken over de biodiversiteitsstrategie en de “van boer tot bord”-strategie in zijn advies Biodiverse steden en regio’s na 2020 op de CBD COP 15 van de VN en in de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 en in zijn advies Van boer tot bord: de lokale en regionale dimensie.

Bossen beslaan een steeds groter deel van de grondoppervlakte (momenteel 43 %), vooral in ontvolkte regio’s. De bosbouwsector (bosbeheer en houtkap, hout- en papierindustrie) bood in 2018 rechtstreeks werk aan 2,1 miljoen mensen in de EU en genereerde voor 109,855 miljard EUR aan bruto toegevoegde waarde. In 2018 waren er 397 000 ondernemingen actief in de houtsector, wat neerkomt op 15 % van de verwerkende industrie. Daarnaast waren 1,2 miljoen mensen werkzaam in de meubelindustrie en in de papierverwerking en drukkerijbranche, samen goed voor een bruto toegevoegde waarde van resp. 25 en 31 miljard EUR. Nog eens 4 miljoen banen waren te vinden in de sectoren bio-energie, houtconstructie en andere bosproducten.

Duurzame landbouwpraktijken en klimaatbestendige bosbouwstrategieën die de biodiversiteit in Europa in acht nemen en helpen herstellen, zijn essentiële elementen van de Europese Green Deal, de EU-strategie voor duurzame groei om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. Green Deal Going Local is een vlaggenschipinitiatief van het Europees Comité van de Regio’s dat steden en regio’s centraal wil stellen in de transitie van de EU naar klimaatneutraliteit. Het omvat diverse oproepen tot actie, zoals Trees for Life, een enquête om de standpunten van steden en regio’s ten aanzien van de uitdagingen en kansen in verband met de lokale uitvoering van de Europese Green Deal in kaart te brengen en een oproep aan alle lokale en regionale overheden om hun klimaatverbintenissen te delen.

Contactpersonen:

Matteo Miglietta

Tel. +32 (0)470 895 382

matteo.miglietta@cor.europa.eu

David Crous

Tel. +32 (0)470 881 037

david.crous@cor.europa.eu

Delen :