Uw advies over immigratie en mobiliteit zal tijdens de julizitting van het Comité van de Regio's worden goedgekeurd. Wat zijn de belangrijkste punten van dit advies en over welke aspecten kunnen meer uitgesproken reacties van de voltallige vergadering of van andere communautaire instellingen worden verwacht?
Een alomvattende benadering van migratie en mobiliteit biedt een gelegenheid om een totaalbeeld van het migratiefenomeen en samenhangende maatregelen te ontwikkelen. Ik hoop dat het ook echt een gelegenheid is om een aantal zeer aanvechtbare aspecten van het EU-migratiebeleid te herbekijken. Ik denk hierbij aan de onevenwichtige verschuiving van de aandacht naar maatregelen voor grenscontrole in plaats van geloofwaardige programma's voor het beheer van de mobiliteit van personen.
In het advies apprecieer ik dan ook hetgeen door de Europese Commissie zelf wordt bevestigd, nl. dat de vernieuwde alomvattende benadering toegespitst is op de mensenrechten van migranten maar ook verder gaat dan dat, en ik verwijs hierbij naar het recht van elke persoon om een land te verlaten, met inbegrip van het eigen land. Door de migrant te beschouwen als een persoon met rechten wordt het immers mogelijk migratiebeleid anders uit te werken en concreet gestalte te geven aan het discours over de mensenrechten, dat al te vaak een retorische oefening blijft in plaats van een beginsel waarop we ons beleid moeten oriënteren.
Ik heb ook willen wijzen op de meerwaarde die lokale en regionale overheden kunnen leveren bij het beheer van een dermate complex en mondiaal fenomeen als migratie. Zij kunnen immers niet alleen maar uitvoerders zijn van maatregelen die op nationaal of supranationaal niveau zijn overeengekomen maar moeten ook een concrete mogelijkheid hebben om hun stem te laten horen bij de uitstippeling van het migratiebeleid, ook op Europees niveau. Mij dunkt dat dit een gelegenheid is om een concrete invulling te geven aan het subsidiariteitsbeginsel dat kenmerkend is voor multilevel governance in ons Europa.
Ten slotte heb ik enkele volgens mij essentiële punten willen opnemen in het advies, die verband houden met verschillende aspecten van het migratie- en ontwikkelingsbeleid en die ofwel voor evident worden aangenomen, ofwel van de politieke agenda zijn verdwenen maar waaraan wel degelijk blijvend aandacht moet worden geschonken, nl. de evaluatie van de doeltreffendheid van maatregelen om illegale immigratie tegen te gaan op basis van alleen maar grenscontroles, en de bestrijding van irregulier binnenreizen; het aanbieden van meerdere kanalen voor regulier binnenreizen als middelen om illegale immigratie te beperken; de noodzaak braindrain te voorkomen via maatregelen om gekwalificeerde arbeidskrachten vanuit zogenoemde selectieve migratiestromen aan te trekken; het behoud en de consolidering van de door de Europese Unie gegarandeerde regeling inzake internationale bescherming. Bij de verwezenlijking van dit alles moet voor ogen worden gehouden dat de beginselen van de ontwikkelingssamenwerking ook bij de samenwerking met derde landen op immigratie- en asielgebied steeds in acht moeten worden genomen. Het is dan ook zaak dat de nodige samenhang wordt gewaarborgd tussen deze twee vormen van optreden in derde landen, zo niet bestaat het gevaar dat acties met onderling tegenstrijdige doelstellingen worden opgezet.
Ik denk dat er over een groot aantal van deze punten een levendige en constructieve discussie zal worden gevoerd tijdens de zitting. Ik verwacht ook een levendig debat over enkele punten, bv. over de mogelijkheid om ook te voorzien in kanalen voor regulier binnenreizen voor personen die werk zoeken. Ik ben ervan overtuigd dat het advies nog versterkt uit de zitting zal komen dankzij de bijdragen van degenen die het willen verbeteren.
2) Illegale migrantenstromen krijgen vaak veel aandacht en zijn onderwerp van politieke discussies. Over het beleid waarmee de Europese landen de migrantenstromen proberen te beheersen, wordt echter weinig gesproken. Welke zijn de prioriteiten op dit gebied, zodat een legale kans wordt geboden aan degenen die in de Unie wensen te leven en te werken, waarbij ook hun rechten in acht worden genomen?
Een van de grootste problemen die zich in dit verband stellen is de duidelijke scheidslijn die getrokken wordt tussen enerzijds het beleid om illegale immigratie tegen te gaan en anderzijds het beleid voor het beheer van de legale immigratie, hoewel de twee nauw met elkaar verbonden zijn. Dit onderscheid is typisch voor de Unie waarin het migratiebeleid in eerste instantie is ontstaan als een beleid van grenscontroles en bestrijding van illegale immigratie. Nochtans vergt een doeltreffend bestrijdingsbeleid ook een doeltreffende methode voor het beheer van de legale stromen, de gezinshereniging en het binnenreizen om studieredenen. Alleen op die manier kan worden gegarandeerd dat de illegale stromen en pogingen tot binnenreizen verminderen en kan worden vermeden dat zeer moeilijke situaties en grote sociale problemen ontstaan wanneer er grote aantallen personen illegaal in de lidstaten verblijven die vaak gedwongen worden in de grijze economie te werken, of voor criminele netwerken die over het hele grondgebied verspreid zijn.
Op dit gebied is wel wat vooruitgang geboekt. In dat verband hecht ik veel belang aan de richtlijn inzake sancties voor werkgevers die vreemdelingen in dienst nemen die illegaal in de lidstaten verblijven, de richtlijn betreffende de toegang voor hooggekwalificeerde arbeidskrachten en de richtlijn over de status van langdurig ingezetenen. Wat dit betreft, ben ik evenwel van mening dat er verdere stappen moeten worden ondernomen om gemeenschappelijke normen vast te stellen en burgers van derde landen die legaal in de lidstaten verblijven, ten minste wanneer het om langdurig ingezetenen gaat, aan EU-burgers gelijk te stellen wat het recht op vrij verkeer en verblijfsrecht om arbeidsredenen betreft.
Het is onbegrijpelijk dat een stuk koopwaar uit een derde land dat via om het even welke douanedienst binnenkomt, in het vrije verkeer wordt toegelaten en vrij op de Europese markt mag circuleren, terwijl burgers en arbeidskrachten van buiten de EU die via een van de lidstaten binnenkomen, zich maximaal drie maanden binnen de Schengen-zone mogen verplaatsen en niet zoals om het even welke andere werknemer vrij binnen de interne markt mogen circuleren, ook niet als ze langdurig ingezetenen zijn of een status hebben waarvan de voorwaarden in een richtlijn van de Unie zijn vastgesteld.
3) Wat denkt u over de recente besluiten die de Raad heeft genomen m.b.t. afwijkingen van het Schengen-Verdrag? Is dit een eerste stap naar een strengere aanpak van het vrije verkeer of gaat het erom de geldende regels weer in evenwicht te brengen?
Dit is een lelijke bladzijde in het verhaal van de Europese integratie. Zoals bekend is het acquis van Schengen en met name de Schengengrenscode aangepast ingevolge de crisis die tussen Italië en Frankrijk was ontstaan nadat Italië in aansluiting op de zogenoemde Arabische lente werd overspoeld door een massale toevloed van migranten uit Noord-Afrika. Anderzijds heeft Italië in deze hachelijke situatie vriend en vijand verbaasd: een minister van de Lega-Nord in een centrumrechtse regering heeft ca. 25 000 mensen toegelaten en hun niet alleen een verblijfsvergunning gegeven maar ook een reisdocument waarmee ze naar andere landen van de Schengen-zone konden reizen, Duitsland en Frankrijk aan kop. Tal van deze mensen, zo blijkt uit de interviews die in die tijd gemaakt zijn, waren familieleden van personen die reeds in Frankrijk of Duitsland verbleven maar er niet in geslaagd waren zich bij hun dierbaren te voegen, bv. omdat ze moeilijkheden ondervonden om te slagen in de taalexamens die thans in veel EU-landen gangbaar zijn. De Italiaanse aanpak lijkt er juist op gericht te zijn geweest het gemakkelijker te maken om andere EU-landen binnen te komen. Frankrijk heeft van zijn kant niet alleen de grenscontroles verscherpt maar heeft zelfs de grenspost Ventimiglia urenlang geblokkeerd en de doorreis verhinderd voor zowel EU-burgers als vreemdelingen. Vergeet de solidariteit, vergeet de loyale samenwerking. De huidige reactie van de Raad is helaas bedroevend: in plaats van het besluit van de lidstaten om de grenscontroles te verscherpen ongedaan te maken, wordt dit bevestigd en nog makkelijker uitvoerbaar gemaakt, onder meer voor een langere periode dan voorheen. Tot dusver heeft Europa steeds vooruitgang geboekt op de weg naar een grotere harmonisatie; in dit geval lijkt het mij echter om een onrustwekkende achteruitgang te gaan.
4) Het is vaak pas in noodsituaties, in verband met de beheersing van gezondheidsproblemen of problemen van openbare orde, dat de rol van lokale en regionale overheden in het immigratievraagstuk duidelijk wordt. Als we de media-aandacht die daaraan wordt besteed even buiten beschouwing laten, hoe kan de situatie op dit gebied worden beschreven? Bestaat er een acquis van actief regionaal immigratiebeleid? Welke zijn de meest geavanceerde initiatieven op dit gebied?
Zoals in het advies wordt gesteld, worden lokale en regionale overheden enerzijds in het bijzonder getroffen door de problemen i.v.m. illegale immigratie, en zijn zij anderzijds ook verantwoordelijk voor een aantal basisdiensten in het kader van het lokale integratieproces. De regio's en de lokale overheden moeten dan ook worden beschouwd als sleutelactoren van de alomvattende aanpak: zij ondergaan, bevorderen en leggen tegelijkertijd sociale en werkgelegenheidsmaatregelen ten uitvoer, samen met maatregelen voor opvang, integratie, beheer van problemen in samenhang met illegale immigratie. Tevens zorgen zij voor intensieve dialoog en verschillende vormen van samenwerking met de landen van herkomst en de transitlanden van de migratiestromen.
5) Welke rol kan de Arlem op dit gebied spelen in de dialoog tussen lokale en regionale overheden in het Middellandse Zeegebied? Welke zijn de volgende stappen die moeten worden gezet?
Het is volgens mij erg belangrijk binnen de Arlem te discussiëren over migratie, mobiliteit en ontwikkeling, om de territoriale overheden van de zuidelijke oever de kans te geven deel te nemen aan het proces dat de Europese Unie heeft gelanceerd. Ik ben er zeker van dat hun standpunt nuttig kan zijn voor de concrete tenuitvoerlegging van de maatregelen die met de alomvattende aanpak gepland zijn.