Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Steden en regio's "cruciaal" voor de vooruitgang van vrouwen in het Middellandse-Zeegebied  
Cities and regions "central" to women's progress in Mediterranean region

Lokale en regionale overheden zouden een impuls moeten geven aan de verbetering van de positie van vrouwen in het zuidelijk en oostelijk Middellandse Zeegebied door voorop te lopen bij de uitbreiding van hun toegang tot onderwijs en het openbaar ambt en hen gemakkelijker tot de arbeidsmarkt te laten toetreden. De Euromediterrane vergadering van regionale en lokale overheden (ARLEM) bepleit dit in een reeks aanbevelingen die op 21 februari jongstleden zijn aangenomen.

De tien aanbevelingen, die zullen worden verspreid onder regeringen en supranationale organen in de regio en in de Europese Unie, sporen de nationale regeringen ook aan om het Verdrag van Istanboel te ondertekenen, dat in 2011 door de Raad van Europa is opgesteld om huiselijk geweld tegen vrouwen in het Middellandse Zeegebied te beteugelen. In het rapport van ARLEM, dat in Gizeh, Egypte, tijdens de jaarlijkse plenaire vergadering van de assemblee is aangenomen, wordt geconcludeerd dat geweld tegen vrouwen zowel "endemisch" is als omvangrijker dan de cijfers suggereren. Zo is genitale verminking wijdverspreid in Egypte en Mauritanië, neemt in sommige landen het aantal kinderhuwelijken toe en blijven verkrachtingen door echtgenoten in veel landen onbestraft.

Mary Freehill (IE/PSE), gemeenteraadslid van Dublin, Ierland, en rapporteur van het ARLEM-rapport over de versterking van de positie van vrouwen in het Middellandse Zeegebied, zei: "Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt voor vrouwen in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied en er zijn bemoedigende tekenen dat vrouwen in grotere aantallen de lokale en nationale politiek ingaan. Maar voor de regio valt het duidelijk niet mee om het duurzameontwikkelingsdoel van de Verenigde Naties – gelijke rechten voor mannen en vrouwen en empowerment van vrouwen en meisjes – te halen.”

Zij vervolgde: "Lokale en regionale overheden kunnen een impuls geven aan veranderingen. Zij kunnen hun centrale rol in het onderwijsaanbod gebruiken om ervoor te zorgen dat meer meisjes hun school afmaken en naar de universiteit gaan. Zij kunnen vrouwen helpen om werk te vinden, door gerichte beroepsopleidingen aan te bieden, voor kinderopvang te zorgen en het openbaar vervoer veiliger en betrouwbaarder te maken. Zij kunnen voorlichtingscampagnes houden om geweld te bestrijden. En zij geven het goede voorbeeld door vrouwen aan te moedigen de politiek in te gaan. Ik hoop dat de Internationale Vrouwendag – op 8 maart – uitgroeit tot een jaarlijkse gelegenheid om stil te staan bij de vooruitgang van de positie van vrouwen in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied".

In het rapport wordt benadrukt dat vrouwen in de Europese Unie, en ook in de landen van het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied, worden gehinderd door tal van sociaal-economische, ideologische en psychologische obstakels. Maar er wordt ook gewezen op een aantal problemen in verband met onderwijs, leiderschap, geweld en stereotiepe vrouwbeelden die specifiek zijn voor de regio, van Albanië en Turkije in het oosten tot Marokko in het westelijke Middellandse Zeegebied. Verder passeren internationale onderzoeken de revue waarin de economische effecten worden opgesomd. Wat werkgevers betreft ligt het percentage vrouwen onder het gemiddelde (6%, bij een wereldwijd gemiddelde van ongeveer 24%); hetzelfde geldt voor het percentage zelfstandigen dat vrouw is (13%, tegenover 31%-38% wereldwijd).

Dit rapport is een verdere uitwerking van een in juni 2013 aangenomen standpuntnota waarin ARLEM erop wees dat vrouwen een rol moeten gaan spelen in de politieke besluitvorming op lokaal en nationaal niveau. In een apart rapport van 21 februari jl. betoogde ARLEM dat de dreiging van gewelddadige radicalisering de integratie van vrouwen "op alle niveaus" en de opleiding van vrouwelijke docenten noodzakelijk maakt. Het rapport – getiteld "The role of the sub-national authorities from the Mediterranean region in addressing radicalisation and violent extremism of young people" – is opgesteld door Mohamed Kamal El Daly, gouverneur van Gizeh en gastheer van de bijeenkomst.

ARLEM verenigt vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden in de EU – van wie de meesten lid zijn van het Europees Comité van de Regio's – en hun tegenhangers uit mediterrane landen van de westelijke Balkan, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Achtergrondinformatie voor tekstbezorgers

• Het Europees Comité van de Regio's heeft in 2010 de Euromediterrane vergadering van regionale en lokale overheden (ARLEM) opgericht om een lokaal en regionaal perspectief te bieden op mediterrane kwesties. De vergadering vormt een aanvulling op de maatregelen van de EU en mediterrane derde landen in de regio om voor overleg en samenwerking meer kanalen en niveaus te ontwikkelen, waaronder de Unie voor het Middellandse Zeegebied. De EU-delegatie in ARLEM bestaat uit 32 leden van het Europees Comité van de Regio's en acht vertegenwoordigers van EU-verenigingen van lokale overheden.

• Op uitnodiging van Mohamed Kamal El Daly, gouverneur van Gizeh, kwam ARLEM op 20-21 februari bijeen in Gizeh, Egypte. Voorafgaand aan hun bijeenkomst bezochten ARLEM-leden een stadsproject in Gizeh.

• De rapporten "Women's empowerment in the Mediterranean region" en "The role of the sub-national authorities from the Mediterranean region in addressing radicalisation and violent extremism of young people” zijn de meest recente in een reeks aanbevelingen van ARLEM over kwesties die van cruciaal belang zijn voor de duurzame ontwikkeling van het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied. In de afgelopen jaren heeft ARLEM ook rapporten goedgekeurd over bijvoorbeeld klimaatverandering, energietransitie, waterbeheer en afvalbeheer.

• Foto’s zijn verkrijgbaar via Flickr. Het Europees Parlement kan achtergrondinformatie geven over Egypte.

Contactpersoon:
Andrew Gardner
Tel. +32 473 843 981
andrew.gardner@cor.europa.eu