Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Klimaatverandering: meer ambitie en nieuw bestuur nodig om de overeenkomst van Parijs uit te voeren  
Steden en regio’s verzoeken de EU meer ambitie aan de dag te leggen, lokale klimaatinvesteringen te stimuleren en tegelijkertijd een bestuurswijziging voor te stellen waarbij lokale overheden formeel worden betrokken

Vijf maanden voor het COP24 -klimaatoverleg van de VN in Katowice (Polen) heeft het Europees Comité van de Regio's (CvdR) een debat op hoog niveau over klimaatactie gehouden. De lokale en regionale leiders van de EU hebben een advies goedgekeurd over Klimaatgovernance na 2020 , met hun standpunt over de manier waarop de overeenkomst van Parijs moet worden uitgevoerd, het zogenaamde "regelboek van Parijs”. Zonder de formele betrokkenheid van lokale en regionale overheden zal er een kloof blijven bestaan tussen de klimaatbeloften en de resultaten die nodig zijn om de temperatuurstijging tot ruim onder de 2°C te beperken. Het CvdR steunt het voorstel van rapporteur Andrew Cooper (UK/EA) om de emissiekloof te dichten met behulp van lokaal bepaalde bijdragen (LDC’s).

Bij de opening van het debat in Brussel en verwijzend naar de onlangs aangenomen energie- en klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030 zei de CvdR-voorzitter Karl-Heinz Lambertz: "De EU blijft leiderschap tonen op het gebied van klimaatverandering, maar als we geen ambitieuzere doelstellingen vaststellen, meer lokale investeringen doen en een fundamentele verandering in het klimaatbeheer doorvoeren, zullen we de in Parijs gedane beloften niet kunnen nakomen. Zowel op VN- als op EU-niveau is er dringend behoefte aan een nieuwe klimaatgovernance met permanente structuren waarin de standpunten, oplossingen en bijdragen van steden en regio's zijn verwerkt.”

De EU-commissaris voor klimaat en energie, Miguel Arias Cañete , zei: "De multilevel klimaat- en energiedialogen die de lidstaten moeten organiseren om nationale energie- en actieplannen op te stellen, bieden de regionale en lokale overheden de kans om de ontwikkeling van de energie-unie te beïnvloeden. De nieuwe EU-doelstellingen betekenen dat we ons ambitieniveau voor het verminderen van de CO 2 -uitstoot kunnen verhogen van de huidige 40 % naar iets meer dan 45 % in 2030. Zo komt de EU in een sterke positie voor de volgende VN-klimaatconferentie in Katowice. We hebben een sterk en transparant bestuurskader nodig voor de overeenstemming van Parijs, en de dialoog en betrokkenheid van steden en regio's is van cruciaal belang.”

Wat financiën betreft, benadrukte commissaris Arias Cañete dat er tussen 2021-2030 jaarlijks 379 miljard euro aan investeringen nodig is en herinnerde hij eraan dat 25% van de EU-uitgaven voor dezelfde periode op klimaatdoelstellingen is gericht. De Spaanse commissaris gaf een overzicht van de belangrijkste financiële programma's van de EU die beschikbaar zijn ter ondersteuning van klimaatactie, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds, de Connecting Europe Facility, het InvestEU-programma, het Horizon Europe-programma met 15 miljard euro voor klimaat, energie en mobiliteit en het in het kader van LIFE voorgestelde nieuwe subprogramma voor de overgang naar schone energie, met een budget van 1 miljard euro. Om de meest kwetsbare regio's te ondersteunen heeft de EU specifieke programma's opgezet, zoals “Steenkoolregio's in transitie” en “Schone energie voor de EU-eilanden”.

Tomasz Chruszczow, de Poolse speciale gezant voor klimaatverandering en een toonaangevend klimaatvoorvechter , zei: “Steden en regio's kunnen een echte doorbraak teweegbrengen. Om de Overeenkomst van Parijs tot een succes te maken, moet iedereen erachter gaan staan: alle landen, alle steden en regio's, bedrijven, gemeenschappen en individuele personen. Het motto van het Poolse voorzitterschap van de COP24 is “Samen veranderen”. We hopen van harte dat onze gezamenlijke inspanningen tot de noodzakelijke veranderingen kunnen en zullen leiden.”

In vervolg op de klimaatafspraken van Parijs uit 2015 zullen er in Katowice naar verwachting richtsnoeren en werkwijzen worden gepresenteerd om te voldoen aan de doelstelling om de temperatuurstijging in de wereld zeker onder de 2°C te houden. Essentieel hierbij is het kader voor transparantie dat ook duidelijk moet maken hoe landen de vooruitgang op weg naar de emissiebeperkingsdoelstellingen moeten monitoren en rapporteren. Dit is van cruciaal belang om in de internationale gemeenschap voor het nodige vertrouwen te zorgen.

Andrew Cooper, lid van de districtsraad van Kirklees (UK) en rapporteur voor het advies Klimaatgovernance na 2020 , sprak de volgende woorden: “Sinds de goedkeuring van de Overeenkomst van Parijs constateren we dat lokale en regionale overheden meer aanzien krijgen in internationale klimaatbesprekingen. Het is nu tijd dat multilevel governance wordt erkend en dat lokale en regionale overheden een formele rol krijgen in de mondiale klimaatgovernance. De nationaal bepaalde bijdragen zijn niet toereikend voor het bereiken van het in Parijs vastgelegde doel om de temperatuurstijging tot ruim minder dan 2°C, laat staan 1,5°C, te beperken. Ter aanvulling op de nationale toezeggingen stellen we een systeem van lokaal en regionaal bepaalde bijdragen voor. Steden en regio's kunnen niet alleen de emissiekloof overbruggen, maar ook laten zien dat het mogelijk is om de lat hoger te leggen.”

Ashok-Alexander Sridharan, burgemeester van Bonn en voorzitter van de ICLEI , zei: “ Steden en regio's spelen een vooraanstande rol bij klimaatactie. De vorig jaar in Bonn gehouden klimaattop van lokale en regionale leiders heeft de internationale gemeenschap een niet mis te verstaan signaal afgegeven: wij willen dat er snel verdere actie wordt ondernomen om de Overeenkomst van Parijs gestand te doen. Het "regelboek" van Parijs moet een systeem omvatten waarmee de emissiebeperkingen van steden en regio's in de nationale monitoringregelingen worden opgenomen. We moeten ervoor zorgen dat de nationaal bepaalde bijdragen zichtbaar zijn in het regelboek van Parijs.

Mariusz Skiba , locoburgemeester van Katowice , zei: “Katowice wil met deze COP24 laten zien hoe een stad in een korte periode een ingrijpend herstructureringsproces kan doormaken. Van oudsher is Katowice net als de hele regio Silezië altijd verbonden geweest met kolenmijnbouw en zware industrie. Dankzij maatregelen om de stad nieuw leven in te blazen en het bedrijfsleven een ander gezicht te geven is Katowice omgevormd tot een groene en aangename stad die nu gespecialiseerd is in intensieve ontwikkelingstechnologieën, zakelijke dienstverlening, het bankwezen, academische instellingen en toerisme. Die verandering willen we graag aan iedereen tonen.”

Wereldwijd bestaan er heden ten dage verscheidene initiatieven die de vooruitgang van lokale en regionale overheden op klimaatgebied in kaart brengen. Het Burgemeestersconvenant en het Carbon n Climate Registry zijn hiervan twee goede voorbeelden. In de Overeenkomst van Parijs is echter nog niet formeel bepaald hoe steden en regio's de emissies moeten monitoren en over de verlagingen ervan moeten rapporteren, noch binnen de nationaal bepaalde bijdragen, noch rechtstreeks via een VN-systeem.

F oto's van de plenaire zitting en de persreis over klimaatactie zijn hier te vinden.

Meer informatie

CvdR-adviezen in verband met de klimaatovereenkomst van Parijs:

Naar een wereldwijde klimaatovereenkomst in Parijs , rapporteur Annabelle Jaeger (FR/PSE), lid van de regioraad van Provence-Alpes Côte d’Azur (oktober 2015).

Tenuitvoerlegging van de mondiale klimaatovereenkomst - een territoriale benadering van COP22 Marrakesh , rapporteur Francesco Pigliaru (IT/PSE), voorzitter van het regiobestuur van Sardinië en ex-voorzitter van de CvdR-commissie ENVE (oktober 2016).

Klimaatfinanciering: een essentieel instrument voor de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs , rapporteur Marco Dus (IT/PSE), gemeenteraadslid van Vittorio Veneto, Treviso (oktober 2017).

Contact: David Crous | david.crous@cor.europa.eu | +32 (0) 470 88 10 37