Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
COVID-19 is de kans om vaart te zetten achter de milieuagenda  

​Dimtrios Karnavos​

In dit interview beantwoordt Dimitrios Karnavos (EL/EVP) vijf vragen over het 8 e milieuactieprogramma (MAP) . De burgemeester van Kallithea is de rapporteur van een ontwerpadvies waarin wordt aangedrongen op toereikende middelen voor lokale en regionale overheden voor de praktische uitvoering van het milieubeleid. Na een algemeen oriënterend debat in de commissie ENVE op 1 februari zal het ontwerpadvies tijdens de volgende zitting (3-5 februari) in stemming worden gebracht. Hoewel het milieubeleid van de EU de afgelopen decennia aanzienlijke resultaten heeft opgeleverd, staat Europa nog steeds voor ongekende uitdagingen op het gebied van milieu, klimaat en duurzaamheid. Daarbij gaat het onder meer om biodiversiteitsverlies, klimaatverandering, hulpbronnengebruik en vervuiling. Het 8e MAP is van cruciaal belang voor het aanpakken van deze uitdagingen in het post-COVID-19-tijdperk.

Op welke prioriteiten moet het 8e milieuactieprogramma volgens de lokale en regionale overheden gericht zijn?

Het 8e milieuactieprogramma biedt een strategische langetermijnvisie en een leidraad voor de totstandbrenging van een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte en duurzame economie tegen 2050, in overeenstemming met de Europese Green Deal, de nieuwe EU-strategie om tegen het midden van deze eeuw klimaatneutraliteit te bereiken. Het 8e milieuactieprogramma, waarin zes prioritaire doelstellingen zijn vastgesteld, weerspiegelt de doelstellingen en verwachtingen van de lokale en regionale leiders. De COVID-19-pandemie heeft ons geleerd dat een “gezond leven”-benadering ten grondslag moet liggen aan al het EU-beleid teneinde de menselijke gezondheid, een gezonde planeet, een gezonde economie en een gezonde samenleving met kansen voor iedereen te bevorderen. Met het oog hierop is het zowel essentieel als noodzakelijk om het verband tussen gezondheid en milieu te benadrukken. We moeten ervoor zorgen dat het 8e MAP bijdraagt tot een gifvrij milieu, de levensstandaard van mensen verbetert en gemeenschappen veerkrachtiger maakt. Ook moeten we ervoor zorgen dat het een duurzaam ondernemingsklimaat bevordert en groene investeringen op alle bestuursniveaus (EU, nationaal, regionaal en lokaal) stimuleert. Dit zijn de ingrediënten voor een sterkere en duurzamere EU na COVID-19.

Hoe kan het nieuwe MAP ervoor zorgen dat de milieu- en klimaatdoelstellingen beter worden geïntegreerd in het EU-beleid op andere terreinen? Hoe verhoudt het 8e MAP zich tot de Europese Green Deal?

Het is niet altijd eenvoudig om de milieu- en klimaatdoelstellingen een prominentere plaats te geven in het EU-beleid op andere terreinen, omdat de prioriteiten vaak anders liggen. Soms zijn het milieubeleid en het klimaatbeleid zelfs met elkaar in strijd. Zo wordt met het oog op klimaatbescherming en vermindering van de CO 2 -uitstoot bijvoorbeeld de bouw en exploitatie van installaties voor hernieuwbare energie bevorderd. Tegelijkertijd lijken de bijzonder belangrijke maatregelen om het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan en het Natura 2000-netwerk coherent te houden deels op gespannen voet te staan met het klimaatbeschermingsbeleid, bijvoorbeeld wanneer projecten voor hernieuwbare energie in beschermde gebieden worden gepland en uitgevoerd. We moeten daarom consequent handelen en dezelfde koers aanhouden, aangezien we allemaal voor dezelfde uitdagingen staan. Het is belangrijk dat we maximaal gebruik maken van de beschikbare instrumenten en methoden om een kader vast te stellen voor continue monitoring en voortdurende verbetering van de milieuprestaties, met inbegrip van investeringen in milieu- en klimaatbescherming. We moeten het ook eens worden over een duidelijke routekaart voor het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050. Wat de steden en regio’s betreft, mag niet uit het oog worden verloren dat lokale en regionale overheden een belangrijke rol vervullen bij het samenbrengen van bedrijven, onderzoeksinstellingen en universiteiten en bij het betrekken van burgers en lokale belanghebbenden bij het vaststellen en uitvoeren van milieubeleid.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat milieumaatregelen overal in de EU volledig ten uitvoer worden gelegd?

Het is een goede zaak dat een effectievere en efficiëntere uitvoering in het 8e MAP is aangemerkt als kernprioriteit. Om de uitvoering van het milieuactieprogramma te verbeteren, moeten de lokale en regionale overheden over de juiste instrumenten en toereikende middelen kunnen beschikken. Wij zijn immers verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van 70 % van de EU-wetgeving, 90 % van de maatregelen voor aanpassing aan de klimaatverandering en 70 % van de maatregelen ter beperking van de klimaatverandering. Daarom is er behoefte aan innovatieve benaderingen die lokale en regionale overheden in staat stellen maatwerkoplossingen te bieden om de uitvoering van het milieubeleid in het veld te verbeteren, of dat nu in steden, op het platteland of in kust-, berg- en eilandgebieden is. Meer onderzoek, gegevens en kennis zijn nodig om concrete milieuproblemen aan te pakken en kansen te benutten in verschillende soorten lokale en regionale gemeenschappen, aangezien elk geografisch gebied zijn eigen uitdagingen en zwakke en sterke punten heeft. Daarom pleit ik in mijn advies over het 8e MAP voor een plaatsgerichte of gebiedsgeoriënteerde totaalaanpak als beste manier om een gezonde levensstandaard te bereiken. We zullen niet slagen als we geen goed functionerend kader voor meerlagig bestuur tot stand brengen en alle bestuursniveaus aanzetten tot intensievere bestuurlijke, interregionale, intergemeentelijke en grensoverschrijdende samenwerking inzake milieubeleid. Ook moeten we de kennisbasis op milieugebied versterken, het potentieel van digitale en datatechnologie benutten en meer gebruik maken van natuurlijke oplossingen en sociale innovatie voor een betere uitvoering van de milieudoelstellingen. Zo hebben we in Kallithea, de op zeven na grootste gemeente in Griekenland en de op drie na grootste in de agglomeratie van Athene, een project uitgevoerd dat steunt op het gebruik van digitale technologieën (iBeacontechnologie en Augmented Reality) om bewoners en bezoekers warm te maken voor duurzame vervoerswijzen zoals lopen en fietsen, teneinde de CO 2 -uitstoot te verminderen, de luchtkwaliteit te verbeteren en het bewustzijn over de noodzaak om het historische en culturele erfgoed van de stad te behouden, te vergroten.

Hoe kan het 8e MAP ertoe bijdragen dat de lokale en regionale gemeenschappen in de EU voldoende middelen krijgen om de Europese milieu- en klimaatmaatregelen uit te voeren in het kader van een groen herstel na de COVID-19-crisis?

Zoals ik al eerder zei, is de beschikbaarheid van adequate middelen van cruciaal belang voor een succesvolle uitvoering van het milieu- en klimaatbeleid in het veld. Dit omvat gerichte financiering en een helder rechtskader, maar ook administratieve middelen zoals menselijke expertise, capaciteitsopbouw, kennis en uitwisseling van beste praktijken. In het 8e MAP moet een geïntegreerd kader worden ontwikkeld om de lokale en regionale overheden te voorzien van de juiste instrumenten, in overeenstemming met de strategie voor groen herstel uit de COVID-19-crisis. Het moet stimulansen bieden voor een ambitieuzer milieubeleid, met name voor degenen die achteroplopen, maar ook voor degenen die al goed presteren, om hen ertoe te motiveren het nog beter te doen. Ik geef toe dat ik het gebrek aan evenwicht tussen het akkoord over het meerjarig financieel kader voor 2021-2027 en het 8e MAP betreur. De twee moeten duidelijk beter worden gecoördineerd. Aan de andere kant ben ik blij dat in de volgende EU-begroting de ecologische en de digitale transitie centraal staan, dat 30 % van zowel de langetermijnbegroting van de EU als het Next Generation EU-pakket moet bijdragen aan de strijd tegen klimaatverandering en dat bijzondere aandacht wordt besteed aan milieu en biodiversiteit. Ik hoop dat het 8e MAP het juiste kader zal scheppen voor groene en blauwe investeringen en innovatie op alle bestuursniveaus. Die zijn namelijk van vitaal belang als we veerkrachtige gemeenschappen tot stand willen brengen en tegelijkertijd groei en banen willen creëren in een eerlijke en inclusieve samenleving die gebaseerd is op solidariteit. Ik verwacht ook dat het 8 e MAP voorziet in instrumenten voor capaciteitsopbouw, een databank met kennis en beste praktijken en stimulansen voor samenwerking tussen steden, zoals peerreviews en projecten waarbij partners van elkaar leren, plaatselijke bezoeken en groene jumelages, om het groene herstel te bevorderen.

Is COVID-19 een hinderpaal voor het verwezenlijken van de milieuagenda of een kans om sneller actie te ondernemen?

COVID-19 moet absoluut worden gezien als een kans om vaart te zetten achter de milieuagenda. In de afgelopen maanden zijn we getuige geweest van een verbetering van de luchtkwaliteit, een herstel van de biodiversiteit en een algemene heropleving van ecosystemen. Daar moeten we op voortbouwen. Ik ben blij dat de EU het herstel na COVID-19 wil vormgeven op een manier die rijmt met de groene en digitale transitie. Onze lokale gemeenschappen moeten economisch herstellen, maar op een duurzame en veerkrachtige manier. Een belangrijk punt is dat er beter moet worden gecommuniceerd met de burgers, aangezien de milieuagenda alleen kan worden uitgevoerd met de volledige en dagelijkse inzet van iedereen. We moeten de burgers bewust maken van de voordelen van het klimaat-, milieu- en biodiversiteitsbeleid en laten zien hoe de maatregelen onze gezondheid en ons welzijn ten goede komen en tegelijkertijd de duurzaamheid en het concurrentievermogen van onze lokale economie versterken.

Achtergrondinformatie

Sinds halverwege de jaren zeventig stoelt het milieubeleid van de EU op opeenvolgende milieuactieprogramma’s (MAP) waarin de prioritaire doelstellingen zijn vastgelegd die in een bepaalde periode moeten worden verwezenlijkt. Aangezien het 7e MAP in 2020 afliep, heeft de Europese Commissie haar goedkeuring gehecht aan een voorstel voor het 8e MAP voor de periode tot 2030, dat de Europese Green Deal zal aanvullen.

Het CvdR heeft in het verleden reeds wetgevingsadviezen over MAP’s goedgekeurd, zoals het initiatiefadvies “Ontwikkeling van een 8e milieuactieprogramma” van rapporteur Cor Lamers (NL/EVP) , burgemeester van Schiedam, uit 2019, dat werd ondersteund door een specifieke studie .

Het 8 e MAP bouwt voort op de Europese Green Deal en heeft zes prioritaire doelstellingen . Om op een transparante manier te kunnen beoordelen of de EU op koers ligt om deze doelstellingen te verwezenlijken, voorziet het voorstel voor het 8e MAP in de oprichting van een nieuw monitoringkader.

Het Europees Comité van de Regio’s en de Europese Commissie werken nauw samen in het kader van het Technisch Platform voor milieusamenwerking om te zorgen voor een doeltreffende uitvoering en verdere ontwikkeling van milieubeleid.

Contactadres voor de pers : pressecdr@cor.europa.eu