Klik hier voor een automatische vertaling van onderstaande tekst.
Steden en regio's uit de hele wereld bundelen hun krachten in de strijd tegen klimaatverandering  

Steden en regio's moeten wereldwijd meer rechten en verantwoordelijkheden krijgen in de strijd tegen klimaatverandering, zo hebben de leiders van twee grote netwerken van steden en regio’s – het Europees Comité van de Regio's en de ICLEI, het netwerk van lokale overheden voor duurzaamheid – gezegd naar aanleiding van de goedkeuring van een verklaring waarin erop wordt aangedrongen lokale en regionale overheden formeel op te nemen in het mondiale governancesysteem ter bestrijding van de klimaatverandering.

De verklaring, die werd goedgekeurd tijdens een klimaattop van lokale en regionale leiders op de zevende dag van de internationale klimaatonderhandelingen in Bonn (COP 23), bevat zowel unilaterale toezeggingen als een reeks aanbevelingen voor maatregelen van de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties en het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC). De toezeggingen omvatten onder meer beloften van steden en regio's om ambitieuzer, proactiever, veelomvattender, consistenter, samenhangender en transparanter te zijn in hun klimaatacties, en beter samen te werken op dit gebied. Tegelijkertijd dringen de lokale en regionale leiders er bij de Verenigde Naties en de nationale regeringen op aan om samen te werken met alle bestuursniveaus en steun te verlenen aan de invoering van streefcijfers voor het terugdringen van de koolstofuitstoot van regio's en steden. In 2015 zijn de regeringen in Parijs overeengekomen om de stijging van de gemiddelde temperatuur wereldwijd te beperken tot ruim onder de 2 °C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, maar volgens recente cijfers ligt de wereld op koers voor een stijging van 2,7 °C.

Karl-Heinz Lambertz , voorzitter van het Europees Comité van de Regio's, de EU-assemblee van lokale en regionale politici, zei: "Parijs zal de geschiedenis ingaan als de klimaatconferentie die de nationale regeringen uit de hele wereld heeft verenigd in de strijd tegen klimaatverandering. Deze verklaring zal ertoe leiden dat Bonn de geschiedenis ingaat als de klimaatconferentie die de regio’s en steden van de wereld heeft verenigd om deze beloften na te komen. De verklaring laat zien dat een groot aantal burgemeesters en gouverneurs nu meer verenigd zijn en meer ambitie tonen op klimaatgebied dan ooit tevoren. Het Europees Comité van de Regio's zou graag zien dat de Europese Unie haar emissies tegen 2030 met 50 % heeft verminderd, in plaats van 40 %, en dat serieus wordt nagedacht over een koolstofbelasting. Ik ben bijzonder verheugd dat in deze verklaring twee ideeën worden gesteund waar het Comité al lange tijd voor pleit: dat er ook rekening wordt gehouden met de bijdragen van regio's en steden aan de emissiereductie, dus niet alleen van landen, en dat er een einde wordt gemaakt aan subsidies voor de fossiele-brandstoffenindustrie."

Park Won Soon , burgemeester van Seoul en voorzitter van de ICLEI-Local Governments for Sustainability, een wereldwijd netwerk van meer dan 1500 steden en regio's die zich inzetten voor duurzame ontwikkeling, zei: "Echte veranderingen komen van de burgers. Wanneer burgers beseffen dat de energiesoevereiniteit aan hen toebehoort, en ze betrokken raken bij het beleidsvormingsproces, kunnen ze een echte verandering teweegbrengen. De toekomst van onze kinderen en kleinkinderen hangt af van wat we nu doen. We weten wat we moeten doen. We hebben alleen nog de inspanningen van de burgers nodig. Ik ben er zeker van dat de steden een betere toekomst tegemoet kunnen zien als ze ambitieuzere doelstellingen nastreven, en samen met de burgers proberen die doelstellingen te bereiken."

De verklaring werd toegejuicht door hoogstaande personen binnen de VN en de EU.

Maroš Šefčovič , vicevoorzitter van de Europese Commissie verantwoordelijk voor de energie-unie, zei: "Steden en regio's nemen het voortouw in de strijd tegen klimaatverandering. Het zal iedereen nu wel duidelijk zijn dat steden en regio's de verwachtingen zullen overtreffen, als we ze maar meer bevoegdheden geven. Dat is de reden waarom het Burgemeestersconvenant werd opgericht, als een Europees initiatief dat vrijwillige klimaatactie aanmoedigt. En het is tevens de reden waarom wij ook een mondiaal Burgemeestersconvenant hebben opgericht, een sterke wereldwijde beweging waarbij circa 7500 steden aangesloten zijn. Om hun impact op het klimaatfront te vergroten, met inbegrip van een verschuiving naar schone mobiliteit, zouden lokale, regionale en nationale overheden in veel sectoren moeten samenwerken. Laten we de krachten bundelen voor een klimaatvriendelijke toekomst."

Patricia Espinosa , uitvoerend secretaris van het UNFCCC, zei: "De toezeggingen die vele steden en regio's hebben gedaan, tonen aan dat de visie die in Parijs 2015 is ontstaan – van een emissiearme, klimaatbestendige toekomst en een klimaatneutrale wereld in de tweede helft van de eeuw – overal ter wereld wordt omarmd en uitgevoerd. Het klimaatbureau van de VN is verheugd over de inspanningen van steden en regio's om hun bijdrage aan de klimaatverandering te beperken en zich voor te bereiden op de toekomst. Deze verklaring geeft ons de hoop dat steden en regio's de komende jaren als inspiratie zullen dienen."

Informatie voor journalisten/redacteurs:

• Het Europees Comité van de Regio’s is een voorvechter van de strijd tegen de klimaatverandering in de Europese Unie en is mede-initiator van het Burgemeestersconvenant, een Europees initiatief dat in 2008 is opgezet en waarmee lokale en regionale overheden aanvullende technische ondersteuning krijgen van de Europese Commissie wanneer zij zich ertoe verbinden de emissiereductiedoelstellingen van de EU te overtreffen. Dit initiatief is nu wereldwijd en staat bekend als het Wereldwijde burgemeestersconvenant voor klimaat & energie. Het Europees Comité van de Regio's heeft er in zijn aanbevelingen die het in oktober heeft gericht aan de besluitvormingsorganen van de EU, over manieren om de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs te financieren, onder meer op aangedrongen om subsidies voor economische activiteiten met een grote impact op het milieu uiterlijk in 2035 volledig stop te zetten. Ook drong het erop aan een minimumpercentage van de ETS-veilingopbrengsten rechtstreeks te laten beheren door lokale en regionale overheden en te investeren in het verbeteren van de plaatselijke weerbaarheid, en om de mogelijkheid van een koolstofbelasting of een minimumkoolstofprijs te bestuderen.

• De ICLEI - Local Governments for Sustainability (lokale overheden voor duurzaamheid) is een netwerk van meer dan 1500 steden en regio's die zich inzetten voor een duurzame toekomst. De ICLEI stelt zich een wereld van duurzame steden voor die de realiteit van de verstedelijking onder ogen zien, zich aanpassen aan de economische en demografische trends en zich voorbereiden op de gevolgen van de klimaatverandering en andere uitdagingen voor steden.

• Het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) schat dat lokale en regionale overheden verantwoordelijk zijn voor meer dan 70 % van de maatregelen ter beperking van de klimaatverandering, en tot wel 90 % van de maatregelen voor aanpassing aan de klimaatverandering.

• In een verslag dat in oktober werd gepubliceerd en gepresenteerd in het Europees Comité van de Regio's, stelt het Europees Milieuagentschap (EEA) dat perioden van droogte in de toekomst waarschijnlijk frequenter, langer en ernstiger zullen worden. Branden vormen een steeds groter risico voor meer en meer regio's, terwijl overstromingen in de meeste delen van Europa vaker zullen voorkomen, en het aantal zware stormen in de herfst en winter in Noord-Europa zal toenemen. De stormvloeden die daarvan het gevolg zijn zullen naar verwachting leiden tot aanzienlijke milieuschade, economische verliezen en andere maatschappelijke problemen in laaggelegen kustgebieden in heel Europa, tenzij aanvullende aanpassingsmaatregelen worden genomen. In het verslag wordt gesteld dat de economische verliezen als gevolg van extreme weers- en klimatologische omstandigheden die door de 33 landen die lid zijn van het EEA werden gerapporteerd, tussen 1980 en 2015 ruim 433 miljard EUR bedroegen.

Contactpersonen:

David Crous, Europees Comité van de Regio's, david.crous@cor.europa.eu, +32 476 879 929

Andrew Gardner, Europees Comité van de Regio's, andrew.gardner@cor.europa.eu, +32 473 843 981

Claudio Magliulo, ICLEI - Local Governments for Sustainability, claudio.magliulo@iclei.org, +49 (0) 228 976299 15