Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Aanbevelingen op het gebied van agro-ecologie krijgen nu al steun van lokale en regionale politici  

Ook is gesproken over een nieuw Atlantisch actieplan en de gevolgen van COVID-19 voor plattelandsgebieden.

Het Europees Comité van de Regio’s heeft alvast zijn steun uitgesproken voor een reeks aanbevelingen die ervoor moeten zorgen dat de Europese Unie agro-ecologische beginselen en technieken hanteert bij haar inspanningen om de bijdrage van de landbouw aan de klimaatverandering te verminderen, de voedselvoorziening van de EU veilig te stellen en plattelandsgemeenschappen te ondersteunen.

Tijdens de vergadering van de commissie Natuurlijke Hulpbronnen (NAT) op 23 november is een eerste gedachtewisseling gehouden over het actieplan van de EU voor haar maritieme strategie voor het Atlantische gebied. Daarbij was ook de commissaris voor Milieu, Oceanen en Visserij, Virginijus Sinkevičius , aanwezig, die zich onder meer bezig houdt met de Atlantische strategie. Hij omschreef zijn werkzaamheden als “het ontwikkelen van een nieuwe aanpak voor de blauwe economie en deze tot een integraal onderdeel van de Europese Green Deal maken”.

Commissaris Sinkevičius zei hierover: “Het transformatieproces waar de Green Deal om vraagt, is bittere noodzaak. Dat wisten we al voordat COVID-19 opdook. De pandemie dwingt ons alleen om deze te versnellen.”

AGRO-ECOLOGIE

Het advies over agro-ecologie, dat (met enkele amendementen) op 24 november per elektronische stemming werd goedgekeurd door de commissie Natuurlijke Hulpbronnen, zal nu worden behandeld en besproken door de voltallige vergadering van het CvdR tijdens de zitting in februari 2021.

De rapporteur van het advies, Guillaume Cros (FR/Groenen), lid van de regionale raad van Occitanië, zei: “Dankzij de economisch winstgevendheid voor landbouwbedrijven, de kortere toeleveringsketens en het herstel van milieu en biodiversiteit zal agro-ecologie de plattelandseconomie stimuleren en jongeren aantrekken voor landbouw en plattelandsactiviteiten.

Olivier De Schutter , covoorzitter van het Internationaal Panel van deskundigen inzake duurzame voedselsystemen (IPES-Food) en voormalig speciaal VN-rapporteur voor het recht op voedsel, zei dat de agro-ecologie maar moeilijk vooruitgang zal kunnen boeken binnen het huidige landbouwsysteem, dat sterk gericht is op exportmarkten en geen rekening houdt met de milieukosten. Hij benadrukte echter “de groeiende consensus in de wetenschappelijke wereld dat het huidige systeem niet duurzaam is” en wees op de ecologische voordelen, het werkgelegenheidspotentieel en de productiviteit van de agro-ecologie. Hij zei dat steeds meer studies aantonen dat agro-ecologie even productief kan zijn als de geïndustrialiseerde landbouw en beter kan zijn voor het milieu en voor de regionale economieën.

Thomas Waitz (AT/Groenen/Vrije Europese Alliantie), lid van de AGRI-commissie van het Europees Parlement en zelf biologisch landbouwer, benadrukte dat agro-ecologie “een belangrijke rol zal spelen in de strijd tegen klimaatverandering dankzij koolstofvastlegging in de bodem”. Hij voegde eraan toe dat “agro-ecologie in bevoorrechte gebieden waar monocultuur en geïndustrialiseerde landbouw een ondraaglijke prijsconcurrentie uitoefenen op landbouwers uit andere gebieden, van cruciaal belang is om lokale gemeenschappen levendig te houden”.

Ook Geneviève Savigny , rapporteur voor agro-ecologie bij het Europees Economisch en Sociaal Comité, toonde zich een groot voorstander van een landbouwsysteem met minder pesticiden, kortere ketens en meer diverse producten en producenten. Zij zei: “Agro-ecologie verzoent de natuur en de landbouw, en dit is waar we ons op moeten richten in de EU”. Marta Guadalupe Rivera Ferre van de Universiteit Vic-Central van Catalonië, benadrukte dat “de overgang naar een duurzaam systeem niet alleen een technische kwestie is, maar ook een paradigmaverandering inhoudt”.

Het door het CvdR geïnitieerde agro-ecologieverslag zal als input dienen voor en een aanvulling vormen op de aanbevelingen van het CvdR over de “van boer tot bord”-strategie van de EU, een belangrijk onderdeel van de Europese Green Deal. Het Comité zal in december zijn “van boer tot bord”-aanbevelingen goedkeuren.

Aansluitend hierop heeft Wolfgang Burtscher , directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Europese Commissie, de leden van het CvdR bijgepraat over de stand van het debat tussen het Europees Parlement en de EU-lidstaten over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Centraal in de besprekingen staan vragen over de bijdrage van het GLB aan de verwezenlijking van de ambitie van de EU om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, en over de regionale governance van het GLB.

MARITIEME STRATEGIE VOOR HET ATLANTISCHE GEBIED

De CvdR-rapporteur voor het “ Atlantisch actieplan 2.0 ” van de maritieme strategie voor het Atlantische gebied is Paula Fernández Viaña (ES/Renew Europe), minister van Interne Aangelegenheden, Justitie en Extern Beleid in de regering van Cantabrië. “Het is belangrijk dat in het advies van het Europees Comité van de Regio’s over een geactualiseerd actieplan voor het Atlantische gebied de ervaringen worden geïnventariseerd van Atlantische regio’s en steden die enerzijds concrete plannen en projecten voor de ontwikkeling van het gebied hebben en anderzijds goed op de hoogte zijn van de beperkingen van het huidige samenwerkingskader”, zo zei mevrouw Viaña. “De regionale samenwerking in het Atlantische gebied moet worden versterkt met ambitieuze projecten op het gebied van vervoer en hernieuwbare energie, die bijdragen tot de doelstellingen van de Europese Green Deal, maar ook met projecten op het gebied van onderzoek, cultuur en opleiding. Er is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt, maar er is nog een lange weg te gaan om het volledige samenwerkingspotentieel in het Atlantische gebied te verwezenlijken.”

Commissaris Sinkevičius zei dat de maritieme strategie voor het Atlantische gebied, die in 2013 werd goedgekeurd, goed werkt, en wees erop dat deze strategie heeft geresulteerd in “1 200 nieuwe maritieme projecten, voornamelijk gericht op milieubescherming, betere connectiviteit en sociale inclusie in het Atlantische gebied” en investeringen van in totaal bijna 6 miljard EUR van de EU, de Europese Investeringsbank en nationale, regionale en particuliere investeerders.

Er zijn nu echter “nieuwe eisen op het gebied van duurzaamheid, koolstofneutraliteit en – meer recent – herstel”. Hij wees met name op het belang van de bevordering van groene scheepvaart, het nemen van maatregelen tegen zwerfvuil op zee, het verbeteren van de observatie en bescherming van onze kusten om te helpen bij de aanpassing aan de klimaatverandering, de ontwikkeling van hernieuwbare offshore-energie en het dichten van de vaardigheidskloof in de verschillende sectoren van de blauwe economie.

Het actieplan omvat een mededeling, die in 2021 wordt verwacht, waarin “de regionale component van cruciaal belang zal zijn”, zo zei de commissaris, om daaraan toe te voegen: „Met de hulp van de regio’s kunnen we een mooi succesverhaal schrijven.”

Andere sprekers tijdens het rondetafelgesprek waren: EP-lid Pierre Karleskind , voorzitter van de Commissie visserij van het Europees Parlement; Claude Wohrer , namens het Franse voorzitterschap van het Comité voor de Atlantische strategie; en María Ángeles Elorza Zubiría (ES/Renew Europe) uit Baskenland, als vertegenwoordiger van de Conferentie van perifere maritieme regio’s van Europa. EP-lid Karleskind benadrukte dat aquacultuur en visserij moeten worden opgenomen in de belangrijkste actiepijlers, terwijl CvdR-leden het onderwerp belichtten vanuit het standpunt van de Atlantische regio’s van de EU.

GEVOLGEN VAN COVID-19

De commissie NAT heeft ook een eerste discussie gehouden over een ander dossier van de Europese Commissie, die het CvdR heeft verzocht zijn standpunt kenbaar te maken over de gevolgen van de coronaviruspandemie voor de steden en regio’s van de EU, en met name voor haar plattelandsgebieden.

CvdR-rapporteur Joke Schauvliege (BE/EVP), lid van het Vlaams Parlement, zei het volgende: “In een mum van tijd heeft het coronavirus geleid tot een wereldwijde COVID-19-pandemie en een crisis met verstrekkende gevolgen voor diverse geledingen van onze maatschappij. De crisis heeft een zeer asymmetrische impact gehad op steden, regio’s en plattelandsgebieden in de hele EU. Het is opvallend dat in plattelandsgebieden andere problemen opduiken dan in stedelijke omgevingen. Reeds bekende problemen in plattelandsgebieden werden door de crisis nog groter en ernstiger. Opnieuw is duidelijk geworden hoe kwetsbaar deze regio’s zijn. We moeten deze wereldwijde crisis dan ook aangrijpen om na te gaan welke voorstellen echt hebben geleid tot oplossingen en wat we hiervan kunnen leren voor de toekomstige aanpak van deze en andere crises. Door een grondige evaluatie zullen we in de toekomst beter beslagen ten ijs komen.”

Het advies van mevrouw Schauvliege zal voortbouwen op een uitgebreid verslag over de gevolgen van de pandemie dat het CvdR deze zomer en in het begin van dit najaar heeft opgesteld. Het CvdR presenteerde dit verslag – de eerste jaarlijkse regionale en lokale barometer – tijdens zijn zitting in oktober 2020, waarin het de gevolgen van de pandemie besprak met de Duitse bondskanselier Angela Merkel en met Ursula von der Leyen , voorzitter van de Europese Commissie. Het advies van mevrouw Schauvliege zal de bevindingen van de barometer aanvullen met nieuwe gegevens over de behoeften van plattelandsgemeenschappen en over hun gebruik van de EU-noodfinanciering.

Contactpersoon:

Andrew Gardner

Tel.: +32 473 843 981

andrew.gardner@cor.europa.eu