02.04.2012 – René Souchon (FR/PSE), voorzitter van de regioraad van Auvergne en rapporteur van het Comité van de Regio's voor het advies over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2013, zet zijn visie op de belangrijkste punten van de hervorming uiteen.
De door de Commissie voorgestelde hervormingen zijn bedoeld om het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de Europese landbouw te verbeteren en plattelandsgebieden in stand te houden. Kunnen deze doelstellingen volgens u met de beoogde maatregelen worden bereikt?
Bepaalde voorstellen van de Commissie gaan in de goede richting, met name wat de convergentie betreft. Maar bij andere onderwerpen ontbreekt het aan ambitie. Zo stapt de Commissie af van de publieke marktbeheersinstrumenten, wat volgens mij geen goed idee is. Daarentegen zijn de maatregelen om de steunverlening groener te maken te algemeen en niet toereikend. Ik vind dat de voorstellen van de Commissie niet ver genoeg gaan om het concurrentievermogen van alle landbouwvormen in alle gebieden veilig te stellen. Wat de duurzaamheid van de Europese landbouw betreft, had de Commissie een grotere vindingrijkheid aan de dag moeten leggen om een echte verandering van het productiemodel tot stand te brengen.
Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen die u in uw advies aandraagt?
In de eerste plaats wil ik er nogmaals op wijzen dat regulering van de landbouwmarkten door de overheid, in aanvulling op andere maatregelen, noodzakelijk is. Ik stel voor om de degressiedrempels van 100 000 euro te verlagen, met een bovengrens van 200 000 euro. Ik stel vergroeningsmaatregelen voor die zoveel mogelijk aansluiten bij de plaatselijke landbouw- en milieuomstandigheden, opgesteld in overleg met de landbouwers in het kader van territoriale pacten. Mijn ontwerpadvies pleit voor uitbreiding van de subsidies voor alle nieuwe installaties en voor handhaving van gekoppelde steun, vooral in kwetsbare gebieden. Ook lijkt het me van prioritair belang om de GLB-begroting ten minste op het huidige niveau te handhaven en een nieuw beheersmodel voor het GLB in te voeren, waarin beter rekening wordt gehouden met de plaatselijke omstandigheden en de regio's een grote rol spelen.
Wat zijn de gevolgen van de hervormingen van het GLB voor de deelname van de lokale en regionale overheden, met name op het gebied van het beheer van de steunverlening? Ziet u ruimte voor verbeteringen?
Ik hoop dat de kwestie van het beheer van het GLB centraal komt te staan bij de volgende hervorming. Met de onderlinge afstemming van de Europese structuurfondsen, waaronder het ELFPO, binnen een gemeenschappelijk strategisch kader worden de regio's in staat gesteld om een algemeen ruimtelijkeordeningsbeleid te voeren waaronder ook de steunverlening ten behoeve van plattelandsontwikkeling in het kader van de tweede pijler van het GLB valt. Wat de rechtstreekse steunverlening in het kader van de eerste pijler betreft, stelt de Commissie verschillende steunniveaus voor, waarbij zij de regio's speelruimte biedt. Het is aan de lidstaten om al dan niet gebruik te maken van de mogelijkheden die in de toekomstige verordeningen worden geboden. Gezien de zeer uiteenlopende kenmerken van de Europese landbouw lijkt het me van essentieel belang de regio's een grotere verantwoordelijkheid te geven bij de tenuitvoerlegging van de eerste pijler.
Bent u als voorzitter van de regioraad van Auvergne van mening dat de voorstellen voor gebieden met natuurlijke handicaps een stap in de goede richting zijn?
Ik stel vast dat de Commissie ervoor heeft gekozen de subsidies voor gebieden met natuurlijke handicaps tot een volwaardig onderdeel van de rechtstreekse steunverlening te maken. Dit was een van de belangrijkste voorstellen van het initiatiefadvies dat het Comité van de Regio's in 2010 over het GLB heeft uitgebracht, waarvoor ik rapporteur was. Ik ben echter van mening dat het door de Commissie voorgestelde niveau ontoereikend is, zeker omdat het optioneel is. Volgens mij dient deze steun een verplicht karakter te krijgen, en 10% van het nationale maximum uit te maken; de Commissie stelt slechts 5% voor. Een meer uitgesproken steunverlening aan deze gebieden is ook in overeenstemming met het streven van de Commissie naar convergentie en komt een meer rechtvaardige verdeling van de GLB-steun ten goede.