Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Klimaatcrisis: lokale en regionale leiders pleiten voor een Green Deal voor het Middellandse Zeegebied  
Tijdens de viering van het tienjarige bestaan van de Euro-mediterrane Vergadering van lokale en regionale overheden in Barcelona werd erop gewezen dat de opwarming van de aarde een drijfveer moet zijn voor intensievere samenwerking in het Middellandse-Zeegebied.

Met de storm Gloria als onverwachte gast heeft de Euro-mediterrane Vergadering van lokale en regionale overheden (Arlem) haar tienjarige bestaan gevierd in Barcelona, de stad waar zij ook haar eerste bijeenkomst heeft gehouden. Meer dan 100 vertegenwoordigers van de lokale en regionale overheden van de drie oevers van de Middellandse Zee ontmoetten elkaar in de Catalaanse hoofdstad om zich te buigen over de klimaatverandering. Feit is dat de gevolgen van de opwarming zich in deze regio bijzonder sterk zullen doen gevoelen.

Karl-Heinz Lambertz , voorzitter van het Europees Comité van de Regio's (CvdR) en covoorzitter van Arlem, legde de volgende verklaring af: “ Met haar voorstel voor een Green Deal als sleutel tot klimaatneutraliteit heeft de Europese Unie zich eens te meer een voorloper betoond op het gebied van klimaat. Aangezien klimaatverandering geen grenzen kent moeten we nauw samenwerken met onze buren; allemaal moeten we onze inspanningen om ons aan te passen en veerkracht op te bouwen, opvoeren. Een volgende stap is nu om dit duurzame groeimodel uit te breiden en een specifieke Green Deal voor het Middellandse Zeegebied uit te werken; zo moeten we een klimaatpact aangaan waarbij de samenwerking wordt versterkt en nieuwe financiële instrumenten worden ingezet om overal in de regio klimaatactie mogelijk te maken. Nu de Arlem haar tiende verjaardag viert is duidelijk dat de komende decennia nauwer moet worden samengewerkt, daarbij duurzame ontwikkeling voor ogen houdend.”

Mohamed Boudra , burgemeester van Al Hoceima (Marokko) en covoorzitter van Arlem, merkte op: “ De Arlem heeft sinds haar oprichting tien jaar geleden duidelijk bewezen dat zij méér doet dan enkel de politieke dialoog tussen onze steden en regio’s versterken. Het Nicosia-initiatief, dat het mogelijk maakt vaardigheden en expertise uit te wisselen op cruciale gebieden zoals waterbeheer, visserij of volksgezondheid, is hiervan een perfect voorbeeld. Onze regio wordt getroffen door de opwarming van de aarde en onze landbouw bedreigd door de stijging van de zeespiegel: niet alleen zijn wij daarom samen verantwoordelijk voor het keren van de klimaatverandering, het is ook onze plicht om een groeimodel uit te werken dat onze jeugd nieuwe banen en economische kansen biedt ”.

Nasser Kamel , secretaris-generaal van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (UMZ), wees op het volgende: “ Het Middellandse Zeegebied kampt met een klimaatcrisis. Het mag geen verwondering wekken dat de lokale en regionale overheden bij de aanpak van de gevolgen van de klimaatverandering vooraan staan. Steden en regio's vormen immers de eerste verdedigingslinie. Of de maatregelen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering te verzachten en zich daaraan aan te passen vruchten zullen afwerpen, hangt in grote mate af van de regelgeving, het beleid en de projecten van de lokale en regionale overheden. De UMZ is bereid om samen met Arlem deze overheden te steunen bij hun inspanningen en hen te helpen deze gemeenschappelijke uitdaging aan te gaan”.

“De zee is een levende getuige van de verloedering van ons milieu. Elke minuut komen er maar liefst 30 000 flessen in de Middellandse Zee terecht. De blauwe economie kan helpen om de broodnodige duurzame transitie mogelijk te maken”. Zo luidde de belangrijkste boodschap van Vincenzo Bianco , lid van de gemeenteraad van Catania en voorzitter van de Nationale Vereniging van Italiaanse Gemeenten, auteur van het rapport over de blauwe economie dat tijdens deze bijeenkomst werd aangenomen.

Ook het rapport van Jihad Khair , burgemeester van Beit Sahour, Palestina, over 'Euromediterrane integratie: De rol van regionale en lokale overheden’ werd goedgekeurd. De heer Khair wees in dit verband op het volgende : “ De lokale en regionale overheden hebben laten zien dat zij een sleutelrol spelen bij het stimuleren van de regionale integratie in het Middellandse-Zeegebied; we moeten nu op dezelfde weg voortgaan. Daarbij moeten we ons houden aan de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. Zonder de actieve betrokkenheid van de lokale en regionale overheden zal het onmogelijk zijn deze doelen te bereiken. Onze samenwerking moet gericht zijn op twee prioritaire gebieden, te weten migratie en klimaatverandering. Samen staan we sterker”.

De elfde plenaire vergadering van Arlem werd geopend door Ada Colau , burgemeester van Barcelona, en CvdR-lid Alfred Bosch , regionaal minister van Extern Optreden, Institutionele Betrekkingen en Transparantie van de regionale regering van Catalonië.

Musa Hadid , burgemeester van Ramallah en voorzitter van de Vereniging van Palestijnse Lokale Overheden (APLA), werd tijdens de vergadering benoemd tot covoorzitter van Arlem en vertegenwoordiger van de niet-EU-leden. “Ik wil mijn collega's bedanken voor deze kans om het Arlem-netwerk mee voor te zitten. Om de vele problemen waar we mee te maken krijgen te kunnen overwinnen moeten we onze samenwerking blijven versterken”.

Lizzy Delaricha , burgemeester van Ganei Tikval (Israël), werd aangewezen als rapporteur voor een rapport over de digitalisering van kleine ondernemingen.

Agnès Rampal , lid van de gemeenteraad van Nice (Frankrijk) en voorzitter van de Euromediterrane commissie van de Provence Alpes Côte d'Azur, werd aangewezen als rapporteur voor een rapport over “De rol van de landbouw in klimaatgevoelige gebieden”, waarmee zij een fundamentele bijdrage hoopt te leveren aan de Green Deal voor het Middellandse Zeegebied.

De tweede Arlem-prijs voor jong lokaal ondernemerschap in het Middellandse Zeegebied ging naar Rima Dates , een Algerijns bedrijf dat dadels verwerkt tot onder meer siroop, dadelazijn en met noten en chocolade gevulde dadels. Medeoprichter Hammou Boussada verklaarde: “ Wij zijn gestart met het idee om traditionele oasedadels te verwerken tot een nieuw, modern product. Vandaag zij we trots op de positieve impact van onze onderneming op de lokale gemeenschap. De Arlem-prijs motiveert ons om te blijven uitbreiden in dezelfde geest van duurzaamheid en positieve maatschappelijke verandering”.

Nog vier andere bedrijven stonden op de shortlist: een start-up voor recyclage uit Libanon en drie ondernemingen uit Israël – een bedrijf voor golfslagenergie , een non-profit- vereniging voor opleiding , en een non-profit- accelerator voor startende ondernemingen . De selectiecriteria voor de Arlem-prijs zijn onder meer het effect op werkgelegenheid, het effect op de gemeenschap, de innovatieve waarde, de eerbiediging van de sociale rechten van werknemers en de steun of stimulansen van lokale of regionale overheden. Veertig projecten uit tien verschillende landen hebben meegedongen naar de Arlem-prijs 2020.

Contactpersoon: David Crous // +32 470 88 10 37 // david.crous@cor.europa.eu