Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
EU-wetgeving: ‎ ‎ Europese Commissie wil de rol van regio's en steden versterken  
EC-verslag neemt de aanbevelingen van de taskforce Subsidiariteit over

Het Europees Comité van de Regio's (CvdR) is ingenomen met het voornemen van de Europese Commissie om de lokale en regionale overheden nauwer bij de beleidsvorming van de EU te betrekken. Het CvdR steunt de in de mededeling van de Commissie aangekondigde voorstellen, die volgens het CvdR de kwaliteit en doeltreffendheid van het EU-beleid zullen verbeteren door steden en regio's meer inspraak te geven.

De mededeling van de Europese Commissie over de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid onderschrijft in grote lijnen de werkzaamheden en aanbevelingen van de taskforce Subsidiariteit en evenredigheid en Minder en efficiënter , waarin de voorzitter en twee leden het CvdR vertegenwoordigden. De Commissie wil het REFIT-platform , dat de kwaliteit van de EU-wetgeving moet verbeteren, herzien door het meer te richten op subsidiariteits- en evenredigheidskwesties en door de participatie van lokale en regionale overheden en de banden met CvdR-netwerken uit te breiden.

Het CvdR-proefproject "Regionale hubs" wordt in de mededeling van de Europese Commissie toegejuicht. Dit project is door voorzitter Lambertz eerder deze maand in zijn toespraak De staat van de Europese Unie: het standpunt van de regio's en steden aangekondigd. Het voorgestelde netwerk van regionale hubs zal dienen ter ondersteuning van de evaluatie van de uitvoering van het beleid en om de ervaring van de lokale en regionale overheden beter in de beleidsvorming van de EU te verwerken.

CvdR- voorzitter Karl-Heinz Lambertz zei: “Ik ben blij dat de Europese Commissie zich niet alleen heeft beziggehouden met en geluisterd naar nationale parlementen en lokale en regionale autoriteiten, maar ook actief is ingegaan op hun suggesties om de EU beter te laten functioneren. De EU moet haar werkwijze veranderen door besluiten zo dicht mogelijk bij de burgers te nemen. Door regio's en steden meer inspraak te geven in de besluitvorming van de EU kan de wetgeving van de EU doeltreffender en zichtbaarder worden. Het gaat niet om minder Europa, maar om een resultaatgericht Europa waar burgers op de eerste plaats komen.”

De Commissie moedigt de Europese Raad, het Europees Parlement en de nationale parlementen ook aan om gebruik te maken van het voorgestelde "Subsidiariteitbeoordelingsschema" en om vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden uit te nodigen voor hun vergaderingen tijdens de wetgevingsprocedure en de samenwerking met regionale parlementen te intensiveren. De Commissie stelt voor deze ideeën te ontwikkelen tijdens de conferentie "Subsidiariteit als bouwsteen van de Europese Unie" , die het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad van de EU op 15-16 november in Bregenz organiseert.

Naast voorzitter Lambertz vertegenwoordigden Michael Schneider (DE/EVP) en François Decoster (FR/ALDE) het CvdR in de taskforce Subsidiariteit.

Dr. Schneider, staatssecretaris van de deelstaat Saksen-Anhalt en voorzitter van de Stuurgroep Subsidiariteit van het CvdR, benadrukte: "Als regionale en lokale politici, belast met de uitvoering van de EU-wetgeving ter plaatse, helpt subsidiariteit ons om op het juiste niveau efficiënt in te spelen op de behoeften van onze burgers: Europees, nationaal en regionaal. n die zin ben ik zeer ingenomen met het voorstel van de Europese Commissie om politiek en juridisch beter gebruik te maken van de subsidiariteit. De komende tijd zullen veel regio's, via ons netwerk voor subsidiariteitstoezicht , de impact van de EU-wetgeving op regio's en steden onder de loep nemen om na te gaan hoe de dichtheid van de EU-wetgeving kan worden verminderd.

Om onze burgers dichter bij de EU te brengen, moedigen wij de toekomstige leden van het Europees Parlement aan ervoor te zorgen dat de Commissie na 2019 subsidiariteit hoog op haar agenda blijft plaatsen. Het Europees Comité van de Regio's staat klaar om samen met de EU en de nationale overheden het subsidiariteitsbeginsel in praktijk te brengen.

De heer Decoster, vicevoorzitter van de regioraad van Hauts-de-France , zei hierover: "Met de steun van de Europese Commissie zal de stem van de lokale en regionale overheden beter worden gehoord en zullen de overheden meer bij het Europese beleid betrokken worden. Ons beginsel van actieve subsidiariteit, zoals uiteengezet in het taskforceverslag, zal leiden tot beleid dat werkt en de eigen verantwoordelijkheid voor wat de EU doet, vergroot. Zo gezien stelt het mij echter teleur dat de Europese Commissie geen rekening heeft gehouden met het door mij voorgestelde Erasmusprogramma voor lokale en regionale vertegenwoordigers, dat hen in staat zou hebben gesteld om gezamenlijke initiatieven in het belang van de burgers te starten."

Achtergrond

De beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn vastgelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Bij het Verdrag van Lissabon is een mechanisme ingevoerd dat de nationale parlementen in staat stelt na te gaan of de ontwerpwetgeving van de EU met het subsidiariteitsbeginsel strookt. Via het "systeem voor vroegtijdige waarschuwing” hebben de nationale parlementen acht weken de tijd om duidelijk te maken waarom een wetsontwerp volgens hen niet met het subsidiariteitsbeginsel strookt. Indien het aantal met redenen omklede adviezen een derde van de aan de nationale parlementen toegewezen stemmen bedraagt, moet het ontwerp van de Commissie worden herzien. Deze "gele kaart"-procedure is tussen 2007 en 2017 slechts drie keer gebruikt.

De taskforce voor subsidiariteit, evenredigheid en minder en efficiënter optreden is in november 2017 opgericht door de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker. Hij verzocht de taskforce om zich over drie kwesties te buigen: (1) de rol van de lokale en regionale overheden in de beleidsvorming en de uitvoering van het beleid van de Europese Unie; (2) de rol van subsidiariteit en evenredigheid in de werkzaamheden van de instellingen en organen van de Unie; en (3) de vraag of de verantwoordelijkheid voor bepaalde beleidsterreinen moet worden overgedragen aan de lidstaten.

De taskforce is zeven keer bijeengekomen om de drie doelstellingen te bespreken. Op basis van dat overleg, een openbare hoorzitting en de inbreng van talrijke belanghebbenden worden in het verslag van de taskforce negen aanbevelingen gedaan met uitvoeringsmaatregelen voor de nationale parlementen, de nationale, regionale en lokale autoriteiten, het Europees Parlement, de Raad, het Europees Comité van de Regio's en de Europese Commissie.

Voorgezeten door de eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie, Frans Timmermans, bestaat de taskforce uit drie leden van het Europees Comité van de Regio's - voorzitter Karl-Heinz Lambertz (België), Michael Schneider (Duitsland) en François Decoster (Frankrijk) - en drie leden van nationale parlementen: Toomas Vitsut (Estland), Kristian Vigenin (Bulgarije) en Reinhold Lopatka (Oostenrijk).

Contactpersoon:

Lauri Ouvinen

Tel. +32 22822063

lauri.ouvinen@cor.europa.eu